Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| van de week (vgl. Mc 16,2) naar het graf gingen, dit
2 Intro, 0,2| 2. De verrijzenis van Jezus
3 Intro, 0,2| de "heer van de dagen" is.2 Zij die de genade ontvangen
4 I, 1,8 | en hem heilig maakte" (Gn 2,3). Dat was dus volgens
5 I, 1,8 | rust van God" (vgl. Gn 2,2) en de rust door Hem verleend
6 I, 1,8 | rust van God" (vgl. Gn 2,2) en de rust door Hem verleend
7 I, 2,10 | had tot voltooiing" (Gn 2,2). Via deze antropomorfe
8 I, 2,10 | had tot voltooiing" (Gn 2,2). Via deze antropomorfe
9 I, 2,11 | dat Hij verricht had" (Gn 2,2). Ook hier worden we geconfronteerd
10 I, 2,11 | Hij verricht had" (Gn 2,2). Ook hier worden we geconfronteerd
11 I, 2,12 | tegenover zijn bruid (vgl. Hos 2,16-24; Jr 2,2; Js 54,4-8).~
12 I, 2,12 | bruid (vgl. Hos 2,16-24; Jr 2,2; Js 54,4-8).~Om werkelijk
13 I, 2,12 | vgl. Hos 2,16-24; Jr 2,2; Js 54,4-8).~Om werkelijk
14 I, 2,12 | Heer leren kennen" (Hos 2,20-22).~
15 I, 3 | en maakte hem heilig" (Gn 2,3)~
16 II, 1,20 | dag na de sabbat" (Mc 16,2-9; Lc 24,1; Joh 20,1). Op
17 II, 1,20 | joodse Paasfeest (vgl. Hnd 2,1), toen door de uitstorting
18 II, 1,20 | lieten zich dopen" (Hnd 2,41). Het was de epifanie,
19 II, 2,21 | gaan kenmerken (1Kor 16,2). Op de 'eerste dag na de
20 II, 2,21 | Christus is de Heer" (Fil 2,11; vgl. Hnd 2,36; 1Kor
21 II, 2,21 | Heer" (Fil 2,11; vgl. Hnd 2,36; 1Kor 12,3). Zo kenden
22 II, 4,24 | kosmische week (vgl. Gn 1,1-2 en 4) die in het boek Genesis
23 II, 4,25 | dood deed opstaan." (Kol 2,12; vgl. Rom 6,4-6). De
24 II, 6,27 | de heidenen straalt" (Lc 2,32).~ ~
25 II, 7,28 | en als "een vuur" (Hnd 2,2-3), over de met Maria
26 II, 7,28 | en als "een vuur" (Hnd 2,2-3), over de met Maria bijeengekomen
27 III, 1,31 | brood en in het gebed" (Hnd 2,42).~ ~
28 III, 5,37 | man heeft getooid" (Apk 21,2).~ ~
29 III, 8,43 | dood aan een kruis" (Fil 2,8). De mis is werkelijk
30 IV, 1,58 | verheerlijkte Christus104 (vgl. Hnd 2,24-31), het volmaakte beeld
31 IV, 2,59 | van de schepping (vgl. Gn 2,1-3; Ex 20,8-11) en de uittocht
32 IV, 2,60 | stand had gebracht" (Gn 2,3). De dag van de rust van
33 IV, 2,61 | door Gods zegen (vgl. Gn 2,3) en men zou kunnen zeggen,
34 IV, 2,63 | de mens om de sabbat" (Mc 2,27). Door zich tegen de
|