Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| kruisiging van Christus en die, toen zij in de vroege morgen
2 Intro, 0,1| hun hart in hen brandde, toen de Verrezene hen op hun
3 Intro, 0,1| van diezelfde dag ervoeren toen de verrezen Jezus hen bezocht
4 Intro, 0,3| belang nogmaals onderstreept, toen hij zijn goedkeuring hechtte
5 Intro, 0,3| apostolische brief zijn gerijpt toen ik bisschop was in Krakau,
6 Intro, 0,6| Tweede Vaticaans Concilie, toen dit onderrichtte, dat de
7 I, 1,8 | welwillende blik van God toen Hij bij het beëindigen van
8 I, 4,17 | na de schepping ervoer, toen Hij zag dat alles wat Hij
9 II, 1,20 | dagen later weer bijeen, toen Jezus hun verscheen en aan
10 II, 1,20 | Paasfeest (vgl. Hnd 2,1), toen door de uitstorting van
11 II, 2,21 | het breken van het brood", toen Paulus tot hen zijn afscheidsrede
12 II, 2,21 | en een wonder verrichtte, toen hij de jonge man Eutuchus
13 II, 2,21 | stadhouder van Bithynia, toen hij vaststelde, dat de christenen
14 II, 6,27 | gebruikelijke terminologie toen hij opmerkte dat de christenen
15 II, 6,27 | vreugde die Simeon ervoer toen hij het goddelijk Kind in
16 II, 7,28 | de christelijke zondag.33 Toen Hij op de avond van het
17 II, 9,30 | heeft in dezelfde geest, toen het stelling nam inzake
18 III, 1,31 | heeft willen weergeven, toen hij schreef dat de eerste
19 III, 2,33 | die de apostelen opdeden toen zij op de avond van Pasen
20 III, 2,33 | van Pasen bijeen waren, toen de Verrezene onder hen verscheen (
21 III, 2,33 | eten. Zij herkenden Hem, toen Hij "het brood nam, de zegen
22 III, 1,46 | vervolging onder Diocletianus, toen hun samenkomsten ten strengste
23 IV, 1,56 | waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen" (Joh
24 IV, 2,60 | naar het geheimvolle begin toen het eeuwige woord van God
25 IV, 2,61 | ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte de aarde,
26 IV, 2,61 | ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte de zon,
27 IV, 2,61 | lees ik nergens dat Hij toen rustte. Dan lees ik dat
28 IV, 2,61 | rusten legde, omdat Hij toen iemand had aan wie Hij diens
29 IV, 2,63 | verkondigden, gelijk hadden, toen zij zich gerechtigd voelden
|