Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk I De oecumenische inzet van de katholieke Kerk
    • Vernieuwing en bekering
      • 17
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

17. Wat de andere christenen betreft, hebben de voornaamste documenten van de Commissie Geloof en Kerkorde28 en de verklaringen n.a.v. talrijke tweezijdige gesprekken de christelijke Gemeenschappen reeds nuttige werktuigen geleverd om te onderscheiden wat voor de oecumenische beweging en voor de bekering die zij moet opwekken, noodzakelijk is. Deze studies zijn onder een dubbele invalshoek belangrijk: zij tonen de reeds bereikte stappen voorwaarts, die aanzienlijk zijn en vervullen met hoop omdat zij een zekere basis vormen voor het onderzoek dat moet worden voortgezet en verdiept.

De gemeenschap die groeit in een voortdurende hervorming, doorgevoerd in het licht van de apostolische Overlevering, is in de huidige situatie van het christelijke volk zonder twijfel een van de karakteristieke en belangrijkste kenmerken van de oecumene. Anderzijds is zij ook een fundamentele garantie voor haar toekomst. De gelovigen van de katholieke Kerk kunnen niet over het hoofd zien dat de oecumenische opbloei van het Tweede Vaticaans Concilie een van de resultaten is van het toenmalige streven van de Kerk om zich in het licht van het Evangelie en van de grote traditie zelf te onderzoeken. Mijn voorganger, paus Johannes XXIII, had dat goed begrepen toen hij bij het bijeenroepen van het Concilie weigerde aggiornamento te scheiden van oecumenische openheid. 29 Bij de sluiting van het Concilie bezegelde paus Paulus VI plechtig de inzet van het Concilie voor de oecumene door de vernieuwing van de dialoog van liefde met de Kerken die in gemeenschap zijn met de patriarch van Constantinopel en door zich te verenigen met de patriarch in het concrete en zeer betekenisvolle gebaar dat de excommunicaties van het verleden "veroordeelde tot vergetelheid" en wiste uit de herinnering en uit het midden van de Kerk. Er moet aan herinnerd worden dat de vestiging van een speciaal lichaam voor oecumenische zaken samenviel met het begin van de voorbereidingen voor het Tweede Vaticaans Concilie en dat door dit lichaam de meningen en oordelen van de andere christelijke Gemeenschappen een rol speelden in de grote debatten over de Openbaring, de Kerk, de natuur van de oecumene en de godsdienstvrijheid. 30




28 Vgl. in het bijzonder het Lima-document: Doopsel, eucharistie en ambt (januari 1982); en de studie van de GEMEENSCHAPPELIJKE WERKGROEP TUSSEN DE KATHOLIEKE KERK EN DE WERELDRAAD VAN KERKEN, Confessing the ‘One’ Faith (1991), Document no.153 van de Commissie Geloof en Kerkorde, Genève, 1991.



29 Vgl. Openingstoespraak van het TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE (11 oktober 1992): AAS 54 (1962), 973.



30 Het gaat om het Secretariaat voor de Bevordering van de Eenheid der Christenen, dat door paus Johannes XXIII met het Motu Proprio Superno Dei Nutu (5 juni 1960), 9: AAS 52 (1960), 436, en bevestigd door de volgende documenten: Motu Proprio Appropinquante Concilio (6 augustus 1962), c.III, a. 7, par.2,1: AAS 54 (1962), 614; vgl. PAULUS VI Apost.Constit. Regimini Ecclesiae Universae (15 augustus 1967), 92-94: AAS 59 (1967), 918-919. Dit dicasterium heet nu de PAUSELIJKE RAAD VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE EENHEID: vgl. JOHANNES PAULUS II, Apost.Constit. Pastor Bonus (28 juni 1988), V, art.135-138: AAS 80 (1988), 895-896.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License