11. Zo bevestigt
de katholieke Kerk dat zij in haar tweeduizendjarige geschiedenis in eenheid
bewaard is gebleven met alle middelen waarvan God zijn Kerk wenste te voorzien,
en dit ondanks de vaak zware crises die haar geteisterd hebben, ondanks
tekortschietende trouw van sommige van haar ambtsdragers en ondanks de fouten
waartoe haar leden dagelijks vervallen. De katholieke Kerk weet dat dankzij de
hulp die zij van de heilige Geest ontvangt, de zwakheden, de middelmatigheden,
de zonden en soms het verraad van sommige van haar kinderen niet kunnen
vernietigen wat God krachtenws zijn plan in haar heeft uitgegoten aan genaden. Ook
"de poorten van de onderwereld zullen haar niet overweldigen" (Mt
16,18). De katholieke Kerk vergeet echter niet dat velen in haar rijen het plan
van God vertroebelen. Als het Decreet over de oecumene de scheiding van de
christenen in herinnering roept, ontkent het niet het feit dat "mensen van
beide zijden schuldig waren",13 en erkent het, dat de
verantwoordelijkheid niet alleen kan worden toegeschoven aan de "andere
kant". Door Gods genade is echter noch dat wat tot de structuur van de
Kerk van Christus behoort, noch die gemeenschap die nog steeds bestaat met de
andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen, vernietigd. De elementen van
heiliging en waarheid die in de andere christelijke Gemeenschappen in telkens
onderscheiden graad aanwezig zijn, vormen inderdaad de objectieve basis van de,
hoewel onvolmaakte, gemeenschap die tussen hen en de katholieke Kerk bestaat.
Naar de mate waarin deze elementen in
de andere christelijke Gemeenschappen aanwezig zijn, is de ene Kerk van
Christus in hen werkzaam tegenwoordig. Daarom spreekt het Tweede Vaticaans
Concilie van een zekere, zij het ook onvolkomen gemeenschap. De dogmatische
Constitutie Lumen Gentium benadrukt dat de katholieke Kerk "erkent
dat zij op verschillende wijzen verbonden is"14 met
deze gemeenschappen door een ware verbintenis in de heilige Geest.
|