|
100.
In de brief die ik onlangs schreef aan de bisschoppen, de geestelijkheid en de
gelovigen van de katholieke Kerk om de weg aan te duiden die gevolgd moet
worden naar de viering van het Grote Jubileum van het Heilig Jaar 2000,
schreef ik dat "de beste voorbereiding op het nieuwe millennium alleen kan
aangetoond worden door een hernieuwde inzet voor de zo getrouw mogelijke
toepassing van de leer van Vaticanum II in het leven van ieder afzonderlijk en
van de hele Kerk".159 Het Tweede Vaticaans Concilie
is het grote begin - de Advent als het ware - van de reis die ons brengt naar
de drempel van het Derde Millennium. Gezien het belang dat het Concilie hechtte
aan het werk van het herstel van de christelijke eenheid, en in deze onze tijd
van genade voor de oecumene, achtte ik het nodig om de fundamentele
overtuigingen nogmaals te bevestigen die het concilie ingeprent heeft in de
gewetens van de katholieke Kerk; ik riep die in herinnering in het licht van de
vooruitgang die intussen geboekt is naar de volle gemeenschap van alle
gedoopten.
Het lijdt geen twijfel dat de
heilige Geest actief is in dit streven en dat Hij de Kerk leidt naar de volle
verwezenlijking van het plan van de Vader, in overeenstemming met de wil van
Christus. Deze wil werd met zulke smartelijke aandrang in het gebed uitgedrukt dat,
volgens het Vierde Evangelie, Hij uitsprak op het moment dat Hij binnenging in
het verlossende geheim van zijn Pascha. Net als Hij toen deed, roept Christus
ook vandaag iedereen op tot een hernieuwde inzet voor de volledige en zichtbare
gemeenschap.
|