Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| voleinding in zijn persoon van de eerste schepping, en het begin
2 Intro, 0,1| dankbaarheid terugdenkt aan de eerste dag van de wereld. Het is
3 Intro, 0,1| de vroege morgen van de eerste dag van de week (vgl. Mc
4 Intro, 0,2| werkelijk de "oudste en eerste feestdag",4 niet alleen
5 I, 1,8 | de Schrift ons vanaf de eerste bladzijden meedeelt over
6 I, 1,8 | Dat was dus volgens het eerste bijbelse scheppingsverhaal
7 I, 1,8 | sabbat' die zo sterk het Eerste Verbond kenmerkt en in zekere
8 I, 2,10 | exercens schreef, vormen de eerste hoofdstukken van Genesis
9 I, 2,11 | 11. Op de eerste bladzijde van Genesis is
10 I, 3,14 | heiliging' van de sabbat in het eerste bijbelse scheppingsverhaal
11 I, 4,17 | voorschrift is dus niet op de eerste plaats slechts een onderbreking
12 I, 5,18 | vreugde waarmee God op de eerste sabbat van de mensheid de
13 I, 5,18 | gaat men over naar de "eerste dag na de sabbat"; van de
14 I, 5,18 | van de zevende dag naar de eerste dag: de dies Domini wordt
15 II, 1,19 | praktijk die zich vanaf de eerste jaren na Christus' verrijzenis
16 II, 1,19 | verrijzenis van de Heer en de eerste onder de dagen".16 En Augustinus
17 II, 1,20 | uit de doden plaats op de "eerste dag na de sabbat" (Mc 16,
18 II, 1,20 | Pinksteren was een zondag, de eerste dag van de achtste week
19 II, 1,20 | werd. Het was de dag van de eerste verkondiging en van de eerste
20 II, 1,20 | eerste verkondiging en van de eerste doopsels. Petrus kondigde
21 II, 2 | De eerste dag van de week~
22 II, 2,21 | apostolische tijden de 'eerste dag na de sabbat', de eerste
23 II, 2,21 | eerste dag na de sabbat', de eerste dag van de week, het eigen
24 II, 2,21 | kenmerken (1Kor 16,2). Op de 'eerste dag na de sabbat' waren
25 II, 2,21 | verbreide gebruik om de eerste dag van de week "dag des
26 II, 2,22 | 22. In de eerste tijden van de kerk was het
27 II, 3,23 | legt de catechese van de eerste eeuwen de nadruk wanneer
28 II, 3,23 | zeggen na de sabbat, en de eerste van de week."22 Het onderscheid
29 II, 4,24 | verrijzenis die plaats vond "op de eerste dag na de sabbat" verbonden
30 II, 4,24 | sabbat" verbonden met de eerste dag van die kosmische week (
31 II, 5,26 | hart lag: de zondag is de eerste dag en ook 'de achtste dag'.
32 II, 5,26 | zondag als tegelijkertijd "eerste dag" en "achtste dag" van
33 II, 8,29 | vgl. Joh 14,26), van de eerste verschijning van de Verrezene
34 III, 1,31 | de tijd het beeld van de eerste christengemeenschap voortgezet,
35 III, 1,31 | toen hij schreef dat de eerste gedoopten "zich ernstig
36 III, 2,33 | uitdrukking die door de eerste generatie christenen gebruikt
37 III, 4,36 | te wijzen, dat het in de eerste plaats de taak van de ouders
38 III, 7,39 | het Brood des Levens. De eerste blijft voortdurend inzicht
39 III, 0,45 | verkondigen, zijn, zoals de eerste getuigen van de verrijzenis,
40 III, 1,46 | de zielenherders vanaf de eerste eeuwen tot op heden hun
41 III, 1,46 | hebben, zoals men van de eerste eeuwen tot nu toe heeft
42 III, 1,46 | kunnen vaststellen.~In zijn eerste Apologie gericht tot keizer
43 III, 1,47 | die de christenen uit de eerste eeuwen zo sterk voelden,
44 III, 1,47 | goot deze traditie voor de eerste keer in de vorm van een
45 III, 1,49 | aan de vooravond met de eerste vespers.88 Wat soms als
46 IV, 1,55 | vreugde. "Weest ieder op de eerste dag van de week vol vreugde"
47 IV, 1,55 | kerkelijk bewustzijn van de eerste eeuwen doet het vreugdevolle
48 IV, 1,56 | de wekelijkse echo van de eerste ervaringen met de Verrezene,
|