24. Het is een
bron van vreugde om te zien dat de vele oecumenische bijeenkomsten bijna altijd
ook gebed kennen en daarin zelfs hun hoogtepunt bereiken. De Bidweek voor de
eenheid van de christenen die in januari wordt gevierd, of, in sommige
landen, rond Pinksteren, is een wijdverbreide en gevestigde traditie geworden.
Maar er zijn ook veel andere gelegenheden gedurende het jaar waarin christenen
tot gezamenlijk gebed gebracht worden. In deze context wil ik de speciale
ervaring vermelden van de pelgrimstochten van de paus naar de verschillende
Kerken in de verschillende werelddelen en landen van de tegenwoordige oikoumene.
Ik ben mij er wel van bewust dat het het Tweede Vaticaans Concilie was, dat de
paus ertoe bracht zijn apostolisch dienstwerk op deze bijzondere wijze uit te
voeren. Zelfs meer nog: het Concilie maakte deze bezoeken van de paus tot een
specifieke verantwoordelijkheid bij het uitvoeren van zijn rol van bisschop van
Rome ten dienste van de gemeenschap. 45 Mijn bezoeken
bevatten bijna altijd ook een oecumenische ontmoeting en een gemeenschappelijk
gebed met onze broeders die de eenheid zoeken in Christus en in zijn Kerk.
Met diepe ontroering herinner ik mij het gezamenlijk gebed met de Primaat van
de anglicaanse gemeenschap in de kathedraal van Canterbury (29 mei 1982); in
dat schitterende gebouw zag ik "een welsprekend getuigenis zowel van
onze lange jaren van gemeenschappelijke erfenis als van de trieste jaren van
verdeeldheid die daarop volgden".46 Evenmin kan ik
de ontmoetingen vergeten die werden gehouden in de Scandinavische en Noordse
landen (1 tot 10 juni 1989), in Noord- en Zuid-Amerika en in Afrika en in het hoofdkwartier
van de Wereldraad van Kerken (12 juni 1984), de organisatie die zichzelf ertoe
verplicht haar lidkerken en kerkelijke Gemeenschappen op te roepen "met
het doel van zichtbare eenheid in één geloof en in
één eucharistische gemeenschap die zich uitdrukt in de eredienst
en in een gemeenschappelijk leven in Christus".47 En
hoe zou ik ooit kunnen vergeten dat ik deelnam aan de eucharistische liturgie
in de kerk van Sint Joris in het Oecumenisch Patriarchaat (30 november 1979) en
de dienst die in de basiliek van Sint Pieter werd gehouden tijdens het bezoek
aan Rome van mijn eerbiedwaardige broeder, patriarch Dimitrios I (6 december
1987)? Bij die gelegenheid reciteerden wij aan het Confessio-altaar gezamenlijk
het Credo van Nicea-Constantinopel in de oorspronkelijke Griekse tekst. Het is
moeilijk om in een paar woorden de unieke aard van elk van deze
gebedsontmoetingen te beschrijven. Gegeven de verschillende wijzen waarop elk
van deze ontmoetingen bepaald was door gebeurtenissen uit het verleden, had
iedere ontmoeting haar eigen speciale welsprekendheid. Ze zijn allemaal
gebeiteld in de gedachtenis van de Kerk die geleid wordt door de Paracleet om
de volledige eenheid van allen die in Christus geloven te zoeken.
|