Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,2| de homilie van een auteur uit de vierde eeuw stelt, dat
2 Intro, 0,3| der tijden, nodigt hen ook uit de betekenis van de zondag,
3 Intro, 0,4| volksdeelname en door een, om het zo uit te drukken, breed maatschappelijk
4 Intro, 0,4| van louter rust of er op uit gaan. Dienaangaande is het
5 Intro, 0,6| opstanding van Jezus Christus uit de doden, heeft verwekt
6 I, 2,9 | ervaart voor Diegene die alles uit het niets tevoorschijn gebracht
7 I, 2,10 | De wereld is voortgekomen uit de hand van God en draagt
8 I, 2,11 | goede" (Gn 1,31) werk dat uit zijn handen is voortgekomen
9 I, 2,11 | contemplatieve' blik die niet uit is op nieuwe projecten,
10 I, 2,12 | aangeboden tijdens de bevrijding uit de slavernij van Egypte (
11 I, 2,12 | wordt door bepaalde gegevens uit de hebreeuwse traditie zelf12,
12 I, 2,12 | en oorlog sla Ik het land uit en in veiligheid laat Ik
13 I, 4,17 | hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom
14 I, 5,18 | mensheid de schepping die uit het niets te voorschijn
15 II, 1,20 | verrijzenis van Jezus Christus uit de doden plaats op de "eerste
16 II, 1,20 | zich aan de twee leerlingen uit Emmaus bekend (vgl. Lc 24,
17 II, 2,21 | inderdaad de volle betekenis die uit de paasboodschap voortvloeit: "
18 II, 3,23 | op de hardnekkigheid van, uit het jodendom afkomstige,
19 II, 4,25 | de kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan." (
20 II, 8,29 | mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde,
21 II, 9,30 | diepte. Een oosters schrijver uit de derde eeuw vertelt, dat
22 III, 1,31 | herinnering aan een gebeurtenis uit het verleden, maar vooral
23 III, 1,31 | mensen te zijn, samengesteld uit "elke stam en taal en volk
24 III, 3,34 | al dan niet op zondag. Uit de vermelding van de bisschop
25 III, 3,34 | waarop Christus verrezen is uit de doden en ons deelgenoot
26 III, 5,37 | stad, het nieuwe Jeruzalem uit de hemel, van bij God zal
27 III, 0,45 | precies zoals de leerlingen uit Emmaus die de verrezen Christus
28 III, 1,46 | bijvoorbeeld een verhandeling uit de derde eeuw met de titel
29 III, 1,46 | waarbij zowel gelovigen uit de stad als van het platteland
30 III, 1,47 | behoefte die de christenen uit de eerste eeuwen zo sterk
31 III, 3,51 | eucharistisch offer te voltrekken en uit naam van het hele volk aan
32 III, 3,51 | putten er licht en kracht uit om het priesterschap van
33 III, 5,53 | waaraan verschillende groepen uit de wijde omgeving kunnen
34 IV, 1,55 | vreugde."99 Deze vreugdekreet uit de maronitische liturgie
35 IV, 1,56 | zondagseucharistie drukt de vreugde uit die Christus aan zijn kerk
36 IV, 2,59 | 20,8-11) en de uittocht uit Egypte (vgl. Dt 5,12-15)
37 IV, 2,60 | vrije liefdesbeslissing uit het niets tevoorschijn bracht.
38 IV, 2,62 | hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom
|