|
5.
Samen met alle leerlingen van Christus baseert de katholieke Kerk haar
oecumenische inzet om allen te verzamelen in eenheid, op het plan van God. Immers
"de Kerk [is] geen in zichzelf besloten realiteit (...). Ze ontplooit
altijd missionaire en oecumenische activiteiten. Want de Kerk is in de wereld
om het mysterie van de communio dat essentieel voor haar is, te
verkondigen, ervan te getuigen, het tegenwoordig te stellen en te verbreiden,
en daarbij alle mensen en dingen in Christus te verenigen, om zo, voor allen
een "ondeelbaar sacrament van eenheid" te zijn".4
Reeds in het Oude Testament bracht de
profeet Ezechiël ten aanzien van toenmalige situatie van het Godsvolk de
goddelijke wil tot uitdrukking, om de leden van zijn verstrooide volk "van
alle kanten te verzamelen". De profeet bediende zich daartoe van het
eenvoudige symbool van twee eerst verschillende stukken hout die dan aan elkaar
gemaakt worden tot één stuk: "Ik zal hun God zijn en zij
zullen mijn volk zijn. De volkeren zullen weten dat Ik de Heer ben die
Israël heiligt" (vgl. 37,16-28). Het Evangelie van Johannes ziet ten
aanzien van de situatie van het Godsvolk in die tijd in de dood van Jezus de
reden voor de eenheid van de kinderen van God: "De hogepriester (...) zei
(...), dat Jezus zou sterven voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen
Gods weer te verzamelen" (11,51-52). Inderdaad zal de brief aan de
Efeziërs uitleggen: "Hij haalde (...) de scheidingswand van de
vijandschap omlaag (...) door het Kruis (...). Hij heeft in zijn Persoon de
vijandschap gedood" (2,14-16), uit dat wat gescheiden was heeft Hij een
eenheid geschapen.
|