Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,4| tot 'feestvieren' die de mens aangeboren is. Nu de oorspronkelijke
2 Intro, 0,4| helaas gebeuren, dat de mens, zelfs in feestkledij, niet
3 I, 1,8 | volheid van de tijd" (Gal 4,4) mens is geworden, dan is het
4 I, 2,9 | de verbazing weer die de mens vervult bij het zien van
5 I, 2,9 | tussen de grootsheid van de mens die naar Gods beeld en gelijkenis
6 I, 2,10 | open voor het werk van de mens open. "Op de zevende dag
7 I, 2,10 | licht op de zending van de mens ten opzichte van de kosmos.
8 I, 2,10 | ware als voorbeeld voor de mens. Deze is immers niet alleen
9 I, 2,10 | onderstreept wordt: "De mens is naar het beeld van God
10 I, 2,10 | onderwerping van alles aan de mens de naam van God over de
11 I, 2,11 | God een voorbeeld voor de mens. Zijn 'rust' is dat eveneens: "
12 I, 2,11 | maar in het bijzonder op de mens, hoogtepunt van de schepping.
13 I, 3,13 | universeel in het hart van de mens gegrift zijn. Door dit gebod
14 I, 3,15 | mensenleven en de hele tijd van de mens moeten eigenlijk geleefd
15 I, 3,15 | Maar de relatie van de mens met God heeft ook behoefte
16 I, 3,15 | van die relatie, waarop de mens zijn zang naar God doet
17 I, 3,15 | God toebehoren en dat de mens zich niet aan zijn werk
18 I, 4,16 | godsdienstig leven van de mens inspireren om uiteindelijk
19 I, 4,16 | dag te bereiken waarop de mens geroepen wordt te rusten.
20 I, 4,17 | is, krijgt de rust van de mens, de dag van de Heer, zijn
21 I, 4,17 | betekenis. Daarmee treedt de mens in de dimensie van de 'rust'
22 I, 5,18 | heeft de bestemming van de mens, en daarmee die van de hele
23 II, 4,25 | en dat van hem een nieuwe mens in Christus gemaakt heeft. "
24 IV | DIES HOMINIS -~DAG VAN DE MENS~ ~De zondag, dag van vreugde,
25 IV, 1,58 | en de openbaring van de mens naar het plan van God. Zoals
26 IV, 1,58 | feest', een door God aan de mens gegeven dag om menselijk
27 IV, 2,61 | dag, de dag waarop God de mens maakte "naar zijn beeld
28 IV, 2,61 | van God' en de 'dag van de mens' is de vaders niet ontgaan
29 IV, 2,61 | Dan lees ik dat Hij de mens maakte en dat Hij zich daarna
30 IV, 2,61 | zijn met de 'dag van de mens'. Wanneer nu het gebod van
31 IV, 2,61 | komen verplichting voor de mens, maar eerder een hulp die
32 IV, 2,61 | God te eren herontdekt de mens zich volledig. Zo blijkt
33 IV, 2,63 | sabbat is gemaakt om de mens, maar niet de mens om de
34 IV, 2,63 | om de mens, maar niet de mens om de sabbat" (Mc 2,27).
35 IV, 2,63 | rechten van God en die van de mens te eerbiedigen, het bevrijdende
36 IV, 2,63 | verrijzen van Christus heeft de mens inderdaad van een veel diepgewortelder
37 IV, 2,63 | slavernij van de zonde die de mens verwijdert van God, verwijdert
38 IV, 2,63 | verwijdert van God, verwijdert de mens van zichzelf en van de anderen
|