Chapter, Paragraph, Number
1 I, 2,9 | zij verankerd blijft aan haar oorsprong. En nadat zij
2 I, 2,9 | genade wendt tot Hem die haar gemaakt heeft. Deze dialectiek
3 I, 2,10 | toevertrouwde de aarde te bevolken, haar te onderwerpen door te werken,
4 I, 5,18 | door" (Rom 8,22), werkelijk haar nieuwe 'uittocht' naar de
5 II, 3,23 | eeuwen de nadruk wanneer zij haar best doet om de zondag tegenover
6 II, 6,27 | begin van de zondag. In haar bijeenkomst, generatie op
7 II, 9,30 | dat de zondag niet ook haar verdere geschiedenis zal
8 II, 9,30 | omstandigheden van ieder van haar kinderen. Zij voelt zich
9 III, 1,31| het vruchtbare geheim van haar bestaan vindt en de bron
10 III, 1,31| bestaan vindt en de bron van haar hoop. Als dag van de verrijzenis
11 III, 2,32| met meer recht en reden, haar uitdrukking op de dag waarop
12 III, 3,34| sacramentele leven. Door haar wezen is zij een epiphanie,
13 III, 3,34| het bijeenbrengen van al haar leden voor het 'breken van
14 III, 3,34| de hele wereld", dat Hij haar doet groeien in de eenheid
15 III, 5,37| de kerk, door duidelijk haar 'bruids'-karakter te tonen,
16 III, 5,37| Jeruzalem vooruitloopt. Door haar kinderen in de eucharistische
17 III, 5,37| een bruid die zich voor haar man heeft getooid" (Apk
18 III, 6,38| kerk het getuigenis van haar kinderen die, opgeslokt
19 III, 8,42| gemeenschap hernieuwt zo haar bewustzijn, dat alle dingen
20 III, 1,47| aansporingen, maar soms heeft zij haar toevlucht moeten nemen tot
21 III, 4,52| gaat om het geloof, zij wil haar kinderen helpen dat te doen
22 IV, 2,59 | met de uittocht heeft op haar beurt haar volle betekenis
23 IV, 2,59 | uittocht heeft op haar beurt haar volle betekenis gekregen.
|