Chapter, Paragraph, Number
1 I | DOMINI~De viering van het werk van de Schepper~ ~
2 I, 1,8 | het beëindigen van zijn werk "de zevende dag zegende
3 I, 2,10 | De 'voltooiing' van het werk van God stelt de wereld
4 I, 2,10 | de wereld open voor het werk van de mens open. "Op de
5 I, 2,10 | zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot
6 I, 2,10 | weergave van het goddelijk 'werk' geeft de bijbel ons niet
7 I, 2,10 | opzichte van de kosmos. Het 'werk' van God dient als het ware
8 I, 2,10 | zin het "evangelie van het werk".10 Het is een waarheid
9 I, 2,11 | bladzijde van Genesis is het 'werk' van God een voorbeeld voor
10 I, 2,11 | de zevende dag van al het werk dat Hij verricht had" (Gn
11 I, 2,11 | houdt nooit op met aan het werk te zijn. Jezus herinnert
12 I, 2,11 | vandaag voortdurend aan het werk, en ook Ik houd niet op
13 I, 2,11 | de volledigheid van het werk dat voltooid is, en is als
14 I, 2,11 | het "zeer goede" (Gn 1,31) werk dat uit zijn handen is voortgekomen
15 I, 3,15 | mens zich niet aan zijn werk als medewerker van de Schepper
16 I, 4,16 | aan door te wijzen op het werk van God: "In zes dagen immers
17 I, 4,16 | het grote en fundamentele werk van God, de schepping, betreft.
18 I, 4,17 | een onderbreking van het werk, maar het vieren van de
19 II, 1,19 | zijn wortels heeft in het werk zelf van de schepper en
20 III, 6,38| die, opgeslokt door hun werk en verschillende bezigheden
21 III, 8,43| hun lijden, hun gebed, hun werk, worden verenigd met die
22 IV, 1,57 | waarop men het goddelijk werk van de schepping en van
23 IV, 2,59 | Testament, zoals gezegd, met het werk van de schepping (vgl. Gn
24 IV, 2,60 | bezegeling van dat scheppende werk werd de zegening en de heiliging
25 IV, 2,60 | God niet werkte na "al het werk dat Hij scheppend tot stand
26 IV, 2,61 | rechtstreeks verbonden met het werk van de zesde dag, de dag
27 IV, 2,61 | God dat Hij een dusdanig werk verrichtte, dat Hij er rust
28 IV, 2,61 | om mee te doen aan diens werk en om zijn genade te ontvangen.
|