| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Ioannes Paulus PP. II Ut Unum Sint IntraText CT - Text |
|
|
|
84. In een theocentrische visie hebben wij christenen reeds een gemeenschappelijk Martyrologium. Dit bevat ook de martelaren van onze eeuw, talrijker dan men zou denken, en het laat zien hoe op een diep niveau God de gemeenschap onder de gedoopten bewaart in de hoogste eis van het geloof, die zij lieten zien in het offer van hun leven. 138 Het feit dat men kan sterven voor het geloof toont aan dat andere eisen van het geloof ook kunnen worden beantwoord. Ik heb al opgemerkt - met diepe vreugde - hoe er een onvolmaakte maar echte gemeenschap is bewaard en aan het groeien is op veel niveaus van het kerkelijk leven. Ik voeg er nu aan toe dat deze gemeenschap reeds volmaakt is in wat we allemaal beschouwen als het hoogtepunt van het christelijk leven, het martelaarschap, de waarachtigste gemeenschap die mogelijk is met Christus die zijn Bloed vergoot, en die door dit offer hen die eens ver weg waren, nabij brengt (vgl. Ef 2,12). Terwijl voor alle christelijke Gemeenschappen de martelaren het bewijs vormen van de kracht van de genade, zijn zij niet de enigen die getuigenis afleggen van die macht. Hoewel op onzichtbare wijze, is de communio tussen onze gemeenschappen, zij het nog onvolledig, werkelijk en stevig gevestigd op de volle gemeenschap van de heiligen - van hen die aan het einde van een leven dat trouw was aan de genade, in gemeenschap zijn met Christus in heerlijkheid. Deze heiligen komen van alle Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die hun toegang gaven tot de gemeenschap van de verlossing. Wanneer we spreken over een gemeenschappelijk erfgoed moeten we daartoe niet alleen de instellingen, riten, verlossingsmiddelen en tradities rekenen die alle gemeenschappen hebben bewaard en waardoor zij gevormd zijn, maar eerst en vooral deze waarheid van de heiligheid. 139 In de uitstraling van het "erfgoed van de heiligen", die tot alle gemeenschappen horen, verschijnt de ‘dialoog van de bekering’ tot volledige en zichtbare eenheid aldus als een bron van hoop. Deze universele aanwezigheid van de heiligen is in feite een bewijs van de transcendente macht van de Geest. Het is het teken en het bewijs van Gods zege over de krachten van het kwaad die de mensheid verdelen. Zoals de liturgie zingt: "U wordt verheerlijkt in Uw heiligen, want hun heerlijkheid is de bekroning van Uw gaven".140 Waar het oprechte verlangen bestaat om Christus te volgen stort de Geest dikwijls zijn genade op buitengewone wijze uit. De ervaring van de oecumene heeft ons in staat gesteld om dit beter te begrijpen. Als gemeenschappen, in de hierboven beschreven innerlijke geestelijke ruimte, werkelijk "bekeerd" kunnen worden tot het zoeken naar volledige en zichtbare eenheid, zal God voor hen doen wat Hij voor de heiligen heeft gedaan. Hij zal de hindernissen overwinnen die uit het verleden geërfd zijn en Hij zal de gemeenschappen leiden langs zijn wegen tot waar Hij wil: tot de zichtbare koinonia die tegelijkertijd lofprijzing van zijn heerlijkheid is en dienst aan zijn heilsplan.
|
138 Vgl. JOHANNES PAULUS II, Apost. Brief Tertio Millennio Adveniente (10 november 1994), 37: AAS 87 (1995), 29-30. 139 Vgl. PAULUS VI, Toespraak in het Heiligdom in Namugongo, Oeganda (2 augustus 1969): AAS 61 (1969) 590-591. 140 Vgl. Missale Romanum, Praefatio de Sanctis : Sanctorum “coronando merita tua dona coronans”. |
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License |