Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| beleven, die voelden hoe hun hart in hen brandde, toen
2 Intro, 0,1| toen de Verrezene hen op hun weg begeleidde en de Schriften
3 I, 2,10 | techniek en cultuur in al hun uiteenlopende verschijningsvormen
4 I, 5,18 | de dag na de sabbat als hun feestdag genomen, omdat
5 II, 1,19 | overwegen en een plaats in hun leven te geven.~ ~
6 II, 1,20 | weer bijeen, toen Jezus hun verscheen en aan Thomas
7 II, 2,22 | kerkvaders benadrukken dit in hun geschriften en prediking
8 II, 3,23 | verkondigen door middel van hun uitleg van "de uitspraken
9 II, 3,23 | meer de sabbat vieren maar hun leven richten naar de dag
10 II, 3,23 | zijn leerlingen waren, als hun Leermeester verwachtten?"
11 II, 5,26 | doet leven en hen sterkt op hun weg.26 In het licht van
12 II, 6,27 | opmerkte dat de christenen hun bijeenkomsten hielden op "
13 III, 1,31 | inwendig, in het binnenste van hun hart, de dood en verrijzenis
14 III, 2,33 | alle tijden aanwezig. In hun getuigenis weerklinkt voor
15 III, 2,33 | uitsprak, het brak en het hun toereikte" (Lc 24,30). De
16 III, 4,36 | van de beste uitingen van hun identiteit en hun "dienstwerk"
17 III, 4,36 | uitingen van hun identiteit en hun "dienstwerk" als "huiskerken",
18 III, 4,36 | wanneer de ouders met hun kinderen deelhebben aan
19 III, 4,36 | de taak van de ouders is hun kinderen te leren deel te
20 III, 4,36 | van de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd,
21 III, 4,36 | zijn toevertrouwd, door hun de zwaarwegende redenen
22 III, 4,36 | aanwezig zijn. Dat geeft hun de gelegenheid te ervaren
23 III, 4,36 | naast de eigenheden van hun geestelijke wegen die er
24 III, 4,36 | parochiebijeenkomsten van hun bedienaar, de priester,
25 III, 6,38 | kinderen die, opgeslokt door hun werk en verschillende bezigheden
26 III, 7,41 | herhalen bij het hernieuwen van hun keuze trouw te zijn aan
27 III, 8,43 | leven van de gelovigen, hun lofprijzing, hun lijden,
28 III, 8,43 | gelovigen, hun lofprijzing, hun lijden, hun gebed, hun werk,
29 III, 8,43 | lofprijzing, hun lijden, hun gebed, hun werk, worden
30 III, 8,43 | hun lijden, hun gebed, hun werk, worden verenigd met
31 III, 0,45 | diens Geest, de taken die hun in hun gewone leven wachtten,
32 III, 0,45 | Geest, de taken die hun in hun gewone leven wachtten, aan
33 III, 0,45 | verrijzenis, geroepen in hun gewone dagelijkse leven
34 III, 0,45 | verantwoordelijkheid voelen die hun is toevertrouwd. Na het
35 III, 0,45 | onmiddellijk de behoefte voelden hun vreugde om de ontmoeting
36 III, 0,45 | de Heer te gaan delen met hun broeders (vgl. Lc 24,33-
37 III, 1,46 | eerste eeuwen tot op heden hun gelovigen steeds weer gewezen
38 III, 1,46 | onder Diocletianus, toen hun samenkomsten ten strengste
39 III, 1,46 | provincie Africa proconsularis hun aanklagers: "Wij hebben
40 III, 1,48 | grote aantallen mensen die hun geloof op coherente wijze
41 III, 1,49 | als ze 's zondags niet in hun woonplaats zijn, alle moeite
42 III, 1,49 | plaatselijke gemeenschap met hun persoonlijk getuigenis verrijken.
43 III, 1,49 | gastvrijheidszin ten opzichte van hun broeders en zusters die
44 III, 3,51 | hen die ten dienste van hun broeders het ambtelijk priesterschap
45 III, 3,51 | om het priesterschap van hun doopsel te beleven door
46 III, 3,51 | getuigenis van de heiligheid van hun leven.~
47 III, 6,54 | eucharistie aan zieken brengen en hun daarmee een groet en de
48 IV, 1,58 | worden versterkt en van hun diepste grondslag voorzien
49 IV, 2,61 | de vaders niet ontgaan in hun overweging van het bijbelse
|