| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Ioannes Paulus PP. II Ut Unum Sint IntraText CT - Text |
|
|
|
95. Dat alles moet echter altijd in gezamenlijkheid plaatsvinden. Wanneer de katholieke Kerk onderstreept dat het ambt van de bisschop van Rome overeenkomstig de wil van Christus is, scheidt zij dit ambt niet van de zending die aan alle bisschoppen is toevertrouwd, die eveneens "plaatsvervangers en gezanten van Christus"153 zijn. De bisschop van Rome hoort tot hun "College", en zij zijn zijn broeders in het ambt. Wat de eenheid van alle christelijke Gemeenschappen aangaat hoort natuurlijk tot het terrein van de zorgen van het primaat. Als bisschop van Rome weet ik heel goed, en ik heb het in deze encycliek opnieuw bevestigd, dat de volle en zichtbare gemeenschap van alle Gemeenschappen, waarin krachtens de trouw van God zijn geest woont, de brandende wens van Christus is. Ik ben ervan overtuigd dienaangaande een bijzondere verantwoordelijkheid te hebben, vooral wanneer ik het oecumenische verlangen van de meeste christelijke Gemeenschappen constateer en het aan mij gerichte verzoek hoor om een vorm te vinden voor de uitoefening van het primaat die weliswaar geenszins afziet van het essentiële van haar zending, maar die zich openstelt voor een nieuwe situatie. Duizend jaar lang waren de christenen met elkaar verbonden "in een broederlijke gemeenschap van geloof en sacramenteel leven (...) En als er onderling meningsverschillen ontstonden over geloof en kerkelijke tucht, trad de zetel van Rome met algemene instemming regelend op".154 Op deze wijze oefende het primaat zijn taak voor de eenheid uit. Toen ik mij richtte tot de oecumenische patriarch, Zijne Heiligheid Dimitrios I, heb ik gezegd dat ik me ervan bewust was dat "om zeer verschillende redenen en tegen de wil van beide zijden, hetgeen een dienst had moeten zijn, zich onder een heel ander licht kon vertonen. Maar (...) ik weet me in het verlangen werkelijk aan de wil van Christus te gehoorzamen, geroepen om als bisschop van Rome deze bediening uit te oefenen (...) Ik bid met het oog op deze volmaakte gemeenschap die wij willen herstellen, met volharding de heilige Geest ons zijn licht te schenken en alle herders en theologen van onze Kerken te verlichten, opdat wij, uiteraard samen, de vormen kunnen vinden waarin deze bediening een door alle betrokkenen erkende dienst van liefde kan verwezenlijken".155
|
153 TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE, Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium, 27. 154 TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 14. 155 Homelie in de Vaticaanse Basiliek in aanwezigheid van Dimitrios I, Aartsbisschop van Constantinopel en Oecumenisch Patriarch (6 december 1987), 3: AAS 80 (1988), 714. |
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License |