1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1748
Chapter, Paragraph, Number
501 I, 5,18 | de vreugde waarmee God op de eerste sabbat van de mensheid
502 I, 5,18 | op de eerste sabbat van de mensheid de schepping die
503 I, 5,18 | eerste sabbat van de mensheid de schepping die uit het niets
504 I, 5,18 | voortaan zijn uitdrukking in de vreugde waarmee Christus
505 I, 5,18 | Christus op paaszondag aan de zijnen verschenen is en
506 I, 5,18 | zijnen verschenen is en de gave van de vrede en de
507 I, 5,18 | verschenen is en de gave van de vrede en de Geest bracht (
508 I, 5,18 | de gave van de vrede en de Geest bracht (vgl. Joh 20,
509 I, 5,18 | In het paasmysterie heeft de bestemming van de mens,
510 I, 5,18 | heeft de bestemming van de mens, en daarmee die van
511 I, 5,18 | mens, en daarmee die van de hele schepping die "kreunt
512 I, 5,18 | haar nieuwe 'uittocht' naar de vrijheid van de kinderen
513 I, 5,18 | uittocht' naar de vrijheid van de kinderen Gods die met Christus
514 I, 5,18 | Oudtestamentische voorschrift over de dag van de Heer hernomen,
515 I, 5,18 | voorschrift over de dag van de Heer hernomen, ingepast
516 I, 5,18 | en volledig ontsluierd in de glorie die straalt van het
517 I, 5,18 | straalt van het gelaat van de verrezen Christus (2Kor
518 I, 5,18 | Christus (2Kor 4,6). Van de 'sabbat' gaat men over naar
519 I, 5,18 | sabbat' gaat men over naar de "eerste dag na de sabbat";
520 I, 5,18 | over naar de "eerste dag na de sabbat"; van de zevende
521 I, 5,18 | eerste dag na de sabbat"; van de zevende dag naar de eerste
522 I, 5,18 | van de zevende dag naar de eerste dag: de dies Domini
523 I, 5,18 | dag naar de eerste dag: de dies Domini wordt dies Christi,
524 I, 5,18 | Domini wordt dies Christi, de dag van de Heer wordt de
525 I, 5,18 | dies Christi, de dag van de Heer wordt de dag van Christus!~ ~
526 I, 5,18 | de dag van de Heer wordt de dag van Christus!~ ~
527 II | Hoofdstuk II~ ~DIES CHRISTI~ ~De dag van de verrezen Heer
528 II | DIES CHRISTI~ ~De dag van de verrezen Heer en van de
529 II | de verrezen Heer en van de gave van de Geest~ ~
530 II | Heer en van de gave van de Geest~ ~
531 II, 1,19 | 19. "Wij vieren de zondag omwille van de eerbiedwaardige
532 II, 1,19 | vieren de zondag omwille van de eerbiedwaardige verrijzenis
533 II, 1,19 | praktijk die zich vanaf de eerste jaren na Christus'
534 II, 1,19 | had. Basilius spreekt van de "heilige zondag, geëerd
535 II, 1,19 | heilige zondag, geëerd door de verrijzenis van de Heer
536 II, 1,19 | door de verrijzenis van de Heer en de eerste onder
537 II, 1,19 | verrijzenis van de Heer en de eerste onder de dagen".16
538 II, 1,19 | Heer en de eerste onder de dagen".16 En Augustinus
539 II, 1,19 | 16 En Augustinus noemt de zondag "het sacrament van
540 II, 1,19 | zeer directe band tussen de zondag en de verrijzenis
541 II, 1,19 | band tussen de zondag en de verrijzenis van de Heer
542 II, 1,19 | zondag en de verrijzenis van de Heer wordt door alle kerken,
543 II, 1,19 | het oosten, benadrukt. In de oosterse kerken is elke
544 II, 1,19 | is elke zondag met name de anastasimos hêmera, de dag
545 II, 1,19 | name de anastasimos hêmera, de dag van de verrijzenis18
546 II, 1,19 | anastasimos hêmera, de dag van de verrijzenis18 en vanwege
547 II, 1,19 | duidelijk dat, zelfs als de dag des Heren, zoals gezegd
548 II, 1,19 | heeft in het werk zelf van de schepper en rechtstreekser
549 II, 1,19 | het bijbelse mysterie van de 'rust' van God, men toch
550 II, 1,19 | God, men toch specifiek op de verrijzenis van Christus
551 II, 1,19 | Christus moet wijzen om de volledige betekenis ervan
552 II, 1,19 | ervan te vatten. Dat doet de christelijke zondag, die
553 II, 1,19 | christelijke zondag, die elke week de paasgebeurtenis, die de
554 II, 1,19 | de paasgebeurtenis, die de bron is van het heil van
555 II, 1,19 | bron is van het heil van de wereld, aan de gelovigen
556 II, 1,19 | heil van de wereld, aan de gelovigen voorhoudt om te
557 II, 1,20 | overeenstemmend getuigenis van de evangelies had de verrijzenis
558 II, 1,20 | getuigenis van de evangelies had de verrijzenis van Jezus Christus
559 II, 1,20 | verrijzenis van Jezus Christus uit de doden plaats op de "eerste
560 II, 1,20 | Christus uit de doden plaats op de "eerste dag na de sabbat" (
561 II, 1,20 | plaats op de "eerste dag na de sabbat" (Mc 16,2-9; Lc 24,
562 II, 1,20 | Op diezelfde dag maakte de verrezen Heer zich aan de
563 II, 1,20 | de verrezen Heer zich aan de twee leerlingen uit Emmaus
564 II, 1,20 | 35) en verscheen Hij aan de elf apostelen die bijeen
565 II, 1,20 | getuigt (Joh 20,26), waren de leerlingen acht dagen later
566 II, 1,20 | zien wie Hij was door hem de tekenen van zijn lijden
567 II, 1,20 | van zijn lijden te tonen. De dag van Pinksteren was een
568 II, 1,20 | Pinksteren was een zondag, de eerste dag van de achtste
569 II, 1,20 | zondag, de eerste dag van de achtste week van het joodse
570 II, 1,20 | vgl. Hnd 2,1), toen door de uitstorting van de heilige
571 II, 1,20 | door de uitstorting van de heilige Geest de belofte
572 II, 1,20 | uitstorting van de heilige Geest de belofte die Jezus na zijn
573 II, 1,20 | vervuld werd. Het was de dag van de eerste verkondiging
574 II, 1,20 | werd. Het was de dag van de eerste verkondiging en van
575 II, 1,20 | eerste verkondiging en van de eerste doopsels. Petrus
576 II, 1,20 | doopsels. Petrus kondigde de verzamelde menigte aan,
577 II, 1,20 | dopen" (Hnd 2,41). Het was de epifanie, de openbaring,
578 II, 1,20 | 41). Het was de epifanie, de openbaring, van de kerk
579 II, 1,20 | epifanie, de openbaring, van de kerk die naar buiten trad
580 II, 1,20 | als het volk waarbinnen de verspreide kinderen van
581 II, 2 | De eerste dag van de week~
582 II, 2 | De eerste dag van de week~
583 II, 2,21 | sinds apostolische tijden de 'eerste dag na de sabbat',
584 II, 2,21 | tijden de 'eerste dag na de sabbat', de eerste dag van
585 II, 2,21 | eerste dag na de sabbat', de eerste dag van de week,
586 II, 2,21 | sabbat', de eerste dag van de week, het eigen ritme van
587 II, 2,21 | ritme van het leven van de leerlingen van Christus
588 II, 2,21 | kenmerken (1Kor 16,2). Op de 'eerste dag na de sabbat'
589 II, 2,21 | 2). Op de 'eerste dag na de sabbat' waren ook de gelovigen
590 II, 2,21 | na de sabbat' waren ook de gelovigen van Troas bijeengekomen "
591 II, 2,21 | wonder verrichtte, toen hij de jonge man Eutuchus tot leven
592 II, 2,21 | leven wekte. Het boek van de Openbaring laat ons het
593 II, 2,21 | wijd verbreide gebruik om de eerste dag van de week "
594 II, 2,21 | gebruik om de eerste dag van de week "dag des Heren" te
595 II, 2,21 | die tijd zou het een van de kenmerken zijn waardoor
596 II, 2,21 | kenmerken zijn waardoor de christenen van de hen omringende
597 II, 2,21 | waardoor de christenen van de hen omringende wereld onderscheiden
598 II, 2,21 | werd al in het begin van de tweede eeuw geschreven door
599 II, 2,21 | geschreven door Plinius de Jonge, stadhouder van Bithynia,
600 II, 2,21 | toen hij vaststelde, dat de christenen de gewoonte hadden "
601 II, 2,21 | vaststelde, dat de christenen de gewoonte hadden "op een
602 II, 2,21 | hadden "op een vaste dag van de week voor het opgaan van
603 II, 2,21 | week voor het opgaan van de zon bijeen te komen en samen
604 II, 2,21 | voor een god".19 En wanneer de christenen spraken over
605 II, 2,21 | christenen spraken over de "dag des Heren", gaven ze
606 II, 2,21 | gaven ze die term inderdaad de volle betekenis die uit
607 II, 2,21 | volle betekenis die uit de paasboodschap voortvloeit: "
608 II, 2,21 | voortvloeit: "Jezus Christus is de Heer" (Fil 2,11; vgl. Hnd
609 II, 2,21 | Christus dezelfde titel toe die de septuagint in de openbaring
610 II, 2,21 | toe die de septuagint in de openbaring van het Oude
611 II, 2,22 | 22. In de eerste tijden van de kerk
612 II, 2,22 | In de eerste tijden van de kerk was het wekelijks ritme
613 II, 2,22 | het wekelijks ritme van de dagen niet algemeen bekend
614 II, 2,22 | niet algemeen bekend in de streken waar het evangelie
615 II, 2,22 | evangelie verbreid werd en de feestdagen van de Griekse
616 II, 2,22 | werd en de feestdagen van de Griekse en Romeinse kalenders
617 II, 2,22 | kalenders niet samenvielen met de christelijke zondag. Dat
618 II, 2,22 | christelijke zondag. Dat bezorgde de christenen grote problemen
619 II, 2,22 | problemen bij het vieren van de zondag met zijn karakter
620 II, 2,22 | karakter van vaste dag in de week. Hierin ziet men de
621 II, 2,22 | de week. Hierin ziet men de reden waarom de gelovigen
622 II, 2,22 | ziet men de reden waarom de gelovigen gedwongen werden
623 II, 2,22 | werden voor het opgaan van de zon bijeen te komen.20 Niettemin
624 II, 2,22 | komen.20 Niettemin vond de trouw aan het wekelijks
625 II, 2,22 | Testament en verbonden met de openbaring van het Oude
626 II, 2,22 | van het Oude Testament. De apologeten en kerkvaders
627 II, 2,22 | Lucas (vgl. 24,27 en 44-47) de verrezen Christus zelf aan
628 II, 2,22 | van deze teksten verkreeg de viering van de dag van de
629 II, 2,22 | verkreeg de viering van de dag van de verrijzenis een
630 II, 2,22 | de viering van de dag van de verrijzenis een leerstellige
631 II, 2,22 | symbolische waarde waarin de volledige nieuwheid van
632 II, 3 | Groeiend onderscheid met de sabbat~
633 II, 3,23 | die nieuwheid vooral legt de catechese van de eerste
634 II, 3,23 | vooral legt de catechese van de eerste eeuwen de nadruk
635 II, 3,23 | catechese van de eerste eeuwen de nadruk wanneer zij haar
636 II, 3,23 | wanneer zij haar best doet om de zondag tegenover de joodse
637 II, 3,23 | doet om de zondag tegenover de joodse sabbat nader in te
638 II, 3,23 | sabbat nader in te vullen. Op de dag van de sabbat gold voor
639 II, 3,23 | te vullen. Op de dag van de sabbat gold voor de joden
640 II, 3,23 | van de sabbat gold voor de joden de plicht in de synagoge
641 II, 3,23 | sabbat gold voor de joden de plicht in de synagoge bijeen
642 II, 3,23 | voor de joden de plicht in de synagoge bijeen te komen
643 II, 3,23 | te komen en zij moesten de door de Wet voorgeschreven
644 II, 3,23 | komen en zij moesten de door de Wet voorgeschreven rust
645 II, 3,23 | voorgeschreven rust in acht nemen. De apostelen en met name Paulus
646 II, 3,23 | door met het bezoeken van de synagoge om Jezus te verkondigen
647 II, 3,23 | middel van hun uitleg van "de uitspraken van de profeten,
648 II, 3,23 | uitleg van "de uitspraken van de profeten, die elke sabbat
649 II, 3,23 | dat het onderhouden van de sabbat en de zondagsviering
650 II, 3,23 | onderhouden van de sabbat en de zondagsviering naast elkaar
651 II, 3,23 | steeds duidelijker tussen de beide dagen een onderscheid
652 II, 3,23 | maken, vooral in reactie op de hardnekkigheid van, uit
653 II, 3,23 | waren vast te houden aan de verplichtingen van de oude
654 II, 3,23 | aan de verplichtingen van de oude wet. Ignatius van Antiochië
655 II, 3,23 | Indien nu zij die volgens de oude zeden geleefd hebben,
656 II, 3,23 | geleefd hebben, maar tot de nieuwe hoop zijn gekomen,
657 II, 3,23 | zijn gekomen, niet meer de sabbat vieren maar hun leven
658 II, 3,23 | maar hun leven richten naar de dag des Heren, waarop ook
659 II, 3,23 | leven buiten Hem die reeds de profeten, die in de geest
660 II, 3,23 | reeds de profeten, die in de geest zijn leerlingen waren,
661 II, 3,23 | En juist daarom heeft de Heer zijn zegel aan zijn
662 II, 3,23 | zegel aan zijn dag gehecht, de derde dag na zijn lijden
663 II, 3,23 | zijn lijden en sterven. In de achtdaagse cyclus echter
664 II, 3,23 | achtdaagse cyclus echter is hij de achtste na de zevende, dat
665 II, 3,23 | echter is hij de achtste na de zevende, dat wil zeggen
666 II, 3,23 | zevende, dat wil zeggen na de sabbat, en de eerste van
667 II, 3,23 | zeggen na de sabbat, en de eerste van de week."22 Het
668 II, 3,23 | sabbat, en de eerste van de week."22 Het onderscheid
669 II, 3,23 | 22 Het onderscheid tussen de zondag en de joodse sabbat
670 II, 3,23 | onderscheid tussen de zondag en de joodse sabbat wordt in het
671 II, 3,23 | wordt in het bewustzijn van de kerk steeds groter, maar
672 II, 3,23 | maar in sommige periodes in de geschiedenis zal men als
673 II, 3,23 | geschiedenis zal men als gevolg van de nadruk die gelegd wordt
674 II, 3,23 | nadruk die gelegd wordt op de verplichte zondagsrust,
675 II, 3,23 | tot 'sabbatisering' van de dag des Heren waarnemen.
676 II, 3,23 | christelijke streken worden de sabbat en de zondag beschouwd
677 II, 3,23 | streken worden de sabbat en de zondag beschouwd als "twee
678 II, 4 | De dag van de nieuwe schepping~
679 II, 4 | De dag van de nieuwe schepping~
680 II, 4,24 | 24. De vergelijking van de christelijke
681 II, 4,24 | 24. De vergelijking van de christelijke zondag en het
682 II, 4,24 | gegeven. Men heeft met name de bijzondere relatie die er
683 II, 4,24 | relatie die er bestaat tussen de verrijzenis en de schepping
684 II, 4,24 | tussen de verrijzenis en de schepping aan het licht
685 II, 4,24 | inderdaad op spontane wijze de verrijzenis die plaats vond "
686 II, 4,24 | verrijzenis die plaats vond "op de eerste dag na de sabbat"
687 II, 4,24 | vond "op de eerste dag na de sabbat" verbonden met de
688 II, 4,24 | de sabbat" verbonden met de eerste dag van die kosmische
689 II, 4,24 | scheppingsverhaal vorm geeft: de dag van de schepping van
690 II, 4,24 | scheppingsverhaal vorm geeft: de dag van de schepping van het licht (
691 II, 4,24 | verbinding zette er toe aan de verrijzenis op te vatten
692 II, 4,24 | Christus in heerlijkheid de eerstelingen vormt, daar
693 II, 4,24 | eerstelingen vormt, daar Hij zelf de "Eerstgeborene van heel
694 II, 4,24 | Eerstgeborene van heel de schepping" (Kol 1,15) en
695 II, 4,24 | ook "Eerstgeborene onder de doden" (vgl. Kol 1,18) is.~
696 II, 4,25 | 25. De zondag is werkelijk de dag
697 II, 4,25 | De zondag is werkelijk de dag waarop de christen,
698 II, 4,25 | werkelijk de dag waarop de christen, meer dan op enige
699 II, 4,25 | Christus gemaakt heeft. "In de doop zijt gij met Hem begraven,
700 II, 4,25 | verrezen, door uw geloof in de kracht van God die Hem uit
701 II, 4,25 | kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan." (Kol
702 II, 4,25 | Kol 2,12; vgl. Rom 6,4-6). De liturgie benadrukt deze
703 II, 4,25 | benadrukt deze doopdimensie van de zondag door aan te sporen
704 II, 4,25 | doopsels niet alleen in de paasnacht te vieren, maar
705 II, 4,25 | maar ook op deze dag van de week, de dag "waarop de
706 II, 4,25 | op deze dag van de week, de dag "waarop de kerk de verrijzenis
707 II, 4,25 | de week, de dag "waarop de kerk de verrijzenis van
708 II, 4,25 | de dag "waarop de kerk de verrijzenis van de Heer
709 II, 4,25 | kerk de verrijzenis van de Heer herdenkt",24 en eveneens
710 II, 4,25 | boeteritus voor het begin van de mis de besprenkeling met
711 II, 4,25 | voor het begin van de mis de besprenkeling met wijwater
712 II, 5 | De achtste dag, beeld van de
713 II, 5 | De achtste dag, beeld van de eeuwigheid~
714 II, 5,26 | Anderzijds doet het feit, dat de sabbat nu eenmaal de zevende
715 II, 5,26 | dat de sabbat nu eenmaal de zevende dag van de week
716 II, 5,26 | eenmaal de zevende dag van de week is, ons de dag van
717 II, 5,26 | dag van de week is, ons de dag van de Heer bezien in
718 II, 5,26 | week is, ons de dag van de Heer bezien in het licht
719 II, 5,26 | aanvullende symboliek die de vaders na aan het hart lag:
720 II, 5,26 | vaders na aan het hart lag: de zondag is de eerste dag
721 II, 5,26 | het hart lag: de zondag is de eerste dag en ook 'de achtste
722 II, 5,26 | is de eerste dag en ook 'de achtste dag'. Dat wil zeggen
723 II, 5,26 | dag'. Dat wil zeggen dat de zondag, gezien de opeenvolging
724 II, 5,26 | zeggen dat de zondag, gezien de opeenvolging van telkens
725 II, 5,26 | niet alleen het begin van de tijd in zich draagt, maar
726 II, 5,26 | zich draagt, maar meer nog de voltooiing ervan in het '
727 II, 5,26 | Basilius verklaart, dat de zondag staat voor de werkelijk
728 II, 5,26 | dat de zondag staat voor de werkelijk unieke dag die
729 II, 5,26 | unieke dag die zal volgen na de huidige tijd, de dag zonder
730 II, 5,26 | volgen na de huidige tijd, de dag zonder einde die avond
731 II, 5,26 | dat geen ouderdom kent; de zondag is de blijvende aankondiging
732 II, 5,26 | ouderdom kent; de zondag is de blijvende aankondiging van
733 II, 5,26 | het leven zonder eind die de hoop van de christenen doet
734 II, 5,26 | zonder eind die de hoop van de christenen doet leven en
735 II, 5,26 | weg.26 In het licht van de laatste dag die volledig
736 II, 5,26 | laatste dag die volledig de voorloperssymboliek van
737 II, 5,26 | voorloperssymboliek van de sabbat zal verwerkelijken,
738 II, 5,26 | Belijdenissen door te spreken over de eschaton als over "vrede
739 II, 5,26 | vrede zonder avond".27 De viering van de zondag als
740 II, 5,26 | avond".27 De viering van de zondag als tegelijkertijd "
741 II, 5,26 | dag" en "achtste dag" van de week biedt de christen het
742 II, 5,26 | achtste dag" van de week biedt de christen het uitzicht op
743 II, 6,27 | symbolische waarde die door de gelovige overweging en de
744 II, 6,27 | de gelovige overweging en de pastorale praktijk aan de
745 II, 6,27 | de pastorale praktijk aan de dag van de Heer is toegekend.
746 II, 6,27 | praktijk aan de dag van de Heer is toegekend. Een verstandige
747 II, 6,27 | pastorale intuïtie heeft de kerk ingegeven de "dag van
748 II, 6,27 | heeft de kerk ingegeven de "dag van de zon", dat is
749 II, 6,27 | kerk ingegeven de "dag van de zon", dat is de naam die
750 II, 6,27 | dag van de zon", dat is de naam die de Romeinen aan
751 II, 6,27 | zon", dat is de naam die de Romeinen aan deze dag gaven
752 II, 6,27 | christianiseren. Op deze wijze werden de gelovigen afgehouden van
753 II, 6,27 | afgehouden van een eredienst die de zon vergoddelijkte en richtte
754 II, 6,27 | vergoddelijkte en richtte zij de viering van deze dag op
755 II, 6,27 | van deze dag op Christus, de ware 'zon' van de mensheid.
756 II, 6,27 | Christus, de ware 'zon' van de mensheid. Justinus gebruikt,
757 II, 6,27 | Justinus gebruikt, als hij aan de heidenen schrijft, de gebruikelijke
758 II, 6,27 | aan de heidenen schrijft, de gebruikelijke terminologie
759 II, 6,27 | terminologie toen hij opmerkte dat de christenen hun bijeenkomsten
760 II, 6,27 | bijeenkomsten hielden op "de dag van de zon".30 Maar
761 II, 6,27 | bijeenkomsten hielden op "de dag van de zon".30 Maar de verwijzing
762 II, 6,27 | dag van de zon".30 Maar de verwijzing naar die uitdrukking
763 II, 6,27 | krijgt vanaf die tijd voor de gelovigen een nieuwe en
764 II, 6,27 | inderdaad het licht van de wereld (vgl. Joh 9,5; vgl.
765 II, 6,27 | vgl. ook 1,4-5 en 9), en de gedenkdag van zijn verrijzenis
766 II, 6,27 | van zijn verrijzenis is de eeuwige weerspiegeling,
767 II, 6,27 | weerspiegeling, in het weekritme van de tijd, van de openbaring
768 II, 6,27 | weekritme van de tijd, van de openbaring van zijn heerlijkheid.
769 II, 6,27 | openbaring van zijn heerlijkheid. De zondag als door de zege
770 II, 6,27 | heerlijkheid. De zondag als door de zege van de verrezen Christus
771 II, 6,27 | zondag als door de zege van de verrezen Christus verlichte
772 II, 6,27 | gemeenschappelijk nachtelijk gebed in de oosterse liturgieën ter
773 II, 6,27 | voorbereiding op en begin van de zondag. In haar bijeenkomst,
774 II, 6,27 | generatie, op die dag maakt de kerk de verwondering van
775 II, 6,27 | op die dag maakt de kerk de verwondering van Zacharias
776 II, 6,27 | verwondering van Zacharias tot de hare, wanneer hij zijn blik
777 II, 6,27 | die hij aankondigt als "de Opgaande Zon, die verschijnt
778 II, 6,27 | hen die in het duister en de schaduw van de dood gezeten
779 II, 6,27 | duister en de schaduw van de dood gezeten zijn" (Lc 1,
780 II, 6,27 | gezeten zijn" (Lc 1,78-79). En de kerk zindert mee met de
781 II, 6,27 | de kerk zindert mee met de vreugde die Simeon ervoer
782 II, 6,27 | als "een licht dat voor de heidenen straalt" (Lc 2,
783 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~
784 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~
785 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~
786 II, 7,28 | 28. De zondag, dag van het licht,
787 II, 7,28 | zou met betrekking tot de heilige Geest ook dag van
788 II, 7,28 | verbonden met het 'vuur' van de Geest. Deze twee beelden
789 II, 7,28 | Deze twee beelden geven de betekenis aan van de christelijke
790 II, 7,28 | geven de betekenis aan van de christelijke zondag.33 Toen
791 II, 7,28 | christelijke zondag.33 Toen Hij op de avond van het paasfeest
792 II, 7,28 | Hij over hen zei: "Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge
793 II, 7,28 | heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze
794 II, 7,28 | vergeven" (Joh 20,22-23). De uitstorting van de heilige
795 II, 7,28 | 23). De uitstorting van de heilige Geest was op paaszondag
796 II, 7,28 | paaszondag het grote geschenk van de Verrezene aan zijn leerlingen.
797 II, 7,28 | opnieuw zondag, wanneer de heilige Geest vijftig dagen
798 II, 7,28 | vuur" (Hnd 2,2-3), over de met Maria bijeengekomen
799 II, 7,28 | gebeurtenis bij het ontstaan van de kerk, maar ook een mysterie
800 II, 7,28 | maar ook een mysterie dat de kerk blijvend leven houdt.
801 II, 7,28 | liturgisch sterk moment met de jaarlijkse viering waarmee
802 II, 7,28 | jaarlijkse viering waarmee de "grote zondag"35 wordt afgesloten,
803 II, 7,28 | Pinksteren blijft, juist vanwege de innige band met het paasmysterie,
804 II, 7,28 | paasmysterie, ook gegrift in de diepe betekenis van elke
805 II, 7,28 | bij gelegenheid waarvan de christenen de vreugdevolle
806 II, 7,28 | gelegenheid waarvan de christenen de vreugdevolle ervaring van
807 II, 7,28 | vreugdevolle ervaring van de ontmoeting van de apostelen
808 II, 7,28 | ervaring van de ontmoeting van de apostelen met de Verrezene
809 II, 7,28 | ontmoeting van de apostelen met de Verrezene herbeleven, door
810 II, 7,28 | zich te laten bezielen door de adem van zijn Geest.~ ~
811 II, 8 | De dag van het geloof~
812 II, 8,29 | Door al deze aspecten die de zondag kenmerken, lijkt
813 II, 8,29 | lijkt deze bij uitstek de dag van het geloof. Door
814 II, 8,29 | geloof. Door het geloof maakt de heilige Geest, het levend "
815 II, 8,29 | het levend "geheugen" van de kerk (vgl. Joh 14,26), van
816 II, 8,29 | kerk (vgl. Joh 14,26), van de eerste verschijning van
817 II, 8,29 | eerste verschijning van de Verrezene een gebeurtenis
818 II, 8,29 | Geconfronteerd met Hem in de zondagse bijeenkomst voelen
819 II, 8,29 | zondagse bijeenkomst voelen de gelovigen zich aangesproken
820 II, 8,29 | zich aangesproken zoals de apostel Thomas: "Kom hier
821 II, 8,29 | gelovig" (Joh 20,27). Ja, de zondag is de dag van het
822 II, 8,29 | 20,27). Ja, de zondag is de dag van het geloof. Het
823 II, 8,29 | geloof. Het feit, dat in de liturgie van de zondagen,
824 II, 8,29 | dat in de liturgie van de zondagen, en overigens ook
825 II, 8,29 | zondagen, en overigens ook van de grote feestdagen, plaats
826 II, 8,29 | plaats is ingeruimd voor de geloofsbelijdenis, benadrukt
827 II, 8,29 | doop- en paaskarakter van de zondag door er de dag van
828 II, 8,29 | paaskarakter van de zondag door er de dag van te maken waarop
829 II, 8,29 | dag van te maken waarop de gedoopte, op een bijzondere
830 II, 8,29 | woord en het Lichaam van de Heer te ontvangen overweegt
831 II, 8,29 | ontvangen overweegt hij de verrezen Jezus die onder '
832 II, 8,29 | aanwezig is, en hij belijdt met de apostel Thomas: "Mijn Heer
833 II, 9,30 | Men begrijpt dus, waarom de identiteit van deze dag,
834 II, 9,30 | identiteit van deze dag, ook in de context van de moeilijkheden
835 II, 9,30 | dag, ook in de context van de moeilijkheden van onze tijd,
836 II, 9,30 | Een oosters schrijver uit de derde eeuw vertelt, dat
837 II, 9,30 | derde eeuw vertelt, dat de gelovigen in elke streek
838 II, 9,30 | elke streek al regelmatig de zondag heiligden.36 De spontane
839 II, 9,30 | regelmatig de zondag heiligden.36 De spontane praktijk is vervolgens
840 II, 9,30 | spontane praktijk is vervolgens de rechtens gesanctioneerde
841 II, 9,30 | gesanctioneerde norm geworden: de dag des Heren bepaalde de
842 II, 9,30 | de dag des Heren bepaalde de structuur van de tweeduizendjarige
843 II, 9,30 | bepaalde de structuur van de tweeduizendjarige geschiedenis
844 II, 9,30 | tweeduizendjarige geschiedenis van de kerk. Hoe kan men dan denken,
845 II, 9,30 | kan men dan denken, dat de zondag niet ook haar verdere
846 II, 9,30 | geschiedenis zal markeren? De problemen die in onze tijd
847 II, 9,30 | onze tijd het nakomen van de zondagsplicht bemoeilijken,
848 II, 9,30 | moederlijke zorg is voor de omstandigheden van ieder
849 II, 9,30 | niet verstoken raakt van de overvloed aan genaden die
850 II, 9,30 | overvloed aan genaden die de viering van de dag des Heren
851 II, 9,30 | genaden die de viering van de dag des Heren met zich brengt.
852 II, 9,30 | het stelling nam inzake de hypothetische veranderingen
853 II, 9,30 | hypothetische veranderingen van de kerkelijke kalender in overeenstemming
854 II, 9,30 | overeenstemming met wijzigingen van de systemen van de burgerlijke
855 II, 9,30 | wijzigingen van de systemen van de burgerlijke kalenders, verklaard
856 II, 9,30 | kalenders, verklaard dat de kerk alleen die wijzigingen
857 II, 9,30 | wijzigingen accepteert die "de week met zeven dagen met
858 II, 9,30 | week met zeven dagen met de zondag intact laten en waarborgen".
859 II, 9,30 | laten en waarborgen".37 Op de drempel van het derde millennium
860 II, 9,30 | derde millennium blijft de viering van de christelijke
861 II, 9,30 | millennium blijft de viering van de christelijke zondag, gegeven
862 II, 9,30 | christelijke zondag, gegeven de vele betekenissen en aspecten
863 II, 9,30 | met betrekking tot juist de grondslagen van het geloof,
864 II, 9,30 | een bepalend onderdeel van de christelijke identiteit.~ ~
865 III | DIES ECCLESIAE - DAG VAN DE KERK~De eucharistische samenkomst,
866 III | ECCLESIAE - DAG VAN DE KERK~De eucharistische samenkomst,
867 III | eucharistische samenkomst, hart van de Zondag~
868 III, 1 | De aanwezigheid van de verrezen
869 III, 1 | De aanwezigheid van de verrezen Heer~
870 III, 1,31 | met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld" (
871 III, 1,31 | is nog steeds te horen in de kerk die daarin het vruchtbare
872 III, 1,31 | van haar bestaan vindt en de bron van haar hoop. Als
873 III, 1,31 | van haar hoop. Als dag van de verrijzenis is de zondag
874 III, 1,31 | dag van de verrijzenis is de zondag niet alleen herinnering
875 III, 1,31 | maar vooral viering van de levende aanwezigheid van
876 III, 1,31 | levende aanwezigheid van de verrezen Christus temidden
877 III, 1,31 | verrezen Christus temidden van de zijnen.~Het is voor het
878 III, 1,31 | aanwezigheid niet voldoende dat de leerlingen van Christus
879 III, 1,31 | binnenste van hun hart, de dood en verrijzenis van
880 III, 1,31 | Christus herdenken. Wie de genade van het doopsel ontvangen
881 III, 1,31 | dan ook van belang, dat de gedoopten bijeenkomen om
882 III, 1,31 | uitdrukking te geven aan de eigen identiteit van de
883 III, 1,31 | de eigen identiteit van de kerk, de ekklesia, de samenkomst
884 III, 1,31 | identiteit van de kerk, de ekklesia, de samenkomst
885 III, 1,31 | van de kerk, de ekklesia, de samenkomst die door de verrezen
886 III, 1,31 | de samenkomst die door de verrezen Heer is bijeengeroepen,
887 III, 1,31 | leven gegeven heeft "om de verstrooide kinderen van
888 III, 1,31 | door het ontvangen van de Geest. Deze eenheid is uitwendig
889 III, 1,31 | uitwendig zichtbaar wanneer de christenen bijeenkomen:
890 III, 1,31 | getuigen ervan tegenover de wereld. In de samenkomst
891 III, 1,31 | tegenover de wereld. In de samenkomst van de leerlingen
892 III, 1,31 | wereld. In de samenkomst van de leerlingen wordt in de tijd
893 III, 1,31 | van de leerlingen wordt in de tijd het beeld van de eerste
894 III, 1,31 | in de tijd het beeld van de eerste christengemeenschap
895 III, 1,31 | op voorbeeldige wijze in de Handelingen van de apostelen
896 III, 1,31 | wijze in de Handelingen van de apostelen heeft willen weergeven,
897 III, 1,31 | weergeven, toen hij schreef dat de eerste gedoopten "zich ernstig
898 III, 1,31 | zich ernstig toelegden op de leer der apostelen, trouw
899 III, 2 | De eucharistische samenkomst~
900 III, 2,32 | 32. De eucharistie is van deze
901 III, 2,32 | bepaald opzicht, ook juist de "bron"39 ervan. De eucharistie
902 III, 2,32 | juist de "bron"39 ervan. De eucharistie voedt en vormt
903 III, 2,32 | eucharistie voedt en vormt de kerk: "Omdat het brood één
904 III, 2,32 | 10,17). Het mysterie van de kerk wordt, gezien zijn
905 III, 2,32 | het lichaam en bloed van de Heer, vooral in de eucharistie
906 III, 2,32 | bloed van de Heer, vooral in de eucharistie verkondigd,
907 III, 2,32 | geproefd en beleefd.40~De diep-kerkelijke dimensie
908 III, 2,32 | diep-kerkelijke dimensie van de eucharistie wordt telkens
909 III, 2,32 | reden, haar uitdrukking op de dag waarop de gemeenschap
910 III, 2,32 | uitdrukking op de dag waarop de gemeenschap bijeengeroepen
911 III, 2,32 | bijeengeroepen wordt om de verrijzenis van de Heer
912 III, 2,32 | wordt om de verrijzenis van de Heer te gedenken. Op veelbetekenende
913 III, 2,32 | veelbetekenende wijze onderricht de Katechismus van de katholieke
914 III, 2,32 | onderricht de Katechismus van de katholieke kerk: "De zondagsviering
915 III, 2,32 | van de katholieke kerk: "De zondagsviering van de dag
916 III, 2,32 | De zondagsviering van de dag des Heren en van de
917 III, 2,32 | de dag des Heren en van de eucharistie van de Heer
918 III, 2,32 | en van de eucharistie van de Heer staan in het centrum
919 III, 2,32 | centrum van het leven van de kerk."41~ ~
920 III, 2,33 | 33. Met name tijdens de zondagsmis herbeleven de
921 III, 2,33 | de zondagsmis herbeleven de christenen met een bijzondere
922 III, 2,33 | een bijzondere intensiteit de ervaring die de apostelen
923 III, 2,33 | intensiteit de ervaring die de apostelen opdeden toen zij
924 III, 2,33 | apostelen opdeden toen zij op de avond van Pasen bijeen waren,
925 III, 2,33 | Pasen bijeen waren, toen de Verrezene onder hen verscheen (
926 III, 2,33 | kleine kern van leerlingen, de eerstelingen van de kerk,
927 III, 2,33 | leerlingen, de eerstelingen van de kerk, was op een bepaalde
928 III, 2,33 | alle generaties gelovigen de heilwens van Christus, vervuld
929 III, 2,33 | van Christus, vervuld van de Messiaanse gave van de vrede
930 III, 2,33 | van de Messiaanse gave van de vrede die door zijn bloed
931 III, 2,33 | werd: "Vrede zij u." In de terugkomst van Christus
932 III, 2,33 | zien van het gebruik van de christengemeente om elke
933 III, 2,33 | christengemeente om elke achtste dag, de 'dag des Heren', de zondag,
934 III, 2,33 | dag, de 'dag des Heren', de zondag, bijeen te komen
935 III, 2,33 | verrijzenis te belijden en om de vruchten te ontvangen die
936 III, 2,33 | die aangekondigd worden in de zaligspreking: "Zalig die
937 III, 2,33 | Deze nauwe relatie tussen de verschijning van de Verrezene
938 III, 2,33 | tussen de verschijning van de Verrezene en de eucharistie
939 III, 2,33 | verschijning van de Verrezene en de eucharistie wordt in het
940 III, 2,33 | evangelie van Lucas aangeduid in de geschiedenis van de twee
941 III, 2,33 | aangeduid in de geschiedenis van de twee Emmausgangers bij wie
942 III, 2,33 | toen Hij "het brood nam, de zegen uitsprak, het brak
943 III, 2,33 | hun toereikte" (Lc 24,30). De handelingen die Jezus bij
944 III, 2,33 | een uitdrukking die door de eerste generatie christenen
945 III, 2,33 | christenen gebruikt wordt om de eucharistie aan te duiden.~ ~
946 III, 3 | De eucharistie op zondag~
947 III, 3,34 | 34. De zondagse eucharistie heeft,
948 III, 3,34 | status die verschilt van de eucharistie die op om het
949 III, 3,34 | epiphanie, een openbaring van de kerk,42 en het cruciale
950 III, 3,34 | moment daarin is, wanneer de gemeenschap van het bisdom
951 III, 3,34 | eigen herder te bidden: "De kerk wordt het meest zichtbaar
952 III, 3,34 | altaar, met aan het hoofd de bisschop, omringd door zijn
953 III, 3,34 | zijn altaardienaren."43 De betrekking met de bisschop
954 III, 3,34 | altaardienaren."43 De betrekking met de bisschop en met de gehele
955 III, 3,34 | betrekking met de bisschop en met de gehele kerkelijke gemeenschap
956 III, 3,34 | kenmerk van elke viering van de eucharistie, al dan niet
957 III, 3,34 | dan niet voorgegaan door de bisschop, al dan niet op
958 III, 3,34 | dan niet op zondag. Uit de vermelding van de bisschop
959 III, 3,34 | zondag. Uit de vermelding van de bisschop in het eucharistisch
960 III, 3,34 | Toch benadrukt met name de zondagse eucharistieviering
961 III, 3,34 | zondagse eucharistieviering de kerkelijke dimensie en maakt
962 III, 3,34 | andere eucharistievieringen. De verplichting tot het gemeenschappelijk
963 III, 3,34 | gemeenschappelijk samenzijn en de bijzondere plechtigheid
964 III, 3,34 | omdat deze gevierd wordt op de "dag waarop Christus verrezen
965 III, 3,34 | Christus verrezen is uit de doden en ons deelgenoot
966 III, 3,34 | benadrukt met grote kracht de kerkelijke dimensie ervan
967 III, 3,34 | voorbeeld te stellen van de andere eucharistische vieringen.
968 III, 3,34 | zijn waar het mysterie van de kerk concreet verwerkelijkt
969 III, 3,34 | verwerkelijkt wordt. In de viering zelf stelt de gemeenschap
970 III, 3,34 | In de viering zelf stelt de gemeenschap zich open voor
971 III, 3,34 | gemeenschap zich open voor de communio met de wereldkerk,
972 III, 3,34 | open voor de communio met de wereldkerk,45 door de Vader
973 III, 3,34 | met de wereldkerk,45 door de Vader te smeken, dat Hij "
974 III, 3,34 | zijn kerk verspreid over de hele wereld", dat Hij haar
975 III, 3,34 | Hij haar doet groeien in de eenheid van alle gelovigen
976 III, 3,34 | eenheid van alle gelovigen met de paus en de herders van alle
977 III, 3,34 | gelovigen met de paus en de herders van alle kerken,
978 III, 3,34 | van alle kerken, opdat zij de volmaaktheid van de liefde
979 III, 3,34 | zij de volmaaktheid van de liefde zal verwerven.~ ~
980 III, 4 | De dag van de kerk~
981 III, 4 | De dag van de kerk~
982 III, 4,35 | 35. Zo openbaart de dies Domini zich ook als
983 III, 4,35 | dies Domini zich ook als de dies Ecclesiae, dag van
984 III, 4,35 | dies Ecclesiae, dag van de kerk. Op deze wijze begrijpt
985 III, 4,35 | wijze begrijpt men waarom de gemeenschapsdimensie van
986 III, 4,35 | gemeenschapsdimensie van de zondagsviering met name
987 III, 4,35 | in andere omstandigheden de gelegenheid heb gehad erop
988 III, 4,35 | gehad erop te wijzen, is bij de talrijke activiteiten van
989 III, 4,35 | activiteiten van een parochie "voor de gemeenschap niets zo vitaal
990 III, 4,35 | brengt zoveel vorming als de viering van de dag des Heren
991 III, 4,35 | vorming als de viering van de dag des Heren en de eucharistie
992 III, 4,35 | van de dag des Heren en de eucharistie op zondag".46
993 III, 4,35 | Vaticaans Concilie gewezen op de noodzaak ernaar te streven "
994 III, 4,35 | noodzaak ernaar te streven "dat de zin voor de parochiegemeenschap
995 III, 4,35 | streven "dat de zin voor de parochiegemeenschap tot
996 III, 4,35 | komt, heel bijzonder bij de gemeenschappelijke viering
997 III, 4,35 | gemeenschappelijke viering van de zondagsmis".47 In dezelfde
998 III, 4,35 | dat op zon- en feestdagen de eucharistievieringen die
999 III, 4,35 | eucharistievieringen die in de regel in andere kerken of
1000 III, 4,35 | plaatsvinden, rekening houden met de viering in de parochiekerk,
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1748 |