Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| schept de Heer, laat ons hem vieren met vreugde" (Ps
2 Intro, 0,1| Jezus hen bezocht en zij van Hem de gave van zijn vrede en
3 Intro, 0,5| van de kerkgemeenschap tot Hem te bidden. Bij dat alles
4 I, 1 | Alles is door Hem geworden" (Joh 1,3)~
5 I, 1,8 | evangelie: "alles is door Hem geworden en zonder Hem is
6 I, 1,8 | door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden" (1,3).
7 I, 1,8 | Kolossenzen schrijft: "Want in Hem is alles geschapen in de
8 I, 1,8 | heelal is geschapen door Hem en voor Hem" (Kol 1,16).
9 I, 1,8 | geschapen door Hem en voor Hem" (Kol 1,16). Deze actieve
10 I, 1,8 | de zevende dag zegende en hem heilig maakte" (Gn 2,3).
11 I, 1,8 | Gn 2,2) en de rust door Hem verleend aan het volk van
12 I, 2,9 | van de genade wendt tot Hem die haar gemaakt heeft.
13 I, 2,10 | totaliteit van de dingen naar Hem terug te voeren, zodat na
14 I, 2,11 | zijn beeld gemaakt is door hem te roepen zich in een liefdesverbond
15 I, 2,12 | ook met het heil dat door Hem aan Israël wordt aangeboden
16 I, 3 | de zevende dag en maakte hem heilig" (Gn 2,3)~
17 I, 3,14 | gezegende' dag is, door Hem 'geheiligd'. Met andere
18 I, 3,14 | Met andere woorden, door Hem onderscheiden van de andere
19 I, 3,14 | Tijd en ruimte behoren Hem toe. Hij is geen eendagsgod,
20 I, 4,16 | te rusten in de Heer door Hem heel de schepping te overhandigen,
21 I, 5,18 | Christus in heerlijkheid. In Hem wordt de 'geestelijke' zin
22 II, 1,20 | liet zien wie Hij was door hem de tekenen van zijn lijden
23 II, 3,23 | leven is opgebloeid door Hem en zijn dood door dat geheim
24 II, 3,23 | dan kunnen leven buiten Hem die reeds de profeten, die
25 II, 4,25 | het heil te gedenken dat hem in het doopsel geboden is
26 II, 4,25 | doopsel geboden is en dat van hem een nieuwe mens in Christus
27 II, 4,25 | In de doop zijt gij met Hem begraven, maar ook met Hem
28 II, 4,25 | Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door uw geloof
29 II, 4,25 | in de kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan." (
30 II, 8,29 | wordt. Geconfronteerd met Hem in de zondagse bijeenkomst
31 III, 1,31 | is bijeengeroepen, door Hem die zijn leven gegeven heeft "
32 III, 2,33 | bleef eten. Zij herkenden Hem, toen Hij "het brood nam,
33 III, 8,42 | zijn ontelbare gaven door Hem te verheerlijken "door Christus,
34 III, 8,42 | verheerlijken "door Christus, met Hem en in Hem, in de eenheid
35 III, 8,42 | Christus, met Hem en in Hem, in de eenheid van de heilige
36 III, 8,42 | 16; Joh 1,3) en dat ze in Hem, die na de staat van dienaar
37 III, 3,51 | Offerlam en zichzelf met Hem op aan God. Al moet er onderscheid
38 IV, 2,59 | alle wezens op aarde, in Hem" (Ef 1,10). Ook de herdenking
39 IV, 2,61 | om de dag te eren die aan hem is toegewijd, geenszins
40 IV, 2,61 | maar eerder een hulp die hem de gelegenheid biedt zijn
41 IV, 2,62 | van de joodse sabbat voor hem niet meer gelden en verleden
42 IV, 2,63 | Heren te schenden, maar om hem zijn volle betekenis te
|