79. Nu reeds is
het mogelijk om de thema’s vast te stellen die uitgediept moeten worden om tot
een echte overeenstemming in het geloof te komen: 1) de verhouding tussen de
Heilige Schrift als het hoogste gezag in geloofszaken, en de heilige Traditie
als onontbeerlijk voor de interpretatie van het Woord van God; 2) de
eucharistie als het sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus, geofferd
tot lof van de Vader, gedachtenis van het offer en werkelijke aanwezigheid van
Christus, heiligmakende uitstorting van de heilige Geest; 3) de wijding als een
sacrament, voor het ambt in zijn drie stappen: het bisschopsambt, het
priesterschap en het diakonaat; 4) het leergezag van de Kerk, toevertrouwd aan
de paus en de bisschoppen in gemeenschap met hem, begrepen als een
verantwoordelijkheid en een gezag die uitgeoefend worden in de naam van
Christus om het geloof te onderrichten en te behoeden; 5) de maagd Maria, als
Moeder van God en Icoon van de Kerk, de geestelijke Moeder die voorspraak is
voor Christus’ leerlingen en voor de hele mensheid.
Op deze moedige weg naar de eenheid
verlangen de helderheid en de wijsheid van het geloof dat wij zowel een vals
irenisme alsook onverschilligheid ten aanzien van de kerkelijke normen
vermijden. 131 Omgekeerd dwingen diezelfde helderheid en
wijsheid ons ertoe om lauwheid in het streven naar eenheid, en meer nog:
vooringenomen weerstand af te wijzen, of een defaitisme dat ertoe neigt om
alles negatief te zien.
Vasthouden aan een visie op de eenheid
die rekening houdt met alle eisen van de geopenbaarde waarheid betekent niet
dat men een rem zet op de oecumenische beweging. 132
Integendeel: het betekent voorkómen dat men genoegen neemt met
schijnoplossingen die tot een niet stevig en echt resultaat zouden voeren. 133
De verplichting om de waarheid te eerbiedigen is absoluut. Is dat niet de wet
van het evangelie?
|