68. Het
Decreet gaat niet voorbij aan het geestelijk leven en zijn morele
consequenties: "De christelijke leefwijze van deze broeders wordt gevoed
door hun geloof in Christus en gesterkt door de genade van hun doopsel en het
aanhoren van het woord van God. Zij openbaart zich in persoonlijk gebed en
overweging van de bijbel, in het christelijk gezinsleven en in de eredienst van
de gemeente, wanneer zij samenkomt om God te prijzen. Bovendien vertoont hun
eredienst soms opvallende elementen van onze oude, gemeenschappelijke
liturgie".122
Het Conciliedocument beperkt zich
evenwel niet tot deze geestelijke, morele en culturele aspecten maar breidt
zijn waardering uit tot het sterke rechtvaardigheidsgevoel en tot de oprechte
liefde tot de anderen die aanwezig zijn onder deze broeders. Evenmin
veronachtzaamt het hun inspanningen om de sociale omstandigheden menselijker te
maken en om de vrede te bevorderen. Dit alles is het resultaat van een oprecht
verlangen om trouw te zijn aan het Woord van God als de bron van christelijk
leven.
Zo roept de tekst een problematiek
op, die op het gebied van de ethiek en de moraliteit in onze dagen steeds
dringender wordt: "Er zijn veel christenen die het evangelie niet altijd
op dezelfde manier verstaan als de katholieken".123 Op
dit uitgestrekte terrein is er veel plaats voor een dialoog over de morele
beginselen van het evangelie en hun toepassing.
|