Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,6| moeten "samenkomen om het woord van God te aanhoren en aan
2 I, 2,11 | Juist het vleesgeworden Woord zal, door de eschatologische
3 II, 1,20 | verrezen was en zij "die zijn woord aannamen lieten zich dopen" (
4 II, 8,29 | willig te luisteren naar het woord en het Lichaam van de Heer
5 III, 2,33 | leidde tot inzicht in het Woord en uiteindelijk bij hen
6 III, 4,36 | aan de ene tafel van het Woord en het Brood des Levens.
7 III, 7 | De tafel van het Woord~
8 III, 7,39 | deelhebben aan de tafel van het Woord en aan de tafel van het
9 III, 7,39 | Hij is aanwezig in zijn Woord "wanneer de heilige schriften
10 III, 7,39 | dat "de liturgie van het woord en de eucharistische liturgie
11 III, 7,39 | eveneens: "Om de tafel van het woord van God voor de gelovigen
12 III, 7,39 | gelovigen de 'honger naar het woord van God' (vgl. Am 8,11)
13 III, 7,40 | nauwkeurig bekijken hoe het woord van God verkondigd wordt
14 III, 7,40 | geboden mogelijkheid het woord van God in de taal van de
15 III, 7,40 | verantwoordelijkheid' ten opzichte van dit woord oplegt, namelijk om "ook
16 III, 7,40 | de verkondiging van het woord van God in de geest van
17 III, 7,40 | liturgische verkondiging van het Woord de verhoopte vruchten zal
18 III, 7,40 | door het overwegen van het woord van God dat verkondigd zal
19 III, 7,40 | aan de bedienaars van het Woord. Zij hebben de plicht de
20 III, 7,40 | plicht de uitleg van het Woord van de Heer met zorg voor
21 III, 7,41 | liturgische verkondiging van het woord van God, met name in het
22 III, 7,41 | de verkondiging van het Woord tijdens de zondagse eucharistieviering
23 III, 7,41 | Bij het doorgeven van zijn woord verwacht God inderdaad ons
24 III, 8,42 | 42. De tafel van het Woord gaat op natuurlijke wijze
25 III, 9,44 | gedachte het nadrukkelijke Woord van Christus: "Als gij uw
26 III, 1,46 | Heren niet samenkomen om het Woord des Levens te aanhoren en
27 III, 1,48 | door het luisteren naar het woord van God, door het opdragen
28 III, 5,53 | breken van het brood van het Woord en van de eucharistie, in
29 IV, 1,56 | zagen" (Joh 20,20). Het Woord dat Christus vóór zijn lijden
30 IV, 2,60 | geheimvolle begin toen het eeuwige woord van God de wereld met een
|