Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk III Quanta est nobis via?
    • Volle eenheid en evangelisatie
      • 98
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

Volle eenheid en evangelisatie

98. De oecumenische beweging van onze eeuw was, sterker dan de oecumenische ondernemingen van de voorbije eeuwen, waarvan de betekenis echter niet onderschat mag worden, gekenmerkt door een missionaire visie. In het vers van Johannes dat tot inspiratie en leidend motief dient - "mogen ook zij één zijn, opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt" (Joh 17,21) - wordt opdat de wereld gelove zo sterk benadrukt dat we soms het risico lopen te vergeten dat, in het denken van de evangelist, de eenheid er vooral voor de eer van de Vader is. Het ligt tegelijkertijd voor de hand dat het gebrek aan eenheid onder de christenen de Waarheid weerspreekt die christenen krachtens hun zending moeten verspreiden, en aldus hun getuigenis ernstig schaadt. Dit werd helder verstaan en verwoord door mijn voorganger paus Paulus VI in zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Nuntiandi: "Omdat wij predikers van het evangelie zijn moeten wij aan de gelovigen niet de aanblik bieden van mensen die het oneens zijn of verdeeld door twistpunten die geenszins opbouwend werken, maar de aanblik van mensen die vast staan in het geloof, die ondanks nu en dan oprijzende onenigheden elkaar weten te vinden en samen op weg zijn, en dit alles op grond van een gemeenschappelijk en oprecht zoeken naar de waarheid. Zo is het: het lot van de evangelisatie is nauw verbonden met het getuigenis van de eenheid dat door de Kerk wordt gegeven (...) Het past ons hier te wijzen op het teken bij uitstek van eenheid onder alle christenen als de weg en het instrument van de evangelisatie. De verdeeldheid der christenen is een ernstig feit dat zover gaat, dat het het werk van Christus zelf verzwakt".156

Hoe kunnen we dan werkelijk het Evangelie van verzoening verkondigen zonder tegelijkertijd ons in te zetten voor het werk van de verzoening tussen de christenen? Als het waar is dat de Kerk door de werking van de heilige Geest en met de belofte van de onvergankelijkheid het Evangelie heeft gepreekt en nog preekt aan alle naties, dan is het ook waar dat zij de moeilijkheden moet aanvatten die voortvloeien uit het gebrek aan eenheid. Wanneer niet-gelovigen missionarissen ontmoeten die het onderling niet eens zijn, ook al beroepen ze zich allen op Christus, zullen zij dan in staat zijn om de ware boodschap te ontvangen? Zullen ze niet denken dat het Evangelie de oorzaak is van de verdeeldheid, ondanks het feit dat het wordt gepresenteerd als de fundamentele wet van de liefde?




156 Apost. Exhort. Evangelii Nuntiandi (8 december 1975), 77: AAS 68 (1976), 69; vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 1; PAUSELIJKE RAAD VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE EENHEID, Directorium ter toepassing van de beginselen en normen voor de oecumene (25 maart 1993), 205-209: AAS 85 (1993), 1112-1114.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License