Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| herinnering op aan de dag van de verrijzenis van Christus.~Het is het
2 Intro, 0,2| 2. De verrijzenis van Jezus is de gebeurtenis
3 Intro, 0,2| eeuwigheid' toe. Door de verrijzenis van Christus niet alleen
4 Intro, 0,2| De zondag is de dag der verrijzenis, de dag der christenen,
5 Intro, 0,3| tot de eigen dag van de verrijzenis van Christus, telkens gevierd
6 Intro, 0,6| nemen en zo het lijden, de verrijzenis en de heerlijkheid van de
7 I, 1,8 | Christus zelf door zijn verrijzenis binnengegaan. En het volk
8 I, 5,18 | genomen, omdat op die dag de verrijzenis van de Heer had plaatsgevonden.
9 I, 5,18 | voltooiing gevonden in de dood en verrijzenis van Christus, ook al zal
10 II, 1,19 | omwille van de eerbiedwaardige verrijzenis van onze Heer Jezus Christus
11 II, 1,19 | eerste jaren na Christus' verrijzenis ontwikkeld had. Basilius
12 II, 1,19 | heilige zondag, geëerd door de verrijzenis van de Heer en de eerste
13 II, 1,19 | band tussen de zondag en de verrijzenis van de Heer wordt door alle
14 II, 1,19 | men toch specifiek op de verrijzenis van Christus moet wijzen
15 II, 1,20 | van de evangelies had de verrijzenis van Jezus Christus uit de
16 II, 1,20 | belofte die Jezus na zijn verrijzenis gedaan had (vgl. Lc 24,49;
17 II, 2,22 | viering van de dag van de verrijzenis een leerstellige en symbolische
18 II, 4,24 | die er bestaat tussen de verrijzenis en de schepping aan het
19 II, 4,24 | inderdaad op spontane wijze de verrijzenis die plaats vond "op de eerste
20 II, 4,24 | verbinding zette er toe aan de verrijzenis op te vatten als het begin
21 II, 4,25 | de dag "waarop de kerk de verrijzenis van de Heer herdenkt",24
22 II, 6,27 | en de gedenkdag van zijn verrijzenis is de eeuwige weerspiegeling,
23 III, 1,31 | haar hoop. Als dag van de verrijzenis is de zondag niet alleen
24 III, 1,31 | van hun hart, de dood en verrijzenis van Christus herdenken.
25 III, 2,32 | bijeengeroepen wordt om de verrijzenis van de Heer te gedenken.
26 III, 2,33 | komen om het geloof in zijn verrijzenis te belijden en om de vruchten
27 III, 5,37 | zijn de herinnering aan de verrijzenis van Christus en het wekelijkse
28 III, 7,39 | paasmysterie waarin Jezus na zijn verrijzenis zijn leerlingen zelf heeft
29 III, 8,43 | met de herdenking van de verrijzenis. Anderzijds is de 'eucharistische'
30 III, 0,45 | de eerste getuigen van de verrijzenis, geroepen in hun gewone
31 III, 2,50 | bij de dag waarop men de verrijzenis van de Heer gedenkt. Met
32 IV, 1,55 | dat men, als teken van de verrijzenis, staande bidt en dat men
33 IV, 1,58 | de hernieuwing van zijn verrijzenis. Het is hier op aarde het
34 IV, 2,59 | verlossing door de dood en verrijzenis van Christus. Meer dan de
35 IV, 2,63 | verleggen naar de dag van de verrijzenis. Het lijden, sterven en
|