4. Dit is een
specifieke zorg van de bisschop van Rome als opvolger van de apostel Petrus. Ik
vervul die met de diepe overtuiging dat ik de Heer gehoorzaam en in het volle
besef van mijn menselijke zwakheid. Want ook wanneer Christus aan Petrus deze
bijzondere zending in de Kerk toevertrouwt en hem heeft opgedragen om de
broeders te versterken, dan heeft Hij hem tegelijkertijd zijn menselijke
zwakheid doen erkennen en de bijzondere noodzaak van zijn bekering: "En
wanneer gij op uw beurt u bekeerd hebt, versterk dan uw broeders" (Lc
22,32). Juist in de menselijke zwakheid van Petrus wordt volledig openbaar dat
de paus helemaal van de genade en van het gebed van de Heer afhangt om deze
speciale dienst in de Kerk te kunnen vervullen: "Ik heb voor u gebeden dat
uw geloof niet bezwijkt" (Lc 22,32). De bekering van Petrus en van
zijn opvolgers steunt op het gebed van de Verlosser zelf en de Kerk neemt
voortdurend deel aan dit smeekgebed. In onze oecumenische tijd, gemarkeerd door
het Tweede Vaticaans Concilie, is de zending van de bisschop van Rome er op
bijzonder wijze op gericht, te herinneren aan de noodzaak van de volle
gemeenschap van Christus’ leerlingen.
De bisschop van Rome moet zichzelf met
vurigheid het gebed van Christus eigen maken om de bekering, die
"Petrus" nodig heeft om zijn broeders te kunnen dienen. Ik nodig de
gelovigen van de katholieke Kerk en alle christenen uit om mee te doen in dit
gebed. Mogen u allen met mij bidden voor deze bekering!
We weten dat de Kerk tijdens haar
aardse pelgrimage geleden heeft en zal blijven lijden onder verdrukking en
vervolging. Maar de hoop die haar schraagt is onwankelbaar, net zoals de
vreugde die voortvloeit uit deze hoop onvernietigbaar is. Want de sterke en
eeuwige rots waarop zij gevestigd is, is Jezus Christus, de Heer.
|