20. Dit alles is
zeer belangrijk en van fundamentele betekenis voor de oecumenische activiteit.
Daaruit blijkt onweerlegbaar dat de oecumene, de beweging voor de eenheid van
de christenen, niet zomaar een of ander "aanhangsel" is dat
wordt toegevoegd aan de traditionele activiteit van de Kerk. Integendeel, zij
hoort organisch tot het leven en werken van de Kerk en moet als gevolg daarvan
beide geheel doordringen en zoiets als de vrucht van een boom zijn, die gezond
en bloeiend oprijst tot hij zijn volle ontwikkeling bereikt. Zo geloofde paus
Johannes XXIII in de eenheid van de Kerk en zo zag hij de eenheid van alle
christenen tegemoet. Met betrekking tot de andere christenen, de grote
christelijke familie, stelde hij vast: dat wat ons verbindt is veel sterker dan
dat wat ons scheidt. En het Tweede Vaticaans Concilie vermaant van zijn kant:
"Laten alle christengelovigen eraan denken dat zij de eenheid onder de
christenen des te meer bevorderen en zelfs beoefenen, naarmate zij zuiverder
volgens het Evangelie trachten te leven. Immers, hoe hechter de gemeenschap is
die hen met de Vader, het Woord en de Geest verenigt, des te inniger en
gemakkelijker zullen zij de onderlinge broederliefde kunnen versterken".41
|