Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| tegelijkertijd, in de hoop die doet leven, beschouwt als de voorafbeelding
2 Intro, 0,4| van het maatschappelijk leven als geheel. Het beantwoordt
3 Intro, 0,6| zondag in het christelijk leven te geven. Op die wijze volgen
4 Intro, 0,6| heeft verwekt tot een nieuw leven van hoop' (1Pe 1,3)".8~
5 Intro, 0,7| hart van het christelijk leven bevindt. Ik heb dan ook
6 Intro, 0,7| onze betrekkingen en ons leven.~ ~
7 I, 3,13 | de pijlers van het morele leven beschrijven en universeel
8 I, 4,16 | moet heel het godsdienstig leven van de mens inspireren om
9 II, 1,19 | overwegen en een plaats in hun leven te geven.~ ~
10 II, 2,21 | het eigen ritme van het leven van de leerlingen van Christus
11 II, 2,21 | de jonge man Eutuchus tot leven wekte. Het boek van de Openbaring
12 II, 3,23 | de sabbat vieren maar hun leven richten naar de dag des
13 II, 3,23 | des Heren, waarop ook ons leven is opgebloeid door Hem en
14 II, 3,23 | hoe zullen wij dan kunnen leven buiten Hem die reeds de
15 II, 5,26 | blijvende aankondiging van het leven zonder eind die de hoop
16 II, 5,26 | hoop van de christenen doet leven en hen sterkt op hun weg.
17 II, 5,26 | op zijn doel: het eeuwig leven.28~ ~
18 II, 7,28 | mysterie dat de kerk blijvend leven houdt.34 Deze gebeurtenis
19 III, 1,31 | bijeengeroepen, door Hem die zijn leven gegeven heeft "om de verstrooide
20 III, 1,31 | aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken
21 III, 2,32 | realiteit van het kerkelijk leven niet alleen een bijzonder
22 III, 2,32 | staan in het centrum van het leven van de kerk."41~ ~
23 III, 3,34 | liturgische en sacramentele leven. Door haar wezen is zij
24 III, 3,34 | gemaakt aan zijn eeuwig leven"44 benadrukt met grote kracht
25 III, 4,36 | ervoor te zorgen dat het leven en eenheid van de kerkelijke
26 III, 6,38 | verschillende bezigheden die bij het leven horen, moeite doen om elke
27 III, 7,40 | bij wijze van gewoonte het leven van de gelovige personen
28 III, 7,40 | afgestemd op de vragen en het leven van de mensen van nu.~ ~
29 III, 7,41 | wat wij horen, ons hele leven diepgaand bepaalt.69~ ~
30 III, 8,42 | alles zijn oorsprong en zijn leven ontleent. Ten slotte richt
31 III, 8,43 | ledematen van zijn lichaam. Het leven van de gelovigen, hun lofprijzing,
32 III, 0,45 | taken die hun in hun gewone leven wachtten, aan te pakken.
33 III, 0,45 | in hun gewone dagelijkse leven te evangeliseren en te getuigen.
34 III, 0,45 | de plicht van heel zijn leven een geschenk te maken, een
35 III, 1,46 | de Heer kunnen wij niet leven". En een van de martelaressen
36 III, 2,50 | belang van die mis voor het leven van de gelovigen is het
37 III, 3,51 | van de heiligheid van hun leven.~
38 III, 4,52 | het gewone kader van het leven. Ouders en kinderen bijvoorbeeld
39 III, 4,52 | indien mogelijk ook in het leven van de leek geen tijden
40 IV, 1,57 | vanzelfsprekend het hele leven kenmerken en niet alleen
41 IV, 2,61 | en het verlangen om het leven te bevorderen en door te
|