8. Deze uitspraak
van het decreet Unitatis Redintegratio moet men lezen in de context van
de gehele leer van het Tweede Vaticaans Concilie. Het Concilie maakt de
beslissing van de Kerk kenbaar om de oecumenische taak op zich te nemen, te
werken voor de christelijke eenheid en dit overtuigd en krachtig voor te
stellen: "Deze heilige Kerkvergadering spoort alle katholieken aan de
tekenen des tijds te begrijpen en ijverig deel te nemen aan de oecumenische
beweging".7 Wanneer het de katholieke oecumenische
beginselen aangeeft, herinnert het Decreet Unitatis Redintegratio
bovenal aan de leer van de Kerk zoals die uiteengezet wordt in de dogmatische
Constitutie Lumen Gentium, in het hoofdstuk over het volk van
God8. Tegelijkertijd houdt het alles in dat wordt bevestigd
in de verklaring van het Concilie over godsdienstvrijheid Dignitatis Humanae9.
De katholieke Kerk neemt hoopvol de
oecumenische verplichting op zich als een gebod van het door het geloof
verlichte en door de liefde geleide christelijke geweten. Ook hier kan men het
woord van de heilige Paulus aan de eerste christenen van Rome toepassen:
"De liefde van God is uitgegoten in onze harten door de heilige
Geest" (5,5); onze "hoop stelt ons" dus "niet teleur"
(Rom 5,5). Dit is de hoop op de eenheid der christenen die in de
trinitaire eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest haar goddelijke
bron heeft.
|