|
7.
"De Heer der eeuwen zet echter met wijsheid en geduld Zijn genadeplan
jegens ons zondaars voort en in de laatste tijd is Hij begonnen bij de
onderling verdeelde christenen in ruimere mate een gevoel van berouw en een
verlangen naar eenheid op te wekken. Door deze genade zijn overal zeer veel
mensen getroffen en ook onder onze gescheiden broeders is door de genade van
de heilige Geest een steeds sterkere beweging ontstaan om de eenheid van alle
christenen te herstellen. In dit streven naar eenheid, dat men de
oecumenische beweging noemt, delen degenen die de drieëne God aanroepen en
Jezus belijden als hun Heer en Verlosser; zij doen dit niet slechts individueel
maar ook als leden van de gemeenschappen, waarin zij het Evangelie hebben
vernomen en die zij ieder voor zich waarderen niet alleen als hun Kerk maar ook
als de Kerk van God. Toch verlangen bijna allen, zij het niet op
dezelfde wijze, naar de ene, zichtbare Kerk van God, die werkelijk
universeel is en tot de gehele wereld gezonden om haar tot het Evangelie te
bekeren en te redden tot de eer van God".6
|