Chapter, Paragraph, Number
1 I, 1,8 | door Hem verleend aan het volk van de uittocht bij de binnenkomst
2 I, 1,8 | verrijzenis binnengegaan. En het volk van God is geroepen in die
3 I, 2,12 | betrekking tussen God en zijn volk kenmerkt. Dat komt bijvoorbeeld
4 I, 5,18 | heeft en wat Hij voor zijn volk bij de uittocht heeft gedaan,
5 II, 1,20 | naar buiten trad als het volk waarbinnen de verspreide
6 III, 1,31| die deel uitmaakt van het volk van God.38 Het is dan ook
7 III, 1,31| zich levendig bewust het volk van vrijgekochte mensen
8 III, 1,31| uit "elke stam en taal en volk en natie" (Apk 5,9), en
9 III, 2,33| op een bepaalde wijze het volk van God van alle tijden
10 III, 3,34| deelnemen van het heilige volk van God aan dezelfde liturgische
11 III, 4,36| wijze de kerk kenmerkt, het volk bijeengebracht "door" en "
12 III, 5 | Het pelgrimerende volk~
13 III, 7,39| geprikkeld wordt waardoor het volk van het Nieuwe Verbond,
14 III, 7,40| vooruitgang er onder het volk Gods is wat betreft de kennis
15 III, 7,41| dialoog van God met zijn volk. In deze dialoog worden
16 III, 7,41| naar voren gebracht. Het volk van God voelt zich van zijn
17 III, 7,41| tegelijkertijd betoont het volk zijn trouw door een blijvende '
18 III, 7,41| van Israël, net als het volk in de woestijn aan de voet
19 III, 8,42| ontleent. Ten slotte richt het volk van God door zich met zijn '
20 III, 9,44| aan de instemming die het volk van God betoont met alles
21 III, 3,51| en uit naam van het hele volk aan God aan te bieden.91
22 IV, 1,58 | liefdesverbond tussen God en zijn volk; teken en bron van de christelijke
23 IV, 2,62 | bevrijdingswerk dat God voor zijn volk verrichtte.~ ~
24 IV, 2,63 | waaronder een onderdrukt volk gebukt gaat: de slavernij
|