3. Op het Tweede
Vaticaans Concilie heeft de katholieke Kerk zich onherroepelijk
verplicht om de weg van het zoeken naar oecumene in te slaan. Aldus gehoor
gevend aan de Geest van de Heer, die de mensen leert om de "tekenen des
tijds" zorgvuldig te verstaan. De ervaringen van deze jaren hebben de Kerk
zelfs nog dieper bewust gemaakt van haar identiteit en van haar zending in de
geschiedenis. De katholieke Kerk erkent en belijdt de zwakheden van haar
leden, zich ervan bewust dat hun zonden evenzovele blijken van ontrouw zijn
en hindernissen voor de verwerkelijking van het plan van de Verlosser. Omdat
zij zich voortdurend opgeroepen voelt tot vernieuwing overeenkomstig het
Evangelie, houdt zij niet op om boete te doen. Tegelijkertijd erkent en prijst
zij echter nog meer de macht van de Heer die haar vervult met het
geschenk van de heiligheid, haar voorwaarts leidt en haar doet lijken op zijn
lijden en verrijzenis.
In het besef van de veelvoudige
wederwaardigheden van haar geschiedenis zet de Kerk zich ervoor in, zichzelf te
bevrijden van iedere puur menselijke steun om de wet van de zaligsprekingen uit
het Evangelie in haar volle diepte te beleven. Omdat zij zich ervan bewust is
dat de waarheid zichzelf niet oplegt, tenzij "door de kracht van de
waarheid zelf, die zacht en sterk tegelijk de geest binnendringt"2,
zoekt zij niets anders voor zichzelf dan de vrijheid om het Evangelie te
verkondigen. Zij oefent haar gezag inderdaad uit in de dienst van waarheid en
liefde. Ikzelf wil ieder geschikt initiatief bevorderen opdat het
getuigenis van de gezamenlijke katholieke gemeenschap in zijn volle helderheid
en consequentie kan worden begrepen, vooral met het oog op het uur dat de Kerk
op de drempel van het nieuwe millennium te wachten staat, een buitengewoon
ogenblik in het zicht waarvan zij de Heer vraagt dat de eenheid tussen alle
christenen moge groeien totdat de volle gemeenschap bereikt is. 3
Dit edele doel heeft ook de thans voorliggende encycliek voor ogen, die in haar
vooral pastorale karakter ertoe wil bijdragen, de inspanning van allen te
steunen die werken voor de zaak van de eenheid.
|