22. Wanneer de
christenen samen bidden, lijkt het doel van de eenheid dichterbij. De lange
geschiedenis van de christenen, die gekenmerkt wordt door veel verdelingen,
schijnt eens te meer op één punt uit te komen, omdat ze neigt
naar die bron van haar eenheid, die Jezus Christus is. Hij "is dezelfde,
gisteren, vandaag en voor altijd!" (Heb 13,8). In de gemeenschap
van het gebed is Christus waarlijk aanwezig; hij bidt "in ons",
"met ons" en "voor ons". Hij is het die ons gebed leidt in
de Paracleet die Hij heeft beloofd en dan aan zijn Kerk heeft gegeven in de
Bovenzaal in Jeruzalem, toen hij haar vestigde in haar oorspronkelijke eenheid.
Voorrang op de oecumenische weg naar
eenheid verdient zeker het gemeenschappelijk gebed, de verbondenheid van
al diegenen die zich rondom Christus zelf aaneensluiten in gebed. Wanneer het
de christenen lukt om, ongeacht hun scheidingen, zich steeds meer in het
gemeenschappelijke gebed rondom Christus te verenigen, dan zal bij hen het
besef groeien dat wat hen scheidt, in vergelijking tot wat hen verbindt, gering
is. Wanneer zij elkaar steeds vaker en ijveriger ten overstaan van Christus
ontmoeten in het gebed, zullen zij moed kunnen scheppen om de hele pijnlijke
menselijke werkelijkheid van de scheidingen tegemoet te kunnen treden. Ze
zullen elkaar gezamenlijk terugvinden in die gemeenschap van de Kerk, die Christus
ondanks alle menselijke zwakheden en beperktheden onophoudelijk opbouwt in de
heilige Geest.
|