Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,2| die de genade ontvangen hebben te geloven in de verrezen
2 I, 3,13 | met de eredienst te maken hebben, zoals zoveel andere voorschriften,
3 I, 5,18 | van het heilswerk van God hebben de christenen, die het eigen
4 II, 3,23 | volgens de oude zeden geleefd hebben, maar tot de nieuwe hoop
5 III, 2,32 | één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood" (
6 III, 2,33 | niet gezien en toch geloofd hebben" (Joh 20,29). Deze nauwe
7 III, 4,36 | zij in grote mate gemeen hebben, naast de eigenheden van
8 III, 7,40 | bedienaars van het Woord. Zij hebben de plicht de uitleg van
9 III, 8,42 | van dienaar aangenomen te hebben gekomen is om ons menszijn
10 III, 9,44 | gelovigen er deel aan zouden hebben, zowel geestelijk, door
11 III, 9,44 | een zware zonde, vergeving hebben ontvangen in het sacrament
12 III, 9,44 | men aangaat door deel te hebben aan het ene brood met in
13 III, 0,45 | degenen die aan de eucharistie hebben deelgenomen dieper de verantwoordelijkheid
14 III, 1,46 | gelovigen steeds weer gewezen hebben op de noodzaak deel te nemen
15 III, 1,46 | trouwens diegenen tegenover God hebben, die op de dag des Heren
16 III, 1,46 | deze plicht gehoorzaamd hebben, zoals men van de eerste
17 III, 1,46 | proconsularis hun aanklagers: "Wij hebben zonder enige vrees de Maaltijd
18 III, 1,49 | gelovigen een verplichting werd, hebben de zielenherders de overeenkomstige
19 IV, 1,55 | aan de zondag gekenmerkt hebben. Overigens hebben de christenen
20 IV, 1,55 | gekenmerkt hebben. Overigens hebben de christenen historisch
|