2. Aan niemand
ontgaat de uitdaging die dat allemaal aan de gelovigen stelt. Zij moeten deze
uitdaging wel aangaan. Zeker, hoe zouden zij kunnen weigeren, al het mogelijke
te doen om met Gods hulp de muren van scheiding en wantrouwen af te breken? Om
hindernissen en vooroordelen te overwinnen die de verkondiging van het
Evangelie van het heil door het Kruis van Jezus, de enige Verlosser van de
mens, van iedere individuele mens, verhinderen?
Ik dank de Heer dat Hij ons ertoe
gebracht heeft om voort te gaan langs het pad van eenheid en gemeenschap onder
de christenen, een pad dat moeilijk is, maar zo rijk aan vreugde. De
interconfessionele dialogen op theologisch niveau hebben positieve, tastbare
resultaten voortgebracht: dit moedigt ons aan om voort te gaan.
Maar behalve de leerstellige
verschillen die opgelost moeten worden, kunnen christenen niet de last van oeroud
gebrek aan begrip, geërfd van het verleden, en van wederzijdse misverstanden
en vooroordelen onderschatten. Onbeweeglijkheid, onbegrip en
onvoldoende kennis van elkaar maken deze situatie vaak erger. Daarom moet
de inzet voor de oecumene gegrondvest zijn op de bekering van de harten en op
het gebed, die ook zullen leiden tot de noodzakelijke zuivering van de
historische herinnering. Door de genade van de heilige Geest worden de
leerlingen van de Heer, geïnspireerd door liefde, door de macht van de
waarheid en door een oprechte wens tot wederzijdse vergeving en verzoening,
ertoe geroepen om samen hun pijnlijke verleden opnieuw te onderzoeken en
de pijn die dat verleden helaas zelfs vandaag nog blijft oproepen. Allen worden
zij uitgenodigd door de steeds nieuwe kracht van het Evangelie om met oprechte
en volledige objectiviteit de fouten die gemaakt zijn, alsook de begeleidende
verschijnselen te erkennen die aan de oorsprong liggen van hun
betreurenswaardige verdelingen. Nodig is een rustige, heldere en
waarheidsgetrouwe kijk op de dingen, een kijk die verlevendigd wordt door
goddelijke genade en die in staat is om de geesten van de mensen te bevrijden
en om in iedereen een hernieuwde bereidheid te wekken juist met het oog op de
verkondiging van het Evangelie aan de mensen van ieder volk en iedere natie.
|