26. Het gebed, de
gemeenschap in gebed, maakt het ons altijd mogelijk om opnieuw de evangelische
waarheid van de woorden: "U hebt slechts één Vader"
(Mt 23,9) te ontdekken: de Vader - Abba - door Christus zelf
aangeroepen, de Eniggeboren Zoon, Één in wezen met Hem. En dan:
"U hebt slechts één Meester, en u bent allen
broeders" (Mt 23,8). "Oecumenisch" gebed ontsluit
deze fundamentele dimensie van broederschap in Christus, die stierf om de
kinderen van God bijeen te brengen die verstrooid waren, opdat wij door
"zonen in de Zoon" (vgl. Ef 1,5) te worden vollediger zowel de
geheimnisvolle werkelijkheid van Gods vaderschap zouden weerspiegelen alsook de
waarheid over de menselijke natuur die ieder afzonderlijk en allen delen.
Het "oecumenisch" gebed, het
gebed van de broeders en zusters, brengt dat alles tot uitdrukking. Juist omdat
zij van elkaar gescheiden zijn verenigen zij zich met des te grotere
hoop in Christus en vertrouwen zij aan Hem de toekomst van hun
eenheid en hun gemeenschap toe. Hierop kunnen wij ook treffend de leer van
het Concilie toepassen: "Wanneer de Heer Jezus zijn Vader bidt, dat ‘allen
één mogen zijn (...) zoals Wij één zijn‘ (Joh 17,21-22), opent Hij perspectieven die voor de menselijke geest
ontoegankelijk zijn, en zinspeelt Hij op een zekere gelijkheid tussen de
eenheid van de goddelijke personen en de eenheid van de kinderen Gods in
waarheid en liefde".48
De verandering van het hart die de
wezenlijke voorwaarde is voor iedere echte zoektocht naar de eenheid vloeit
voort uit het gebed en haar verwerkelijking wordt geleid door het gebed:
"Want een nieuwe geest, zelfverloochening en onbelemmerde schenking van
liefde vormen de bodem waarop het verlangen naar eenheid groeit en rijpt.
Daarom moeten wij van Gods Geest de genade afsmeken van waarachtige
onthechting, van dienende nederigheid en zachtmoedigheid en van broederlijke
ruimhartigheid tegenover anderen".49
|