23. Tenslotte leidt
de gebedsgemeenschap ertoe dat men naar de Kerk en het christendom met nieuwe
ogen kijkt. Men mag namelijk niet vergeten dat de Heer bij de Vader
gesmeekt heeft om de eenheid van zijn leerlingen, opdat die getuigenis zou
afleggen van zijn zending en de wereld zou kunnen geloven, dat de Vader Hem
gezonden had (vgl. Joh 17,21). Men kan zeggen dat de oecumenische
beweging in zekere zin ontstaan is uit de negatieve ervaring van hen die bij
het verkondigen van het ene Evangelie zich telkens op hun Kerk of kerkelijke
Gemeenschap beriepen. Dit was een tegenspraak die niemand kon ontgaan die de
heilsboodschap hoorde en die in dit feit een hinderpaal vond om het Evangelie
te aanvaarden. Helaas is deze zware hindernis nog niet overwonnen. Het is waar,
wij bevinden ons nog niet in volle gemeenschap. Maar ondanks onze scheidingen
zijn wij op de weg naar volle eenheid, die eenheid die de apostolische Kerk in
haar begin kenmerkte en waarnaar wij oprecht zoeken: ons door het geloof
geleide gemeenschappelijke gebed is daarvoor een bewijs. Daarvoor verzamelen
wij ons in de Naam van Christus, die Een is. Hij is onze eenheid.
Het "oecumenische" gebed
staat ten dienste van de christelijke zending en haar geloofwaardigheid. Daarom
moet het vooral in het leven van de Kerk en bij iedere activiteit aanwezig
zijn, die de bevordering van de eenheid van de christenen ten doel heeft. Het
is zo, alsof wij ons telkens weer verzamelden in de avondmaalszaal van Witte
Donderdag, ofschoon onze gemeenschappelijke aanwezigheid op die plaats nog op
haar volledige vervulling wacht, totdat alle christenen zich zullen verzamelen
voor de ene eucharistieviering, na het overwinnen van de hindernissen die de
volle kerkelijke gemeenschap in de weg staan. 44
|