|
82.
Het is te begrijpen hoe de ernst van de inzet voor de oecumene de katholieke
gelovigen ten diepste uitdaagt. De Geest roept hen op tot een ernstig
gewetensonderzoek. De katholieke Kerk moet wat men zou kunnen noemen een
‘dialoog van bekering’ aangaan, die de geestelijke grondslag vormt van de
oecumenische dialoog. In deze dialoog, die plaatsvindt voor God, moet ieder
afzonderlijk zijn eigen fouten erkennen, zijn zonden belijden en zich begeven
in de handen van Hem die onze Voorspreker is bij de Vader, Jezus Christus.
In deze houding van bekering tot de
wil van de Vader en, tegelijkertijd, van berouw en absoluut vertrouwen in de
verzoenende macht van de waarheid die Christus is, zullen we zeker de kracht
vinden die nodig is om de lange, moeilijke pelgrimstocht van de oecumene tot
een succesvol einde te brengen. De ‘dialoog van bekering’ met de Vader van de
kant van iedere Gemeenschap, met de volledige aanvaarding van al wat die
vereist, vormt de basis van broederlijke betrekkingen die iets anders moeten
zijn dan een louter hartelijke verstandhouding of een alleen maar uiterlijke
gezelligheid. De banden van broederlijke koinonia moeten gesmeed
worden voor God en in Christus Jezus.
Alleen het zich plaatsen voor God kan
een stevige basis bieden voor die bekering van iedere christen afzonderlijk en
voor die constante hervorming van de Kerk, voorzover zij ook een menselijke en
aardse instelling is, 136 die de eerste voorwaarden voor
alle oecumenische inzet vormt. Een van de eerste stappen in de oecumenische
dialoog is de inspanning om de christelijke Gemeenschappen binnen deze geheel
geestelijke ruimte binnen te voeren waarin Christus, door de kracht van de
Geest, hen allen zonder uitzondering leidt om zichzelf te onderzoeken voor het
Aanschijn van de Vader en om zich af te vragen of zij trouw zijn geweest aan
zijn plan met de Kerk.
|