1-500 | 501-943
Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| 1 is in de geschiedenis van de kerk altijd buitengewoon
2 Intro, 0,1| band met de werkelijke kern van het christelijk mysterie.
3 Intro, 0,1| christelijk mysterie. In het ritme van week na week roept de zondag
4 Intro, 0,1| herinnering op aan de dag van de verrijzenis van Christus.~
5 Intro, 0,1| de dag van de verrijzenis van Christus.~Het is het wekelijks
6 Intro, 0,1| dag waarop de overwinning van Christus op de zonde en
7 Intro, 0,1| voleinding in zijn persoon van de eerste schepping, en
8 Intro, 0,1| schepping, en het begin van de "nieuwe schepping" (vgl.
9 Intro, 0,1| terugdenkt aan de eerste dag van de wereld. Het is de dag
10 Intro, 0,1| beschouwt als de voorafbeelding van de 'laatste dag' waarop
11 Intro, 0,1| en die de verwezenlijking van de 'nieuwe wereld' zal zien (
12 Intro, 0,1| zondag is dan ook heel goed van toepassing de uitroep van
13 Intro, 0,1| van toepassing de uitroep van de psalmist: "Zie deze dag
14 Intro, 0,1| getekend door de ontsteltenis van de vrouwen die aanwezig
15 Intro, 0,1| waren bij de kruisiging van Christus en die, toen zij
16 Intro, 0,1| zij in de vroege morgen van de eerste dag van de week (
17 Intro, 0,1| morgen van de eerste dag van de week (vgl. Mc 16,2) naar
18 Intro, 0,1| andere wijze de ervaring van de twee Emmausgangers opnieuw
19 Intro, 0,1| openbaarde door het breken van het brood (vgl. Lc 24, 35
20 Intro, 0,1| 32). Het is de weerklank van de aanvankelijk aarzelende
21 Intro, 0,1| de apostelen op de avond van diezelfde dag ervoeren toen
22 Intro, 0,1| Jezus hen bezocht en zij van Hem de gave van zijn vrede
23 Intro, 0,1| bezocht en zij van Hem de gave van zijn vrede en zijn Geest
24 Intro, 0,2| 2. De verrijzenis van Jezus is de gebeurtenis
25 Intro, 0,2| werkelijkheid die in het licht van het geloof ten volle doorschouwd
26 Intro, 0,2| tevens in het middelpunt van het mysterie van de tijden
27 Intro, 0,2| middelpunt van het mysterie van de tijden bevindt. Zoals
28 Intro, 0,2| tijden bevindt. Zoals de rite van de voorbereiding van de
29 Intro, 0,2| rite van de voorbereiding van de paaskaars in de veelbetekenende
30 Intro, 0,2| veelbetekenende liturgie van de paasnacht in herinnering
31 Intro, 0,2| toe. Door de verrijzenis van Christus niet alleen een
32 Intro, 0,2| generatie laten zien wat de spil van de geschiedenis is, waaraan
33 Intro, 0,2| is, waaraan het mysterie van de oorsprong en dat van
34 Intro, 0,2| van de oorsprong en dat van de uiteindelijke bestemming
35 Intro, 0,2| uiteindelijke bestemming van de wereld verbonden zijn.~
36 Intro, 0,2| zeggen, zoals de homilie van een auteur uit de vierde
37 Intro, 0,2| dag des Heren" de "heer van de dagen" is.2 Zij die de
38 Intro, 0,2| Heer, kunnen de betekenis van die wekelijkse dag alleen
39 Intro, 0,2| doorzien met de huivering van emotie die de heilige Hiëronymus
40 Intro, 0,2| alleen bestemd om het verloop van de tijd te markeren, maar
41 Intro, 0,2| er de diepere betekenis van te openbaren.~ ~
42 Intro, 0,3| belang ervan, dat in de loop van tweeduizend jaar geschiedenis
43 Intro, 0,3| teruggaat tot de eigen dag van de verrijzenis van Christus,
44 Intro, 0,3| eigen dag van de verrijzenis van Christus, telkens gevierd
45 Intro, 0,3| Romeinse kalender.6 De nadering van het derde millennium die
46 Intro, 0,3| gelovigen aanzet in het licht van Christus na te denken over
47 Intro, 0,3| hen ook uit de betekenis van de zondag, zijn 'mysterie',
48 Intro, 0,3| zijn 'mysterie', de waarde van de viering ervan, de betekenis
49 Intro, 0,3| herontdekken.~Graag neem ik kennis van de talrijke acties van het
50 Intro, 0,3| kennis van de talrijke acties van het magisterium en van de
51 Intro, 0,3| acties van het magisterium en van de pastorale initiatieven
52 Intro, 0,3| ontwikkeld. Op de drempel van het grote Jubeljaar 2000
53 Intro, 0,3| Krakau, en na de aanvang van mijn dienstwerk als bisschop
54 Intro, 0,3| dienstwerk als bisschop van Rome en opvolger van Petrus
55 Intro, 0,3| bisschop van Rome en opvolger van Petrus tijdens de bezoeken
56 Intro, 0,3| bezoeken aan de parochies van Rome die regelmatig plaatsvonden
57 Intro, 0,3| plaatsvonden op de zondagen van de verschillende periodes
58 Intro, 0,3| de verschillende periodes van het liturgisch jaar. Naar
59 Intro, 0,3| denken over de betekenis van de zondag en door de redenen
60 Intro, 0,3| veranderende omstandigheden van onze tijd.~ ~
61 Intro, 0,4| niemand, dat de 'heiliging' van de zondag tot voor kort
62 Intro, 0,4| zondag tot voor kort in de van oudsher christelijke landen
63 Intro, 0,4| de wetgeving het karakter van deze dag als vrije dag garandeert,
64 Intro, 0,4| garandeert, de ontwikkeling van de sociaal-economische omstandigheden
65 Intro, 0,4| op een grondige wijziging van de collectieve gedragingen
66 Intro, 0,4| en, als gevolg daarvan, van de invulling van de zondag.
67 Intro, 0,4| daarvan, van de invulling van de zondag. In brede kring
68 Intro, 0,4| brede kring is de praktijk van het 'weekeinde' gemeengoed
69 Intro, 0,4| geworden in de betekenis van een wekelijkse tijd van
70 Intro, 0,4| van een wekelijkse tijd van ontspanning die soms ver
71 Intro, 0,4| ontspanning die soms ver van huis wordt doorgebracht
72 Intro, 0,4| verschijnsel dat niet verstoken is van positieve elementen inzoverre
73 Intro, 0,4| inzoverre het, met inachtneming van authentieke waarden, kan
74 Intro, 0,4| ontwikkeling en de vooruitgang van het maatschappelijk leven
75 Intro, 0,4| oorspronkelijke betekenis van de zondag verloren gaat
76 Intro, 0,4| alleen nog maar het 'einde van de week', kan het helaas
77 Intro, 0,4| hemel niet meer kan zien.7~Van de leerlingen van Christus
78 Intro, 0,4| zien.7~Van de leerlingen van Christus wordt op zijn minst
79 Intro, 0,4| die een echte heiliging van de dag des Heren dient te
80 Intro, 0,4| opgevat wordt als een tijd van louter rust of er op uit
81 Intro, 0,4| overeenstemming met de gave van het geloof, altijd bereid
82 Intro, 0,4| zich rekenschap te geven van de hoop die in hen is (vgl.
83 Intro, 0,4| tevens een dieper begrip van de zondag bevorderen, opdat
84 Intro, 0,5| de ene kant het voorbeeld van sommige jonge kerken die
85 Intro, 0,5| zien we elders als gevolg van eerder vermelde oorzaken
86 Intro, 0,5| eerder vermelde oorzaken van sociologische aard en misschien
87 Intro, 0,5| en misschien als gevolg van een te weinig gemotiveerd
88 Intro, 0,5| buitengewoon lage graad van deelname aan de zondagsliturgie.
89 Intro, 0,5| niet alleen de betekenis van het centrale aspect van
90 Intro, 0,5| van het centrale aspect van de eucharistie te verminderen,
91 Intro, 0,5| verminderen, maar ook die van de plicht de Heer dank te
92 Intro, 0,5| met anderen in het hart van de kerkgemeenschap tot Hem
93 Intro, 0,5| missielanden en in de landen die van oudsher geëvangeliseerd
94 Intro, 0,6| de onvervangbare waarde van de zondag in het christelijk
95 Intro, 0,6| wijze volgen wij de sporen van de onveranderlijke traditie
96 Intro, 0,6| onveranderlijke traditie van de kerk die opnieuw krachtig
97 Intro, 0,6| samenkomen om het woord van God te aanhoren en aan de
98 Intro, 0,6| verrijzenis en de heerlijkheid van de Heer Jezus te gedenken
99 Intro, 0,6| hen, 'door de opstanding van Jezus Christus uit de doden,
100 Intro, 0,6| verwekt tot een nieuw leven van hoop' (1Pe 1,3)".8~
101 Intro, 0,7| men de talrijke dimensies van die dag beschouwt, waaraan
102 Intro, 0,7| zich helemaal in het hart van het christelijk leven bevindt.
103 Intro, 0,7| nagelaten sinds het begin van mijn pontificaat te herhalen: "
104 Intro, 0,7| Hij juist kent het geheim van de tijd en ook van de eeuwigheid.
105 Intro, 0,7| geheim van de tijd en ook van de eeuwigheid. Hij vertrouwt
106 Intro, 0,7| een telkens nieuw geschenk van zijn liefde. De herontdekking
107 Intro, 0,7| liefde. De herontdekking van die dag is de genade die
108 Intro, 0,7| meest waarachtige strevingen van ieder menselijk wezen te
109 Intro, 0,7| de grondige humanisering van onze betrekkingen en ons
110 I | I~DIES DOMINI~De viering van het werk van de Schepper~ ~
111 I | De viering van het werk van de Schepper~ ~
112 I, 1,8 | wordt door de heerlijkheid van de verrezen Christus. Het
113 I, 1,8 | Christus. Het is de viering van de 'nieuwe schepping'. Wanneer
114 I, 1,8 | meedeelt over de plannen van God met de schepping van
115 I, 1,8 | van God met de schepping van de wereld. Als het immers
116 I, 1,8 | de Zoon bij de "volheid van de tijd" (Gal 4,4) mens
117 I, 1,8 | mysterie als eeuwige Zoon van de Vader, oorsprong en einde
118 I, 1,8 | Vader, oorsprong en einde van het heelal is. Dat wordt
119 I, 1,8 | Deze actieve aanwezigheid van Christus in het scheppingswerk
120 I, 1,8 | Christus in het scheppingswerk van God wordt ten volle geopenbaard
121 I, 1,8 | verrijzen als "eersteling van hen die ontslapen zijn" (
122 I, 1,8 | voleinden op het moment van zijn terugkomst in heerlijkheid, "
123 I, 1,8 | schepping sloot het plan van God dus deze 'kosmische
124 I, 1,8 | deze 'kosmische zending' van Christus in. Dit christocentrische
125 I, 1,8 | aanwezig in de welwillende blik van God toen Hij bij het beëindigen
126 I, 1,8 | toen Hij bij het beëindigen van zijn werk "de zevende dag
127 I, 1,8 | bijbelse scheppingsverhaal van de priesterlijke auteur
128 I, 1,8 | priesterlijke auteur de geboorte van de 'sabbat' die zo sterk
129 I, 1,8 | zekere zin de gewijde dag van het nieuwe en eeuwige Verbond
130 I, 1,8 | Verbond aankondigt. Het thema van de "rust van God" (vgl.
131 I, 1,8 | Het thema van de "rust van God" (vgl. Gn 2,2) en de
132 I, 1,8 | Hem verleend aan het volk van de uittocht bij de binnenkomst
133 I, 1,8 | een nieuwe belichting, die van de definitieve "sabbatsrust" (
134 I, 1,8 | binnengegaan. En het volk van God is geroepen in die rust
135 I, 1,8 | te volharden op zijn weg van kinderlijke gehoorzaamheid (
136 I, 1,8 | noodzakelijk de grote bladzijde van de schepping te herlezen
137 I, 1,8 | herlezen en de theologie van de 'sabbbat' te verdiepen
138 I, 1,8 | tot een volledig begrip van de zondag te komen.~ ~
139 I, 2,9 | 9. De dichterlijke stijl van het scheppingsverhaal van
140 I, 2,9 | van het scheppingsverhaal van het boek Genesis geeft goed
141 I, 2,9 | mens vervult bij het zien van de onmetelijkheid van de
142 I, 2,9 | zien van de onmetelijkheid van de schepping en het gevoel
143 I, 2,9 | schepping en het gevoel van aanbidding dat hij ervaart
144 I, 2,9 | een lofzang op de Schepper van het heelal die voorbestemd
145 I, 2,9 | lofzang voor de goedheid van het geschapene, geheel en
146 I, 2,9 | machtige en barmhartige hand van God.~"God zag, dat het goed
147 I, 2,9 | licht op alle elementen van het heelal en laat tegelijkertijd
148 I, 2,9 | tegelijkertijd een zweem van het geheim van een juist
149 I, 2,9 | een zweem van het geheim van een juist begrip en een
150 I, 2,9 | als zij zich met behulp van de genade wendt tot Hem
151 I, 2,9 | de onvergelijkelijke gave van de vrijheid heeft willen
152 I, 2,9 | geven, met alle risico's van dien. Direct na de scheppingsverhalen
153 I, 2,9 | bestaat tussen de grootsheid van de mens die naar Gods beeld
154 I, 2,9 | in de wereld het begin is van de duistere geschiedenis
155 I, 2,9 | de duistere geschiedenis van zonde en dood.~
156 I, 2,10 | voortgekomen uit de hand van God en draagt het merkteken
157 I, 2,10 | en draagt het merkteken van zijn goedheid. Het is een
158 I, 2,10 | worden. De 'voltooiing' van het werk van God stelt de
159 I, 2,10 | voltooiing' van het werk van God stelt de wereld open
160 I, 2,10 | wereld open voor het werk van de mens open. "Op de zevende
161 I, 2,10 | deze antropomorfe weergave van het goddelijk 'werk' geeft
162 I, 2,10 | een licht op de zending van de mens ten opzichte van
163 I, 2,10 | van de mens ten opzichte van de kosmos. Het 'werk' van
164 I, 2,10 | van de kosmos. Het 'werk' van God dient als het ware als
165 I, 2,10 | zich zo tot 'medewerker' van God te maken. Zoals ik in
166 I, 2,10 | vormen de eerste hoofdstukken van Genesis in zekere zin het "
167 I, 2,10 | zekere zin het "evangelie van het werk".10 Het is een
168 I, 2,10 | De mens is naar het beeld van God geschapen en heeft de
169 I, 2,10 | en om, God als Schepper van alles erkennend, zichzelf
170 I, 2,10 | zichzelf en de totaliteit van de dingen naar Hem terug
171 I, 2,10 | zodat na de onderwerping van alles aan de mens de naam
172 I, 2,10 | alles aan de mens de naam van God over de gehele wereld
173 I, 2,10 | opwindende geschiedenis van de ontwikkeling van wetenschap,
174 I, 2,10 | geschiedenis van de ontwikkeling van wetenschap, techniek en
175 I, 2,10 | wereldgeschiedenis, de vrucht van de zending waardoor God
176 I, 2,10 | sabbat', vreugdevolle rust van de Schepper~
177 I, 2,11 | Op de eerste bladzijde van Genesis is het 'werk' van
178 I, 2,11 | van Genesis is het 'werk' van God een voorbeeld voor de
179 I, 2,11 | rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij verricht
180 I, 2,11 | aan betekenis.~De 'rust' van God kan niet simpelweg uitgelegd
181 I, 2,11 | als een soort 'ledigheid' van God. De scheppingsdaad die
182 I, 2,11 | vestigt, is werkelijk blijvend van aard. God houdt nooit op
183 I, 2,11 | Mijn Vader is tot op de dag van vandaag voortdurend aan
184 I, 2,11 | roept niet het beeld op van een inactieve God, maar
185 I, 2,11 | onderstreept de volledigheid van het werk dat voltooid is,
186 I, 2,11 | als het ware uitdrukking van de pauze die God inlast
187 I, 2,11 | maar eerder op het genieten van de schoonheid van dat wat
188 I, 2,11 | genieten van de schoonheid van dat wat voltooid is; een
189 I, 2,11 | bijzonder op de mens, hoogtepunt van de schepping. Het is een
190 I, 2,11 | manier de 'bruids'-dynamiek van de band die God wil aanknopen
191 I, 2,11 | verwezenlijken in het perspectief van het heil dat de gehele mensheid
192 I, 2,11 | de eschatologische gave van de heilige Geest en de vestiging
193 I, 2,11 | heilige Geest en de vestiging van de kerk als zijn lichaam
194 I, 2,11 | heel de mensheid het offer van barmhartigheid en het voorstel
195 I, 2,11 | barmhartigheid en het voorstel van de liefde van de Vader ontvouwen.~
196 I, 2,11 | het voorstel van de liefde van de Vader ontvouwen.~
197 I, 2,12 | 12. In het plan van de Schepper is er een onderscheid
198 I, 2,12 | nauwe band tussen de orde van de schepping en de orde
199 I, 2,12 | de schepping en de orde van het heil. Het Oude Testament
200 I, 2,12 | de geheimnisvolle 'rust' van God na de dagen van scheppingsactiviteit (
201 I, 2,12 | rust' van God na de dagen van scheppingsactiviteit (vgl.
202 I, 2,12 | bevrijding uit de slavernij van Egypte (vgl. Dt 5,12-15).
203 I, 2,12 | toont als Hij zijn kinderen van de onderdrukking door de
204 I, 2,12 | werkelijk tot in het hart van de 'sabbat', van de 'rust'
205 I, 2,12 | het hart van de 'sabbat', van de 'rust' van God door te
206 I, 2,12 | sabbat', van de 'rust' van God door te dringen, zoals
207 I, 2,12 | die prachtige bladzijde van Hosea: "Op die dag zal Ik
208 I, 2,12 | verbond sluiten, ten bate van hen, met de dieren in het
209 I, 3,13 | 13. Het voorschrift van de sabbat, die onder het
210 I, 3,13 | voorbereiding is op de zondag van het nieuwe en eeuwige Verbond,
211 I, 3,13 | dus geworteld in de diepte van Gods plan. Juist daarom
212 I, 3,13 | woorden' die de pijlers van het morele leven beschrijven
213 I, 3,13 | en universeel in het hart van de mens gegrift zijn. Door
214 I, 3,13 | plaats te geven in de context van de fundamentele structuren
215 I, 3,13 | fundamentele structuren van de ethiek, laten Israël
216 I, 3,13 | slechts als een bepaling van de religieuze discipline
217 I, 3,13 | de religieuze discipline van de gemeenschap beschouwen,
218 I, 3,13 | onvermijdelijke uitdrukking van de betrekking met God die
219 I, 3,13 | wordt. In dezelfde orde van denken moet dit voorschrift
220 I, 3,13 | voorschrift door de christenen van vandaag herontdekt worden.
221 I, 3,13 | dit voorschrift de kantjes van af te lopen of het te schenden.~ ~
222 I, 3,14 | door Hem onderscheiden van de andere dagen om als enige
223 I, 3,14 | te zijn.~Om de betekenis van deze 'heiliging' van de
224 I, 3,14 | betekenis van deze 'heiliging' van de sabbat in het eerste
225 I, 3,14 | moet men naar het geheel van de tekst kijken. Daar ziet
226 I, 3,14 | eendagsgod, maar de God van alle mensendagen. Als Hij
227 I, 3,14 | er 'zijn dag' bij uitstek van maakt, moet men dat verstaan
228 I, 3,14 | verstaan tegen de achtergrond van de diepgaande dialoog van
229 I, 3,14 | van de diepgaande dialoog van het verbond en zelfs die
230 I, 3,14 | het verbond en zelfs die van een 'bruids'-tweespraak.
231 I, 3,14 | Het is een samenspraak van liefde die geen onderbreking
232 I, 3,14 | verschillende registers van de liefde, vanaf de gewone
233 I, 3,14 | intense, waar de woorden van de Schrift en de getuigenissen
234 I, 3,14 | Schrift en de getuigenissen van talloze mystici niet aarzelen
235 I, 3,14 | ontleend zijn aan de ervaring van de huwelijksliefde.~
236 I, 3,15 | mensenleven en de hele tijd van de mens moeten eigenlijk
237 I, 3,15 | Schepper. Maar de relatie van de mens met God heeft ook
238 I, 3,15 | ook behoefte aan momenten van expliciet gebed, waarin
239 I, 3,15 | wordt, dat alle aspecten van de persoon insluit. De '
240 I, 3,15 | Heren' is bij uitstek de dag van die relatie, waarop de mens
241 I, 3,15 | opstijgen en zo de stem van heel de schepping wordt.
242 I, 3,15 | rustdag. De onderbreking van het vaak benauwende ritme
243 I, 3,15 | het vaak benauwende ritme van de bezigheden die in expressieve
244 I, 3,15 | onthechting', is een erkenning van de afhankelijkheid van de
245 I, 3,15 | erkenning van de afhankelijkheid van de persoon en van de kosmos
246 I, 3,15 | afhankelijkheid van de persoon en van de kosmos tegenover God.
247 I, 3,15 | tegenover God. Alles is van God. De dag des Heren keert
248 I, 3,15 | soort "heilige architectuur" van de tijd die de bijbelse
249 I, 3,15 | zijn werk als medewerker van de Schepper in de wereld
250 I, 3,15 | zonder zich voortdurend van die waarheid bewust te zijn.~ ~
251 I, 4,16 | 16. Het gebod van de decaloog waarmee God
252 I, 4,16 | waarmee God het onderhouden van de sabbat verplicht stelt,
253 I, 4,16 | door te wijzen op het werk van God: "In zes dagen immers
254 I, 4,16 | spoort aan tot het opfrissen van het geheugen waar het het
255 I, 4,16 | grote en fundamentele werk van God, de schepping, betreft.
256 I, 4,16 | heel het godsdienstig leven van de mens inspireren om uiteindelijk
257 I, 4,17 | 17. Het thema van de 'herinnering' aan de
258 I, 4,17 | meer in het verlossingswerk van God in de uittocht: "Bedenk
259 I, 4,17 | openbaren ze de betekenis van de 'dag des Heren' in een
260 I, 4,17 | perspectief waarin de theologie van de schepping en die van
261 I, 4,17 | van de schepping en die van het heil samenvallen. De
262 I, 4,17 | heil samenvallen. De inhoud van het voorschrift is dus niet
263 I, 4,17 | slechts een onderbreking van het werk, maar het vieren
264 I, 4,17 | het werk, maar het vieren van de wonderdaden die door
265 I, 4,17 | verricht.~In de mate waarin de van dank en lof jegens God vervulde '
266 I, 4,17 | levendig is, krijgt de rust van de mens, de dag van de Heer,
267 I, 4,17 | rust van de mens, de dag van de Heer, zijn volle betekenis.
268 I, 4,17 | treedt de mens in de dimensie van de 'rust' van de Heer en
269 I, 4,17 | de dimensie van de 'rust' van de Heer en neemt hij er
270 I, 4,17 | een zindering te ervaren van de vreugde die de Schepper
271 I, 5 | Van de sabbat naar de zondag~
272 I, 5,18 | verbonden is met de gedachtenis van het heilswerk van God hebben
273 I, 5,18 | gedachtenis van het heilswerk van God hebben de christenen,
274 I, 5,18 | die het eigen karakter van de nieuwe en definitieve
275 I, 5,18 | op die dag de verrijzenis van de Heer had plaatsgevonden.
276 I, 5,18 | plaatsgevonden. Het paasmysterie van Christus vormt de volledige
277 I, 5,18 | de volledige openbaring van het mysterie van de oorsprong,
278 I, 5,18 | openbaring van het mysterie van de oorsprong, het hoogtepunt
279 I, 5,18 | oorsprong, het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis en
280 I, 5,18 | heilsgeschiedenis en een voorproef van de eschatologische voleinding
281 I, 5,18 | eschatologische voleinding van de wereld. Wat God in de
282 I, 5,18 | in de dood en verrijzenis van Christus, ook al zal de
283 I, 5,18 | de parousia door de komst van Christus in heerlijkheid.
284 I, 5,18 | wordt de 'geestelijke' zin van de sabbat ten volle verwerkelijkt,
285 I, 5,18 | Wij beschouwen de persoon van onze Verlosser, onze Heer
286 I, 5,18 | God op de eerste sabbat van de mensheid de schepping
287 I, 5,18 | verschenen is en de gave van de vrede en de Geest bracht (
288 I, 5,18 | paasmysterie heeft de bestemming van de mens, en daarmee die
289 I, 5,18 | de mens, en daarmee die van de hele schepping die "kreunt
290 I, 5,18 | uittocht' naar de vrijheid van de kinderen Gods die met
291 I, 5,18 | leren kennen. In het licht van dit mysterie is het Oudtestamentische
292 I, 5,18 | voorschrift over de dag van de Heer hernomen, ingepast
293 I, 5,18 | in de glorie die straalt van het gelaat van de verrezen
294 I, 5,18 | die straalt van het gelaat van de verrezen Christus (2Kor
295 I, 5,18 | verrezen Christus (2Kor 4,6). Van de 'sabbat' gaat men over
296 I, 5,18 | eerste dag na de sabbat"; van de zevende dag naar de eerste
297 I, 5,18 | wordt dies Christi, de dag van de Heer wordt de dag van
298 I, 5,18 | van de Heer wordt de dag van Christus!~ ~
299 II | DIES CHRISTI~ ~De dag van de verrezen Heer en van
300 II | van de verrezen Heer en van de gave van de Geest~ ~
301 II | verrezen Heer en van de gave van de Geest~ ~
302 II, 1,19 | vieren de zondag omwille van de eerbiedwaardige verrijzenis
303 II, 1,19 | eerbiedwaardige verrijzenis van onze Heer Jezus Christus
304 II, 1,19 | maar ook in het verloop van elke week." In deze woorden
305 II, 1,19 | getuigde paus Innocentius I15 van een destijds vast gewortelde
306 II, 1,19 | ontwikkeld had. Basilius spreekt van de "heilige zondag, geëerd
307 II, 1,19 | geëerd door de verrijzenis van de Heer en de eerste onder
308 II, 1,19 | de zondag "het sacrament van Pasen".17 Deze zeer directe
309 II, 1,19 | zondag en de verrijzenis van de Heer wordt door alle
310 II, 1,19 | door alle kerken, zowel van het westen als het oosten,
311 II, 1,19 | anastasimos hêmera, de dag van de verrijzenis18 en vanwege
312 II, 1,19 | deze dag het middelpunt van alle eredienst.~In het licht
313 II, 1,19 | eredienst.~In het licht van die ononderbroken en universele
314 II, 1,19 | wortels heeft in het werk zelf van de schepper en rechtstreekser
315 II, 1,19 | in het bijbelse mysterie van de 'rust' van God, men toch
316 II, 1,19 | bijbelse mysterie van de 'rust' van God, men toch specifiek
317 II, 1,19 | specifiek op de verrijzenis van Christus moet wijzen om
318 II, 1,19 | paasgebeurtenis, die de bron is van het heil van de wereld,
319 II, 1,19 | de bron is van het heil van de wereld, aan de gelovigen
320 II, 1,20 | overeenstemmend getuigenis van de evangelies had de verrijzenis
321 II, 1,20 | evangelies had de verrijzenis van Jezus Christus uit de doden
322 II, 1,20 | 19). Zoals het evangelie van Johannes getuigt (Joh 20,
323 II, 1,20 | was door hem de tekenen van zijn lijden te tonen. De
324 II, 1,20 | lijden te tonen. De dag van Pinksteren was een zondag,
325 II, 1,20 | een zondag, de eerste dag van de achtste week van het
326 II, 1,20 | dag van de achtste week van het joodse Paasfeest (vgl.
327 II, 1,20 | toen door de uitstorting van de heilige Geest de belofte
328 II, 1,20 | vervuld werd. Het was de dag van de eerste verkondiging en
329 II, 1,20 | de eerste verkondiging en van de eerste doopsels. Petrus
330 II, 1,20 | epifanie, de openbaring, van de kerk die naar buiten
331 II, 1,20 | waarbinnen de verspreide kinderen van God in eenheid verenigd
332 II, 2 | De eerste dag van de week~
333 II, 2,21 | de sabbat', de eerste dag van de week, het eigen ritme
334 II, 2,21 | de week, het eigen ritme van het leven van de leerlingen
335 II, 2,21 | eigen ritme van het leven van de leerlingen van Christus
336 II, 2,21 | leven van de leerlingen van Christus gaan kenmerken (
337 II, 2,21 | waren ook de gelovigen van Troas bijeengekomen "voor
338 II, 2,21 | bijeengekomen "voor het breken van het brood", toen Paulus
339 II, 2,21 | tot leven wekte. Het boek van de Openbaring laat ons het
340 II, 2,21 | gebruik om de eerste dag van de week "dag des Heren"
341 II, 2,21 | Vanaf die tijd zou het een van de kenmerken zijn waardoor
342 II, 2,21 | zijn waardoor de christenen van de hen omringende wereld
343 II, 2,21 | Dat werd al in het begin van de tweede eeuw geschreven
344 II, 2,21 | Plinius de Jonge, stadhouder van Bithynia, toen hij vaststelde,
345 II, 2,21 | hadden "op een vaste dag van de week voor het opgaan
346 II, 2,21 | de week voor het opgaan van de zon bijeen te komen en
347 II, 2,21 | septuagint in de openbaring van het Oude Testament als naam
348 II, 2,22 | 22. In de eerste tijden van de kerk was het wekelijks
349 II, 2,22 | was het wekelijks ritme van de dagen niet algemeen bekend
350 II, 2,22 | verbreid werd en de feestdagen van de Griekse en Romeinse kalenders
351 II, 2,22 | problemen bij het vieren van de zondag met zijn karakter
352 II, 2,22 | zondag met zijn karakter van vaste dag in de week. Hierin
353 II, 2,22 | gedwongen werden voor het opgaan van de zon bijeen te komen.20
354 II, 2,22 | verbonden met de openbaring van het Oude Testament. De apologeten
355 II, 2,22 | aanschouwelijk gemaakt met behulp van die schriftteksten, die
356 II, 2,22 | die volgens het getuigenis van Lucas (vgl. 24,27 en 44-
357 II, 2,22 | uitleggen. In het licht van deze teksten verkreeg de
358 II, 2,22 | teksten verkreeg de viering van de dag van de verrijzenis
359 II, 2,22 | verkreeg de viering van de dag van de verrijzenis een leerstellige
360 II, 2,22 | waarin de volledige nieuwheid van het christelijk mysterie
361 II, 3,23 | vooral legt de catechese van de eerste eeuwen de nadruk
362 II, 3,23 | in te vullen. Op de dag van de sabbat gold voor de joden
363 II, 3,23 | aanvankelijk door met het bezoeken van de synagoge om Jezus te
364 II, 3,23 | verkondigen door middel van hun uitleg van "de uitspraken
365 II, 3,23 | door middel van hun uitleg van "de uitspraken van de profeten,
366 II, 3,23 | uitleg van "de uitspraken van de profeten, die elke sabbat
367 II, 3,23 | zien, dat het onderhouden van de sabbat en de zondagsviering
368 II, 3,23 | reactie op de hardnekkigheid van, uit het jodendom afkomstige,
369 II, 3,23 | houden aan de verplichtingen van de oude wet. Ignatius van
370 II, 3,23 | van de oude wet. Ignatius van Antiochië schrijft: "Indien
371 II, 3,23 | leerlingen te worden bevonden van Jezus Christus, onze enige
372 II, 3,23 | de sabbat, en de eerste van de week."22 Het onderscheid
373 II, 3,23 | wordt in het bewustzijn van de kerk steeds groter, maar
374 II, 3,23 | geschiedenis zal men als gevolg van de nadruk die gelegd wordt
375 II, 3,23 | tendens tot 'sabbatisering' van de dag des Heren waarnemen.
376 II, 4 | De dag van de nieuwe schepping~
377 II, 4,24 | 24. De vergelijking van de christelijke zondag en
378 II, 4,24 | theologische verdiepingen van groot belang aanleiding
379 II, 4,24 | verbonden met de eerste dag van die kosmische week (vgl.
380 II, 4,24 | scheppingsverhaal vorm geeft: de dag van de schepping van het licht (
381 II, 4,24 | de dag van de schepping van het licht (vgl. 1,3-5).
382 II, 4,24 | te vatten als het begin van een nieuwe schepping waarvan
383 II, 4,24 | Hij zelf de "Eerstgeborene van heel de schepping" (Kol
384 II, 4,25 | doopsel geboden is en dat van hem een nieuwe mens in Christus
385 II, 4,25 | door uw geloof in de kracht van God die Hem uit de dood
386 II, 4,25 | benadrukt deze doopdimensie van de zondag door aan te sporen
387 II, 4,25 | vieren, maar ook op deze dag van de week, de dag "waarop
388 II, 4,25 | waarop de kerk de verrijzenis van de Heer herdenkt",24 en
389 II, 4,25 | boeteritus voor het begin van de mis de besprenkeling
390 II, 4,25 | een in herinnering roepen van het doopgebeuren waaruit
391 II, 5 | De achtste dag, beeld van de eeuwigheid~
392 II, 5,26 | nu eenmaal de zevende dag van de week is, ons de dag van
393 II, 5,26 | van de week is, ons de dag van de Heer bezien in het licht
394 II, 5,26 | Heer bezien in het licht van een aanvullende symboliek
395 II, 5,26 | gezien de opeenvolging van telkens zeven dagen een
396 II, 5,26 | die niet alleen het begin van de tijd in zich draagt,
397 II, 5,26 | de blijvende aankondiging van het leven zonder eind die
398 II, 5,26 | zonder eind die de hoop van de christenen doet leven
399 II, 5,26 | hun weg.26 In het licht van de laatste dag die volledig
400 II, 5,26 | volledig de voorloperssymboliek van de sabbat zal verwerkelijken,
401 II, 5,26 | eschaton als over "vrede van rust, sabbatsvrede, vrede
402 II, 5,26 | zonder avond".27 De viering van de zondag als tegelijkertijd "
403 II, 5,26 | eerste dag" en "achtste dag" van de week biedt de christen
404 II, 6 | Dag van Christus, van het Licht~
405 II, 6 | Dag van Christus, van het Licht~
406 II, 6,27 | pastorale praktijk aan de dag van de Heer is toegekend. Een
407 II, 6,27 | de kerk ingegeven de "dag van de zon", dat is de naam
408 II, 6,27 | de gelovigen afgehouden van een eredienst die de zon
409 II, 6,27 | en richtte zij de viering van deze dag op Christus, de
410 II, 6,27 | Christus, de ware 'zon' van de mensheid. Justinus gebruikt,
411 II, 6,27 | bijeenkomsten hielden op "de dag van de zon".30 Maar de verwijzing
412 II, 6,27 | Christus is inderdaad het licht van de wereld (vgl. Joh 9,5;
413 II, 6,27 | 5 en 9), en de gedenkdag van zijn verrijzenis is de eeuwige
414 II, 6,27 | weerspiegeling, in het weekritme van de tijd, van de openbaring
415 II, 6,27 | het weekritme van de tijd, van de openbaring van zijn heerlijkheid.
416 II, 6,27 | tijd, van de openbaring van zijn heerlijkheid. De zondag
417 II, 6,27 | zondag als door de zege van de verrezen Christus verlichte
418 II, 6,27 | voorbereiding op en begin van de zondag. In haar bijeenkomst,
419 II, 6,27 | de kerk de verwondering van Zacharias tot de hare, wanneer
420 II, 6,27 | het duister en de schaduw van de dood gezeten zijn" (Lc
421 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~
422 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~
423 II, 7,28 | 28. De zondag, dag van het licht, zou met betrekking
424 II, 7,28 | de heilige Geest ook dag van het 'vuur' genoemd kunnen
425 II, 7,28 | kunnen worden. Het licht van Christus is werkelijk innig
426 II, 7,28 | verbonden met het 'vuur' van de Geest. Deze twee beelden
427 II, 7,28 | beelden geven de betekenis aan van de christelijke zondag.33
428 II, 7,28 | 33 Toen Hij op de avond van het paasfeest aan zijn apostelen
429 II, 7,28 | 20,22-23). De uitstorting van de heilige Geest was op
430 II, 7,28 | paaszondag het grote geschenk van de Verrezene aan zijn leerlingen.
431 II, 7,28 | gebeurtenis bij het ontstaan van de kerk, maar ook een mysterie
432 II, 7,28 | gegrift in de diepe betekenis van elke zondag. Het 'wekelijks
433 II, 7,28 | de vreugdevolle ervaring van de ontmoeting van de apostelen
434 II, 7,28 | ervaring van de ontmoeting van de apostelen met de Verrezene
435 II, 7,28 | laten bezielen door de adem van zijn Geest.~ ~
436 II, 8 | De dag van het geloof~
437 II, 8,29 | deze bij uitstek de dag van het geloof. Door het geloof
438 II, 8,29 | Geest, het levend "geheugen" van de kerk (vgl. Joh 14,26),
439 II, 8,29 | de kerk (vgl. Joh 14,26), van de eerste verschijning van
440 II, 8,29 | van de eerste verschijning van de Verrezene een gebeurtenis
441 II, 8,29 | gebeurtenis die in 'het heden' van elke leerling van Christus
442 II, 8,29 | heden' van elke leerling van Christus hernieuwd wordt.
443 II, 8,29 | Ja, de zondag is de dag van het geloof. Het feit, dat
444 II, 8,29 | feit, dat in de liturgie van de zondagen, en overigens
445 II, 8,29 | zondagen, en overigens ook van de grote feestdagen, plaats
446 II, 8,29 | het doop- en paaskarakter van de zondag door er de dag
447 II, 8,29 | de zondag door er de dag van te maken waarop de gedoopte,
448 II, 8,29 | een versterkt bewustzijn van zijn doopbeloften. Door
449 II, 8,29 | het woord en het Lichaam van de Heer te ontvangen overweegt
450 II, 9,30 | dus, waarom de identiteit van deze dag, ook in de context
451 II, 9,30 | deze dag, ook in de context van de moeilijkheden van onze
452 II, 9,30 | context van de moeilijkheden van onze tijd, beschermd, en
453 II, 9,30 | Heren bepaalde de structuur van de tweeduizendjarige geschiedenis
454 II, 9,30 | tweeduizendjarige geschiedenis van de kerk. Hoe kan men dan
455 II, 9,30 | in onze tijd het nakomen van de zondagsplicht bemoeilijken,
456 II, 9,30 | is voor de omstandigheden van ieder van haar kinderen.
457 II, 9,30 | omstandigheden van ieder van haar kinderen. Zij voelt
458 II, 9,30 | betrokkenheid, opdat ieder van hen in normale levensomstandigheden
459 II, 9,30 | levensomstandigheden niet verstoken raakt van de overvloed aan genaden
460 II, 9,30 | aan genaden die de viering van de dag des Heren met zich
461 II, 9,30 | hypothetische veranderingen van de kerkelijke kalender in
462 II, 9,30 | overeenstemming met wijzigingen van de systemen van de burgerlijke
463 II, 9,30 | wijzigingen van de systemen van de burgerlijke kalenders,
464 II, 9,30 | waarborgen".37 Op de drempel van het derde millennium blijft
465 II, 9,30 | millennium blijft de viering van de christelijke zondag,
466 II, 9,30 | tot juist de grondslagen van het geloof, een bepalend
467 II, 9,30 | een bepalend onderdeel van de christelijke identiteit.~ ~
468 III | III~DIES ECCLESIAE - DAG VAN DE KERK~De eucharistische
469 III | eucharistische samenkomst, hart van de Zondag~
470 III, 1 | De aanwezigheid van de verrezen Heer~
471 III, 1,31 | Mt 28,20). Deze belofte van Christus is nog steeds te
472 III, 1,31 | daarin het vruchtbare geheim van haar bestaan vindt en de
473 III, 1,31 | bestaan vindt en de bron van haar hoop. Als dag van de
474 III, 1,31 | bron van haar hoop. Als dag van de verrijzenis is de zondag
475 III, 1,31 | verleden, maar vooral viering van de levende aanwezigheid
476 III, 1,31 | de levende aanwezigheid van de verrezen Christus temidden
477 III, 1,31 | verrezen Christus temidden van de zijnen.~Het is voor het
478 III, 1,31 | wijze verkondigen en beleven van deze aanwezigheid niet voldoende
479 III, 1,31 | voldoende dat de leerlingen van Christus ieder voor zich
480 III, 1,31 | inwendig, in het binnenste van hun hart, de dood en verrijzenis
481 III, 1,31 | de dood en verrijzenis van Christus herdenken. Wie
482 III, 1,31 | herdenken. Wie de genade van het doopsel ontvangen heeft
483 III, 1,31 | verlost, maar ook als lidmaat van het mystieke Lichaam die
484 III, 1,31 | Lichaam die deel uitmaakt van het volk van God.38 Het
485 III, 1,31 | deel uitmaakt van het volk van God.38 Het is dan ook van
486 III, 1,31 | van God.38 Het is dan ook van belang, dat de gedoopten
487 III, 1,31 | aan de eigen identiteit van de kerk, de ekklesia, de
488 III, 1,31 | de verstrooide kinderen van God samen te brengen" (Joh
489 III, 1,31 | 3,28) door het ontvangen van de Geest. Deze eenheid is
490 III, 1,31 | levendig bewust het volk van vrijgekochte mensen te zijn,
491 III, 1,31 | wereld. In de samenkomst van de leerlingen wordt in de
492 III, 1,31 | wordt in de tijd het beeld van de eerste christengemeenschap
493 III, 1,31 | wijze in de Handelingen van de apostelen heeft willen
494 III, 1,31 | en ijverig in het breken van het brood en in het gebed" (
495 III, 2,32 | 32. De eucharistie is van deze realiteit van het kerkelijk
496 III, 2,32 | eucharistie is van deze realiteit van het kerkelijk leven niet
497 III, 2,32 | 1Kor 10,17). Het mysterie van de kerk wordt, gezien zijn
498 III, 2,32 | vitale band met het sacrament van het lichaam en bloed van
499 III, 2,32 | van het lichaam en bloed van de Heer, vooral in de eucharistie
500 III, 2,32 | diep-kerkelijke dimensie van de eucharistie wordt telkens
1-500 | 501-943 |