Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| zijn Geest ontvingen (vgl. Joh 20,19-23).~
2 I, 1 | Alles is door Hem geworden" (Joh 1,3)~
3 I, 2,11 | houd niet op met werken" (Joh 5,17). De goddelijke rust
4 I, 5,18 | en de Geest bracht (vgl. Joh 20,19-23). In het paasmysterie
5 II, 1,20 | sabbat" (Mc 16,2-9; Lc 24,1; Joh 20,1). Op diezelfde dag
6 II, 1,20 | bijeen waren (vgl. Lc 24,36; Joh 20,19). Zoals het evangelie
7 II, 1,20 | evangelie van Johannes getuigt (Joh 20,26), waren de leerlingen
8 II, 6,27 | licht van de wereld (vgl. Joh 9,5; vgl. ook 1,4-5 en 9),
9 II, 7,28 | zijn ze niet vergeven" (Joh 20,22-23). De uitstorting
10 II, 8,29 | geheugen" van de kerk (vgl. Joh 14,26), van de eerste verschijning
11 II, 8,29 | ongelovig, maar gelovig" (Joh 20,27). Ja, de zondag is
12 II, 8,29 | Mijn Heer en mijn God" (Joh 20,28).~ ~
13 III, 1,31 | van God samen te brengen" (Joh 11,52). Zij zijn één geworden
14 III, 2,33 | onder hen verscheen (vgl. Joh 20,19). In die kleine kern
15 III, 2,33 | hen "acht dagen later" (Joh 20,26) kan men een voorafbeelding
16 III, 2,33 | en toch geloofd hebben" (Joh 20,29). Deze nauwe relatie
17 III, 8,42 | geschapen zijn (vgl. Kol 1,16; Joh 1,3) en dat ze in Hem, die
18 IV, 1,56 | toen zij de Heer zagen" (Joh 20,20). Het Woord dat Christus
19 IV, 1,56 | zal in vreugde verkeren" (Joh 16,20). Had Hij niet zelf
20 IV, 1,56 | zijn "vreugde ten volle" (Joh 17,13) zouden bezitten.
|