13. Hetzelfde
document geeft een zorgvuldige schets van de effecten van deze situatie op de
leer. Waar het spreekt over de leden van deze gemeenschappen, verklaart het:
"Toch worden zij die uit het geloof in het doopsel zijn gerechtvaardigd in
Christus ingelijfd. Zij voeren daarom met recht de naam christenen en door de
zonen van de katholieke Kerk worden zij terecht als broeders in de Heer
erkend".17
Met betrekking tot de vele positieve
elementen die in andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen aanwezig zijn,
voegt het Decreet toe: "Dit alles komt voort uit Christus, voert tot Hem
en behoort rechtens tot de enige Kerk van Christus. Ook worden talrijke liturgische
handelingen van de christelijke godsdienst bij onze gescheiden broeders
voltrokken. Ongetwijfeld kunnen die op verschillende wijzen, naargelang de
structuur van een Kerk of een Gemeenschap, werkelijk het leven van de genade
voortbrengen en moeten zij geschikt geacht worden om de toegang tot de
heilsgemeenschap te ontsluiten".18
Dit zijn uitzonderlijk belangrijke
teksten voor de oecumene. Het is niet zo dat er buiten de grenzen van de
katholieke gemeenschap een kerkelijk vacuüm bestaat. Vele elementen van
grote waarde (eximia) die in de katholieke Kerk deel zijn van de volheid
van de heilsmiddelen en van de genadegaven die de Kerk uitmaken, vindt men ook
in de andere christelijke Gemeenschappen.
|