Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk III Quanta est nobis via?
    • De geestelijke oecumene voortzetten en getuigenis afleggen van de heiligheid
      • 83
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

83. Ik heb de wil van de Vader genoemd en de geestelijke ruimte waarin iedere gemeenschap de oproep hoort om de hindernissen voor de eenheid te overwinnen. Alle christelijke Gemeenschappen weten dat, dankzij de macht die aan de Geest gegeven is, het gehoorzamen aan die wil en het overwinnen van die hindernissen niet buiten hun bereik liggen. In feite hebben ze allemaal martelaren voor het christelijk geloof. 137 Ondanks de tragedie van onze verdeeldheden hebben deze broeders in zichzelf een zo radicale en absolute toewijding aan Christus en aan de Vader bewaard dat zij konden gaan tot het vergieten van hun bloed toe. Maar staat deze zelfde toewijding niet in het hart van wat ik een "dialoog van de bekering" heb genoemd? Is het niet juist deze dialoog die duidelijk laat zien dat een steeds intensere ervaring nodig is van de waarheid, wil men de volledige gemeenschap bereiken?




137 Vgl. ibid. 4; PAULUS VI, Homelie bij de Zaligverklaring van de Martelaren van Oeganda (18 oktober 1964): AAS 56 (1964), 906.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License