1-500 | 501-625
Chapter, Paragraph, Number
1 Intro | Eerwaarde broeders in het bisschopsambt en in het
2 Intro | het bisschopsambt en in het priesterschap, geliefde
3 Intro, 0,1| met de werkelijke kern van het christelijk mysterie. In
4 Intro, 0,1| christelijk mysterie. In het ritme van week na week roept
5 Intro, 0,1| verrijzenis van Christus.~Het is het wekelijks pasen,
6 Intro, 0,1| verrijzenis van Christus.~Het is het wekelijks pasen, de dag
7 Intro, 0,1| de eerste schepping, en het begin van de "nieuwe schepping" (
8 Intro, 0,1| schepping" (vgl. 2Kor 5,17). Het is de dag waarop men in
9 Intro, 0,1| eerste dag van de wereld. Het is de dag die men tegelijkertijd,
10 Intro, 0,1| week (vgl. Mc 16,2) naar het graf gingen, dit leeg aantroffen.
11 Intro, 0,1| gingen, dit leeg aantroffen. Het is een oproep om op de een
12 Intro, 0,1| en zich openbaarde door het breken van het brood (vgl.
13 Intro, 0,1| openbaarde door het breken van het brood (vgl. Lc 24, 35 en
14 Intro, 0,1| vgl. Lc 24, 35 en 32). Het is de weerklank van de aanvankelijk
15 Intro, 0,2| is de gebeurtenis waarop het christendom gefundeerd is (
16 Intro, 0,2| gefundeerd is (vgl. 1Kor 15,14): het is een verbazingwekkende
17 Intro, 0,2| verbazingwekkende werkelijkheid die in het licht van het geloof ten
18 Intro, 0,2| werkelijkheid die in het licht van het geloof ten volle doorschouwd
19 Intro, 0,2| wordt door diegenen die het voorrecht hadden de verrezen
20 Intro, 0,2| de verrezen Heer te zien. Het is een wonderbare gebeurtenis
21 Intro, 0,2| mensengeschiedenis, maar zich tevens in het middelpunt van het mysterie
22 Intro, 0,2| tevens in het middelpunt van het mysterie van de tijden bevindt.
23 Intro, 0,2| geschiedenis is, waaraan het mysterie van de oorsprong
24 Intro, 0,2| de dag der christenen, het is onze dag."3 De zondag
25 Intro, 0,2| 4 niet alleen bestemd om het verloop van de tijd te markeren,
26 Intro, 0,3| 3. Het fundamentele belang ervan,
27 Intro, 0,3| altijd erkend is, is door het Tweede Vaticaans Concilie
28 Intro, 0,3| opnieuw met kracht bevestigd: "Het paasmysterie wordt door
29 Intro, 0,3| nieuwe algemene normen voor het liturgisch jaar en aan de
30 Intro, 0,3| kalender.6 De nadering van het derde millennium die de
31 Intro, 0,3| die de gelovigen aanzet in het licht van Christus na te
32 Intro, 0,3| de betekenis ervan voor het christelijk en menselijk
33 Intro, 0,3| van de talrijke acties van het magisterium en van de pastorale
34 Intro, 0,3| initiatieven die u, broeders in het bisschopsambt, individueel
35 Intro, 0,3| belangrijke punt in de jaren na het Concilie hebt ontwikkeld.
36 Intro, 0,3| ontwikkeld. Op de drempel van het grote Jubeljaar 2000 heb
37 Intro, 0,3| verschillende periodes van het liturgisch jaar. Naar mijn
38 Intro, 0,4| 4. Het ontgaat natuurlijk niemand,
39 Intro, 0,4| volksdeelname en door een, om het zo uit te drukken, breed
40 Intro, 0,4| landen waarin de wetgeving het karakter van deze dag als
41 Intro, 0,4| kring is de praktijk van het 'weekeinde' gemeengoed geworden
42 Intro, 0,4| met zon- en feestdagen. Het gaat om een maatschappelijk
43 Intro, 0,4| positieve elementen inzoverre het, met inachtneming van authentieke
44 Intro, 0,4| ontwikkeling en de vooruitgang van het maatschappelijk leven als
45 Intro, 0,4| maatschappelijk leven als geheel. Het beantwoordt niet alleen
46 Intro, 0,4| wordt tot alleen nog maar het 'einde van de week', kan
47 Intro, 0,4| einde van de week', kan het helaas gebeuren, dat de
48 Intro, 0,4| zijn, niet verwarren met het 'weekeinde' dat wezenlijk
49 Intro, 0,4| uit gaan. Dienaangaande is het urgent te komen tot een
50 Intro, 0,4| overeenstemming met de gave van het geloof, altijd bereid zich
51 Intro, 0,5| geconfronteerd. Aan de ene kant het voorbeeld van sommige jonge
52 Intro, 0,5| talrijke gelovigen lijkt in het geweten niet alleen de betekenis
53 Intro, 0,5| alleen de betekenis van het centrale aspect van de eucharistie
54 Intro, 0,5| door samen met anderen in het hart van de kerkgemeenschap
55 Intro, 0,5| geëvangeliseerd zijn nog het feit, dat de schaarste aan
56 Intro, 0,5| schaarste aan priesters het vaak onmogelijk maakt een
57 Intro, 0,6| eruit voortvloeien lijkt het meer dan ooit noodzakelijk
58 Intro, 0,6| ten grondslag liggen aan het kerkelijk voorschrift opnieuw
59 Intro, 0,6| waarde van de zondag in het christelijk leven te geven.
60 Intro, 0,6| aandacht gebracht is door het Tweede Vaticaans Concilie,
61 Intro, 0,6| zondags moeten "samenkomen om het woord van God te aanhoren
62 Intro, 0,6| eucharistie deel te nemen en zo het lijden, de verrijzenis en
63 Intro, 0,7| brief aandacht besteden.~Het is een dag die zich helemaal
64 Intro, 0,7| dag die zich helemaal in het hart van het christelijk
65 Intro, 0,7| helemaal in het hart van het christelijk leven bevindt.
66 Intro, 0,7| ook niet nagelaten sinds het begin van mijn pontificaat
67 Intro, 0,7| kan geven. Hij juist kent het geheim van de tijd en ook
68 I | DIES DOMINI~De viering van het werk van de Schepper~ ~
69 I, 1,8 | van de verrezen Christus. Het is de viering van de 'nieuwe
70 I, 1,8 | schepping van de wereld. Als het immers waar is, dat de Zoon
71 I, 1,8 | mens is geworden, dan is het evenzeer waar, dat Hij,
72 I, 1,8 | oorsprong en einde van het heelal is. Dat wordt door
73 I, 1,8 | de hemelen en op aarde, het zichtbare en het onzichtbare
74 I, 1,8 | aarde, het zichtbare en het onzichtbare Het heelal is
75 I, 1,8 | zichtbare en het onzichtbare Het heelal is geschapen door
76 I, 1,8 | aanwezigheid van Christus in het scheppingswerk van God wordt
77 I, 1,8 | ten volle geopenbaard door het paasmysterie waarin Christus
78 I, 1,8 | Hij zelf zal voleinden op het moment van zijn terugkomst
79 I, 1,8 | heerlijkheid, "wanneer Hij het koningschap aan God de Vader
80 I, 1,8 | dageraad der schepping sloot het plan van God dus deze 'kosmische
81 I, 1,8 | blik van God toen Hij bij het beëindigen van zijn werk "
82 I, 1,8 | Dat was dus volgens het eerste bijbelse scheppingsverhaal
83 I, 1,8 | de 'sabbat' die zo sterk het Eerste Verbond kenmerkt
84 I, 1,8 | zekere zin de gewijde dag van het nieuwe en eeuwige Verbond
85 I, 1,8 | eeuwige Verbond aankondigt. Het thema van de "rust van God" (
86 I, 1,8 | rust door Hem verleend aan het volk van de uittocht bij
87 I, 1,8 | uittocht bij de binnenkomst in het beloofde land (vgl. Ex 33,
88 I, 1,8 | 21,44; Ps 95,11) wordt in het Nieuwe Testament hernomen
89 I, 1,8 | verrijzenis binnengegaan. En het volk van God is geroepen
90 I, 1,8 | gehoorzaamheid (vgl. Heb 4,3-16). Het is dus noodzakelijk de grote
91 I, 2 | In het begin schiep God de hemel
92 I, 2,9 | De dichterlijke stijl van het scheppingsverhaal van het
93 I, 2,9 | het scheppingsverhaal van het boek Genesis geeft goed
94 I, 2,9 | die de mens vervult bij het zien van de onmetelijkheid
95 I, 2,9 | onmetelijkheid van de schepping en het gevoel van aanbidding dat
96 I, 2,9 | voor Diegene die alles uit het niets tevoorschijn gebracht
97 I, 2,9 | tevoorschijn gebracht heeft. Het gaat om een bladzijde met
98 I, 2,9 | lofzang op de Schepper van het heelal die voorbestemd is
99 I, 2,9 | zelf te vergoddelijken. Het is tegelijkertijd een lofzang
100 I, 2,9 | lofzang voor de goedheid van het geschapene, geheel en al
101 I, 2,9 | hand van God.~"God zag, dat het goed was" (Gn 1,10;12; e.v.).
102 I, 2,9 | e.v.). Dit refrein, dat het verhaal zijn ritme geeft,
103 I, 2,9 | licht op alle elementen van het heelal en laat tegelijkertijd
104 I, 2,9 | tegelijkertijd een zweem van het geheim van een juist begrip
105 I, 2,9 | zijn val die in de wereld het begin is van de duistere
106 I, 2,10 | de hand van God en draagt het merkteken van zijn goedheid.
107 I, 2,10 | merkteken van zijn goedheid. Het is een mooie wereld, waard
108 I, 2,10 | worden. De 'voltooiing' van het werk van God stelt de wereld
109 I, 2,10 | stelt de wereld open voor het werk van de mens open. "
110 I, 2,10 | de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had
111 I, 2,10 | antropomorfe weergave van het goddelijk 'werk' geeft de
112 I, 2,10 | opzichte van de kosmos. Het 'werk' van God dient als
113 I, 2,10 | werk' van God dient als het ware als voorbeeld voor
114 I, 2,10 | van Genesis in zekere zin het "evangelie van het werk".
115 I, 2,10 | zekere zin het "evangelie van het werk".10 Het is een waarheid
116 I, 2,10 | evangelie van het werk".10 Het is een waarheid die eveneens
117 I, 2,10 | waarheid die eveneens door het Tweede Vaticaans Concilie
118 I, 2,10 | wordt: "De mens is naar het beeld van God geschapen
119 I, 2,11 | bladzijde van Genesis is het 'werk' van God een voorbeeld
120 I, 2,11 | op de zevende dag van al het werk dat Hij verricht had" (
121 I, 2,11 | God houdt nooit op met aan het werk te zijn. Jezus herinnert
122 I, 2,11 | vandaag voortdurend aan het werk, en ook Ik houd niet
123 I, 2,11 | de zevende dag roept niet het beeld op van een inactieve
124 I, 2,11 | onderstreept de volledigheid van het werk dat voltooid is, en
125 I, 2,11 | dat voltooid is, en is als het ware uitdrukking van de
126 I, 2,11 | pauze die God inlast met het oog op het "zeer goede" (
127 I, 2,11 | God inlast met het oog op het "zeer goede" (Gn 1,31) werk
128 I, 2,11 | voldoening te laten rusten. Het is een 'contemplatieve'
129 I, 2,11 | projecten, maar eerder op het genieten van de schoonheid
130 I, 2,11 | rust op alle dingen maar in het bijzonder op de mens, hoogtepunt
131 I, 2,11 | hoogtepunt van de schepping. Het is een blik waarin men al
132 I, 2,11 | die God wil aanknopen met het schepsel dat naar zijn beeld
133 I, 2,11 | meer zal verwezenlijken in het perspectief van het heil
134 I, 2,11 | verwezenlijken in het perspectief van het heil dat de gehele mensheid
135 I, 2,11 | mensheid wordt aangeboden door het heilsverbond dat Hij met
136 I, 2,11 | bereiken met Christus. Juist het vleesgeworden Woord zal,
137 I, 2,11 | bruid, voor heel de mensheid het offer van barmhartigheid
138 I, 2,11 | offer van barmhartigheid en het voorstel van de liefde van
139 I, 2,12 | 12. In het plan van de Schepper is
140 I, 2,12 | schepping en de orde van het heil. Het Oude Testament
141 I, 2,12 | en de orde van het heil. Het Oude Testament onderstreept
142 I, 2,12 | onderstreept dit al, wanneer het het gebod met betrekking
143 I, 2,12 | onderstreept dit al, wanneer het het gebod met betrekking tot
144 I, 2,12 | Ex 20,8-11), maar ook met het heil dat door Hem aan Israël
145 I, 2,12 | door de farao bevrijdt. In het ene en in het andere geval
146 I, 2,12 | bevrijdt. In het ene en in het andere geval zou men, met
147 I, 2,12 | 8).~Om werkelijk tot in het hart van de 'sabbat', van
148 I, 2,12 | eigen maken die zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament
149 I, 2,12 | zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament de betrekking
150 I, 2,12 | van hen, met de dieren in het wild, met de vogels in de
151 I, 2,12 | zwaard en oorlog sla Ik het land uit en in veiligheid
152 I, 3,13 | 13. Het voorschrift van de sabbat,
153 I, 3,13 | van de sabbat, die onder het Oude Verbond een voorbereiding
154 I, 3,13 | voorbereiding is op de zondag van het nieuwe en eeuwige Verbond,
155 I, 3,13 | woorden' die de pijlers van het morele leven beschrijven
156 I, 3,13 | beschrijven en universeel in het hart van de mens gegrift
157 I, 3,13 | herontdekt worden. Ook al biedt het een natuurlijk samengaan
158 I, 3,13 | behoefte aan rust, toch moet het geloof te hulp geroepen
159 I, 3,13 | ervan te vatten en niet het risico te lopen er bij dit
160 I, 3,13 | kantjes van af te lopen of het te schenden.~ ~
161 I, 3,14 | allereerst een rustdag, omdat het de door God 'gezegende'
162 I, 3,14 | heiliging' van de sabbat in het eerste bijbelse scheppingsverhaal
163 I, 3,14 | begrijpen, moet men naar het geheel van de tekst kijken.
164 I, 3,14 | de diepgaande dialoog van het verbond en zelfs die van
165 I, 3,14 | een 'bruids'-tweespraak. Het is een samenspraak van liefde
166 I, 3,14 | desondanks niet eentonig wordt. Het gesprek verloopt in werkelijkheid
167 I, 3,15 | 15. Het hele mensenleven en de hele
168 I, 3,15 | rustdag. De onderbreking van het vaak benauwende ritme van
169 I, 3,15 | terug om dit principe binnen het weekritme af te kondigen.
170 I, 4,16 | 16. Het gebod van de decaloog waarmee
171 I, 4,16 | de decaloog waarmee God het onderhouden van de sabbat
172 I, 4,16 | verplicht stelt, wordt in het boek Exodus op karakteristieke
173 I, 4,16 | reden aan door te wijzen op het werk van God: "In zes dagen
174 I, 4,16 | gemaakt." (Ex 20,11). Voordat het gebod de plicht oplegt iets
175 I, 4,16 | oplegt iets te doen, wijst het op iets, wat men moet gedenken.
176 I, 4,16 | wat men moet gedenken. Het spoort aan tot het opfrissen
177 I, 4,16 | gedenken. Het spoort aan tot het opfrissen van het geheugen
178 I, 4,16 | aan tot het opfrissen van het geheugen waar het het grote
179 I, 4,16 | opfrissen van het geheugen waar het het grote en fundamentele
180 I, 4,16 | van het geheugen waar het het grote en fundamentele werk
181 I, 4,16 | Deze herinnering moet heel het godsdienstig leven van de
182 I, 4,17 | 17. Het thema van de 'herinnering'
183 I, 4,17 | waar de grondslag voor het voorschrift niet zozeer
184 I, 4,17 | niet zozeer gelegd wordt in het scheppingswerk, maar meer
185 I, 4,17 | scheppingswerk, maar meer in het verlossingswerk van God
186 I, 4,17 | de schepping en die van het heil samenvallen. De inhoud
187 I, 4,17 | samenvallen. De inhoud van het voorschrift is dus niet
188 I, 4,17 | slechts een onderbreking van het werk, maar het vieren van
189 I, 4,17 | onderbreking van het werk, maar het vieren van de wonderdaden
190 I, 5,18 | 18. Gegeven het feit, dat het derde gebod
191 I, 5,18 | 18. Gegeven het feit, dat het derde gebod wezenlijk verbonden
192 I, 5,18 | is met de gedachtenis van het heilswerk van God hebben
193 I, 5,18 | hebben de christenen, die het eigen karakter van de nieuwe
194 I, 5,18 | Heer had plaatsgevonden. Het paasmysterie van Christus
195 I, 5,18 | volledige openbaring van het mysterie van de oorsprong,
196 I, 5,18 | mysterie van de oorsprong, het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis
197 I, 5,18 | mensheid de schepping die uit het niets te voorschijn gebracht
198 I, 5,18 | vgl. Joh 20,19-23). In het paasmysterie heeft de bestemming
199 I, 5,18 | Gal 4,6), leren kennen. In het licht van dit mysterie is
200 I, 5,18 | licht van dit mysterie is het Oudtestamentische voorschrift
201 I, 5,18 | de glorie die straalt van het gelaat van de verrezen Christus (
202 II, 1 | Het wekelijks pasen~
203 II, 1,19 | alleen met Pasen maar ook in het verloop van elke week."
204 II, 1,19 | Augustinus noemt de zondag "het sacrament van Pasen".17
205 II, 1,19 | door alle kerken, zowel van het westen als het oosten, benadrukt.
206 II, 1,19 | zowel van het westen als het oosten, benadrukt. In de
207 II, 1,19 | deze wezenstrek is deze dag het middelpunt van alle eredienst.~
208 II, 1,19 | middelpunt van alle eredienst.~In het licht van die ononderbroken
209 II, 1,19 | is, zijn wortels heeft in het werk zelf van de schepper
210 II, 1,19 | schepper en rechtstreekser in het bijbelse mysterie van de '
211 II, 1,19 | paasgebeurtenis, die de bron is van het heil van de wereld, aan
212 II, 1,20 | 20. Volgens het overeenstemmend getuigenis
213 II, 1,20 | 24,36; Joh 20,19). Zoals het evangelie van Johannes getuigt (
214 II, 1,20 | van de achtste week van het joodse Paasfeest (vgl. Hnd
215 II, 1,20 | Hnd 1,4-5), vervuld werd. Het was de dag van de eerste
216 II, 1,20 | zich dopen" (Hnd 2,41). Het was de epifanie, de openbaring,
217 II, 1,20 | die naar buiten trad als het volk waarbinnen de verspreide
218 II, 2,21 | eerste dag van de week, het eigen ritme van het leven
219 II, 2,21 | week, het eigen ritme van het leven van de leerlingen
220 II, 2,21 | Troas bijeengekomen "voor het breken van het brood", toen
221 II, 2,21 | bijeengekomen "voor het breken van het brood", toen Paulus tot
222 II, 2,21 | Eutuchus tot leven wekte. Het boek van de Openbaring laat
223 II, 2,21 | van de Openbaring laat ons het wijd verbreide gebruik om
224 II, 2,21 | 10). Vanaf die tijd zou het een van de kenmerken zijn
225 II, 2,21 | onderscheiden werden. Dat werd al in het begin van de tweede eeuw
226 II, 2,21 | vaste dag van de week voor het opgaan van de zon bijeen
227 II, 2,21 | septuagint in de openbaring van het Oude Testament als naam
228 II, 2,22 | eerste tijden van de kerk was het wekelijks ritme van de dagen
229 II, 2,22 | bekend in de streken waar het evangelie verbreid werd
230 II, 2,22 | christenen grote problemen bij het vieren van de zondag met
231 II, 2,22 | gelovigen gedwongen werden voor het opgaan van de zon bijeen
232 II, 2,22 | Niettemin vond de trouw aan het wekelijks ritme ingang omdat
233 II, 2,22 | omdat deze gegrond was op het Nieuwe Testament en verbonden
234 II, 2,22 | verbonden met de openbaring van het Oude Testament. De apologeten
235 II, 2,22 | geschriften en prediking vaak. Het paasmysterie wordt aanschouwelijk
236 II, 2,22 | schriftteksten, die volgens het getuigenis van Lucas (vgl.
237 II, 2,22 | had moeten uitleggen. In het licht van deze teksten verkreeg
238 II, 2,22 | volledige nieuwheid van het christelijk mysterie tot
239 II, 3,23 | gingen aanvankelijk door met het bezoeken van de synagoge
240 II, 3,23 | streken kon men zien, dat het onderhouden van de sabbat
241 II, 3,23 | hardnekkigheid van, uit het jodendom afkomstige, christenen
242 II, 3,23 | dat geheim ontvingen wij het geloof, waarin wij volharden
243 II, 3,23 | de eerste van de week."22 Het onderscheid tussen de zondag
244 II, 3,23 | de joodse sabbat wordt in het bewustzijn van de kerk steeds
245 II, 4,24 | de christelijke zondag en het begrip sabbat dat eigen
246 II, 4,24 | sabbat dat eigen is aan het Oude Testament, heeft ook
247 II, 4,24 | verrijzenis en de schepping aan het licht gebracht. Het christelijk
248 II, 4,24 | aan het licht gebracht. Het christelijk denken heeft
249 II, 4,24 | vgl. Gn 1,1-2 en 4) die in het boek Genesis het scheppingsverhaal
250 II, 4,24 | die in het boek Genesis het scheppingsverhaal vorm geeft:
251 II, 4,24 | dag van de schepping van het licht (vgl. 1,3-5). Een
252 II, 4,24 | verrijzenis op te vatten als het begin van een nieuwe schepping
253 II, 4,25 | andere dag, geroepen is het heil te gedenken dat hem
254 II, 4,25 | heil te gedenken dat hem in het doopsel geboden is en dat
255 II, 4,25 | geëigende boeteritus voor het begin van de mis de besprenkeling
256 II, 4,25 | in herinnering roepen van het doopgebeuren waaruit geheel
257 II, 5,26 | 26. Anderzijds doet het feit, dat de sabbat nu eenmaal
258 II, 5,26 | dag van de Heer bezien in het licht van een aanvullende
259 II, 5,26 | symboliek die de vaders na aan het hart lag: de zondag is de
260 II, 5,26 | inneemt die niet alleen het begin van de tijd in zich
261 II, 5,26 | nog de voltooiing ervan in het 'komende tijdperk'. Basilius
262 II, 5,26 | avond noch morgen kent, het onvergankelijke tijdperk,
263 II, 5,26 | blijvende aankondiging van het leven zonder eind die de
264 II, 5,26 | sterkt op hun weg.26 In het licht van de laatste dag
265 II, 5,26 | de week biedt de christen het uitzicht op zijn doel: het
266 II, 5,26 | het uitzicht op zijn doel: het eeuwig leven.28~ ~
267 II, 6 | Dag van Christus, van het Licht~
268 II, 6,27 | 31 Christus is inderdaad het licht van de wereld (vgl.
269 II, 6,27 | eeuwige weerspiegeling, in het weekritme van de tijd, van
270 II, 6,27 | vinden we als thema terug in het Getijdengebed.32 Het krijgt
271 II, 6,27 | in het Getijdengebed.32 Het krijgt een bijzondere nadruk
272 II, 6,27 | een bijzondere nadruk in het gemeenschappelijk nachtelijk
273 II, 6,27 | verschijnt aan hen die in het duister en de schaduw van
274 II, 6,27 | die Simeon ervoer toen hij het goddelijk Kind in zijn armen
275 II, 7,28 | 28. De zondag, dag van het licht, zou met betrekking
276 II, 7,28 | heilige Geest ook dag van het 'vuur' genoemd kunnen worden.
277 II, 7,28 | genoemd kunnen worden. Het licht van Christus is werkelijk
278 II, 7,28 | werkelijk innig verbonden met het 'vuur' van de Geest. Deze
279 II, 7,28 | Toen Hij op de avond van het paasfeest aan zijn apostelen
280 II, 7,28 | Geest was op paaszondag het grote geschenk van de Verrezene
281 II, 7,28 | aan zijn leerlingen. En het is opnieuw zondag, wanneer
282 II, 7,28 | alleen een gebeurtenis bij het ontstaan van de kerk, maar
283 II, 7,28 | vanwege de innige band met het paasmysterie, ook gegrift
284 II, 7,28 | betekenis van elke zondag. Het 'wekelijks pasen' wordt
285 II, 7,28 | wordt zo in zekere zin het 'wekelijks pinksteren',
286 II, 8 | De dag van het geloof~
287 II, 8,29 | deze bij uitstek de dag van het geloof. Door het geloof
288 II, 8,29 | dag van het geloof. Door het geloof maakt de heilige
289 II, 8,29 | maakt de heilige Geest, het levend "geheugen" van de
290 II, 8,29 | een gebeurtenis die in 'het heden' van elke leerling
291 II, 8,29 | de zondag is de dag van het geloof. Het feit, dat in
292 II, 8,29 | is de dag van het geloof. Het feit, dat in de liturgie
293 II, 8,29 | geloofsbelijdenis, benadrukt dit. Het hardop gebeden of gezongen '
294 II, 8,29 | gezongen 'credo' benadrukt het doop- en paaskarakter van
295 II, 8,29 | willig te luisteren naar het woord en het Lichaam van
296 II, 8,29 | luisteren naar het woord en het Lichaam van de Heer te ontvangen
297 II, 9,30 | problemen die in onze tijd het nakomen van de zondagsplicht
298 II, 9,30 | kinderen. Zij voelt zich in het bijzonder geroepen tot een
299 II, 9,30 | des Heren met zich brengt. Het Tweede Vaticaans Concilie
300 II, 9,30 | in dezelfde geest, toen het stelling nam inzake de hypothetische
301 II, 9,30 | waarborgen".37 Op de drempel van het derde millennium blijft
302 II, 9,30 | juist de grondslagen van het geloof, een bepalend onderdeel
303 III, 1,31 | horen in de kerk die daarin het vruchtbare geheim van haar
304 III, 1,31 | aan een gebeurtenis uit het verleden, maar vooral viering
305 III, 1,31 | temidden van de zijnen.~Het is voor het op passende
306 III, 1,31 | van de zijnen.~Het is voor het op passende wijze verkondigen
307 III, 1,31 | zich bidden en inwendig, in het binnenste van hun hart,
308 III, 1,31 | herdenken. Wie de genade van het doopsel ontvangen heeft
309 III, 1,31 | maar ook als lidmaat van het mystieke Lichaam die deel
310 III, 1,31 | Lichaam die deel uitmaakt van het volk van God.38 Het is dan
311 III, 1,31 | van het volk van God.38 Het is dan ook van belang, dat
312 III, 1,31 | Christus (vgl. Gal 3,28) door het ontvangen van de Geest.
313 III, 1,31 | zij zich levendig bewust het volk van vrijgekochte mensen
314 III, 1,31 | leerlingen wordt in de tijd het beeld van de eerste christengemeenschap
315 III, 1,31 | apostelen, trouw bleven aan het gemeenschappelijk leven
316 III, 1,31 | gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en
317 III, 1,31 | ijverig in het breken van het brood en in het gebed" (
318 III, 1,31 | breken van het brood en in het gebed" (Hnd 2,42).~ ~
319 III, 2,32 | is van deze realiteit van het kerkelijk leven niet alleen
320 III, 2,32 | en vormt de kerk: "Omdat het brood één is, vormen wij
321 III, 2,32 | allen hebben wij deel aan het ene brood" (1Kor 10,17).
322 III, 2,32 | ene brood" (1Kor 10,17). Het mysterie van de kerk wordt,
323 III, 2,32 | gezien zijn vitale band met het sacrament van het lichaam
324 III, 2,32 | band met het sacrament van het lichaam en bloed van de
325 III, 2,32 | eucharistie van de Heer staan in het centrum van het leven van
326 III, 2,32 | staan in het centrum van het leven van de kerk."41~ ~
327 III, 2,33 | was op een bepaalde wijze het volk van God van alle tijden
328 III, 2,33 | voorafbeelding zien van het gebruik van de christengemeente
329 III, 2,33 | zondag, bijeen te komen om het geloof in zijn verrijzenis
330 III, 2,33 | de eucharistie wordt in het evangelie van Lucas aangeduid
331 III, 2,33 | hen leidde tot inzicht in het Woord en uiteindelijk bij
332 III, 2,33 | herkenden Hem, toen Hij "het brood nam, de zegen uitsprak,
333 III, 2,33 | nam, de zegen uitsprak, het brak en het hun toereikte" (
334 III, 2,33 | zegen uitsprak, het brak en het hun toereikte" (Lc 24,30).
335 III, 2,33 | stelde, zijn dezelfde als bij het Laatste Avondmaal, met een
336 III, 2,33 | duidelijke verwijzing naar het breken van het brood, een
337 III, 2,33 | verwijzing naar het breken van het brood, een uitdrukking die
338 III, 3,34 | de eucharistie die op om het even welke andere dag gevierd
339 III, 3,34 | niet losgemaakt worden van het geheel van het liturgische
340 III, 3,34 | worden van het geheel van het liturgische en sacramentele
341 III, 3,34 | openbaring van de kerk,42 en het cruciale moment daarin is,
342 III, 3,34 | wanneer de gemeenschap van het bisdom bijeenkomt om met
343 III, 3,34 | te bidden: "De kerk wordt het meest zichtbaar in het voltallig
344 III, 3,34 | wordt het meest zichtbaar in het voltallig en actief deelnemen
345 III, 3,34 | en actief deelnemen van het heilige volk van God aan
346 III, 3,34 | dezelfde eucharistie, aan het ene gebed, aan het ene altaar,
347 III, 3,34 | aan het ene gebed, aan het ene altaar, met aan het
348 III, 3,34 | het ene altaar, met aan het hoofd de bisschop, omringd
349 III, 3,34 | kerkelijke gemeenschap is het kenmerk van elke viering
350 III, 3,34 | vermelding van de bisschop in het eucharistisch gebed blijkt
351 III, 3,34 | eucharistievieringen. De verplichting tot het gemeenschappelijk samenzijn
352 III, 3,34 | gemeenschap is zich door het bijeenbrengen van al haar
353 III, 3,34 | bijeenbrengen van al haar leden voor het 'breken van het brood' ervan
354 III, 3,34 | leden voor het 'breken van het brood' ervan bewust een
355 III, 3,34 | een plaats te zijn waar het mysterie van de kerk concreet
356 III, 4,35 | 46 In die optiek heeft het Tweede Vaticaans Concilie
357 III, 4,36 | men viert er daadwerkelijk het sacramentum unitatis, het
358 III, 4,36 | het sacramentum unitatis, het sacrament van de eenheid,
359 III, 4,36 | wijze de kerk kenmerkt, het volk bijeengebracht "door"
360 III, 4,36 | deelhebben aan de ene tafel van het Woord en het Brood des Levens.
361 III, 4,36 | ene tafel van het Woord en het Brood des Levens.50 Het
362 III, 4,36 | het Brood des Levens.50 Het is goed er in dit verband
363 III, 4,36 | verband op te wijzen, dat het in de eerste plaats de taak
364 III, 4,36 | op de mis in te passen in het vormingsplan van de kinderen
365 III, 4,36 | zwaarwegende redenen voor het verplichtend karakter van
366 III, 4,36 | verplichtend karakter van het voorschrift aan te reiken.
367 III, 4,36 | voorschriften voorzien is.51~Het is normaal, dat groepen,
368 III, 4,36 | zijn, in gehoorzaamheid aan het oordeel van de kerkelijke
369 III, 4,36 | om ervoor te zorgen dat het leven en eenheid van de
370 III, 4,36 | beschermd en gesteund worden.54 Het komt aan het wijze oordeel
371 III, 4,36 | gesteund worden.54 Het komt aan het wijze oordeel van de herders
372 III, 4,36 | nauwkeurige richtlijn met het oog op de specifieke eisen
373 III, 4,36 | rekening wordt gehouden met het welzijn van personen of
374 III, 4,36 | personen of groepen en in het bijzonder met de vruchten
375 III, 4,36 | hele christengemeenschap het gevolg van kunnen zijn.~ ~ ~
376 III, 5 | Het pelgrimerende volk~
377 III, 5,37 | 37. In het perspectief van de tocht
378 III, 5,37 | verrijzenis van Christus en het wekelijkse ritme van deze
379 III, 5,37 | hulp om te laten zien, dat het godsvolk pelgrimerend onderweg
380 III, 5,37 | pelgrimerend onderweg is en dat het een eschatologische dimensie
381 III, 5,37 | een onlosmakelijk deel van het echte mysterie van de kerk,
382 III, 5,37 | eschatologische werkelijkheid van het hemels Jeruzalem vooruitloopt.
383 III, 5,37 | wanneer de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem uit de
384 III, 6,38 | zondag inderdaad de dag van het geloof is, is deze niet
385 III, 6,38 | werkelijk een voorproef van het eschatologisch feestmaal
386 III, 6,38 | gelegenheid van de "bruiloft van het Lam" (Apk 19,9). Door de
387 III, 6,38 | Christus te vieren toont het christenvolk zich "hoopvol
388 III, 6,38 | Om die reden worden in het 'universele' gebed niet
389 III, 6,38 | mensheid. De kerk die voor het vieren van de eucharistie
390 III, 6,38 | zondag bekroont de kerk het getuigenis van haar kinderen
391 III, 6,38 | verschillende bezigheden die bij het leven horen, moeite doen
392 III, 6,38 | door de verkondiging van het evangelie en het beoefenen
393 III, 6,38 | verkondiging van het evangelie en het beoefenen van de deugd van
394 III, 6,38 | wijze zien, dat zij "als het ware het sacrament, dat
395 III, 6,38 | zien, dat zij "als het ware het sacrament, dat wil zeggen
396 III, 6,38 | sacrament, dat wil zeggen het teken en het instrument,
397 III, 6,38 | wil zeggen het teken en het instrument, van de innige
398 III, 6,38 | van de eenheid van heel het menselijk geslacht is".59~ ~
399 III, 7 | De tafel van het Woord~
400 III, 7,39 | de Verrezene plaats door het deelhebben aan de tafel
401 III, 7,39 | deelhebben aan de tafel van het Woord en aan de tafel van
402 III, 7,39 | Woord en aan de tafel van het Brood des Levens. De eerste
403 III, 7,39 | heilsgeschiedenis en met name in het paasmysterie waarin Jezus
404 III, 7,39 | sterven en verrijzen. En het levensbrood, dat het onderpand
405 III, 7,39 | En het levensbrood, dat het onderpand is van de heerlijkheid
406 III, 7,39 | wordt daar aangeboden. Het Tweede Vaticaans Concilie
407 III, 7,39 | gewezen, dat "de liturgie van het woord en de eucharistische
408 III, 7,39 | eveneens: "Om de tafel van het woord van God voor de gelovigen
409 III, 7,39 | mate worden opengesteld."62 Het heeft voorts sterk aanbevolen,
410 III, 7,39 | VI in zijn commentaar bij het rijkere aanbod aan schriftlezingen
411 III, 7,39 | gelovigen de 'honger naar het woord van God' (vgl. Am
412 III, 7,39 | geprikkeld wordt waardoor het volk van het Nieuwe Verbond,
413 III, 7,39 | wordt waardoor het volk van het Nieuwe Verbond, onder de
414 III, 7,40 | Terwijl wij nu, dertig jaar na het Concilie, onze gedachten
415 III, 7,40 | nauwkeurig bekijken hoe het woord van God verkondigd
416 III, 7,40 | daadwerkelijke vooruitgang er onder het volk Gods is wat betreft
417 III, 7,40 | Enerzijds moet de door het Concilie geboden mogelijkheid
418 III, 7,40 | Concilie geboden mogelijkheid het woord van God in de taal
419 III, 7,40 | wijze van lezen of zingen het bijzondere karakter van
420 III, 7,40 | schitteren. Anderzijds is het goed, dat het luisteren
421 III, 7,40 | Anderzijds is het goed, dat het luisteren naar de verkondiging
422 III, 7,40 | naar de verkondiging van het woord van God in de geest
423 III, 7,40 | de bijbelse teksten, in het bijzonder die van de hoogtijdagen.
424 III, 7,40 | niet bij wijze van gewoonte het leven van de gelovige personen
425 III, 7,40 | gezinnen inspireert, zal het inderdaad niet te verwachten
426 III, 7,40 | liturgische verkondiging van het Woord de verhoopte vruchten
427 III, 7,40 | vruchten zal opleveren. Het is dus op zijn plaats de
428 III, 7,40 | zondagsvieringen voorbereiden door het overwegen van het woord
429 III, 7,40 | voorbereiden door het overwegen van het woord van God dat verkondigd
430 III, 7,40 | dat verkondigd zal worden. Het doel dat nagestreefd moet
431 III, 7,40 | toevertrouwd aan de bedienaars van het Woord. Zij hebben de plicht
432 III, 7,40 | de plicht de uitleg van het Woord van de Heer met zorg
433 III, 7,40 | zorg voor te bereiden door het bestuderen van de gewijde
434 III, 7,40 | afgestemd op de vragen en het leven van de mensen van
435 III, 7,41 | liturgische verkondiging van het woord van God, met name
436 III, 7,41 | woord van God, met name in het kader van de eucharistische
437 III, 7,41 | dialoog worden de wonderen van het heil verkondigd en de eisen
438 III, 7,41 | verkondigd en de eisen van het Verbond telkens weer naar
439 III, 7,41 | weer naar voren gebracht. Het volk van God voelt zich
440 III, 7,41 | En tegelijkertijd betoont het volk zijn trouw door een
441 III, 7,41 | meer impliciete wijze in het credo vervat zijn. De liturgie
442 III, 7,41 | tijdens de paaswake en wanneer het doopsel wordt toegediend
443 III, 7,41 | krijgt de verkondiging van het Woord tijdens de zondagse
444 III, 7,41 | eucharistieviering de plechtige klank die het Oude Testament al voorzag
445 III, 7,41 | tijd van vernieuwing van het Verbond, wanneer men de
446 III, 7,41 | gemeenschap van Israël, net als het volk in de woestijn aan
447 III, 7,41 | 24, 3,7), opgeroepen werd het 'ja' te herhalen bij het
448 III, 7,41 | het 'ja' te herhalen bij het hernieuwen van hun keuze
449 III, 7,41 | voorschriften aan te hangen. Bij het doorgeven van zijn woord
450 III, 7,41 | inderdaad ons antwoord, het antwoord dat Christus al
451 III, 8 | De tafel van het Lichaam van Christus~
452 III, 8,42 | 42. De tafel van het Woord gaat op natuurlijke
453 III, 8,42 | wijze over in de tafel van het eucharistisch brood. Deze
454 III, 8,42 | heel de mensheid maakt. Het wekelijkse ritme is een
455 III, 8,42 | deze te interpreteren in het licht van God. Het is een
456 III, 8,42 | interpreteren in het licht van God. Het is een oproep God dank te
457 III, 8,42 | ontleent. Ten slotte richt het volk van God door zich met
458 III, 8,42 | sluiten in geloof en hoop op het eschatologisch einde, wanneer
459 III, 8,42 | einde, wanneer Christus "het koningschap zal overdragen
460 III, 8,43 | eeuwig aanwezig blijft in het offerkarakter van de eucharistie,
461 III, 8,43 | tegenwoordigstelling van het kruisoffer. Onder de gedaanten
462 III, 8,43 | waarmee Hij zich offerde aan het kruis. "In dit goddelijk
463 III, 8,43 | die zichzelf eenmaal op het altaar van het kruis op
464 III, 8,43 | eenmaal op het altaar van het kruis op bloedige wijze
465 III, 8,43 | In de eucharistie wordt het offer van Christus ook het
466 III, 8,43 | het offer van Christus ook het offer van de ledematen van
467 III, 8,43 | ledematen van zijn lichaam. Het leven van de gelovigen,
468 III, 8,43 | zondagse samenkomst die het mogelijk maakt de voorbije
469 III, 8,43 | deze gemarkeerd heeft, naar het altaar te brengen.~ ~
470 III, 9,44 | duidelijk naar voren in het paasmaalkarakter dat eigen
471 III, 9,44 | zowel geestelijk, door het geloof en de liefde, als
472 III, 9,44 | vergeving hebben ontvangen in het sacrament van de verzoening,
473 III, 9,44 | heel dringend.~Verder is het van belang dat men zich
474 III, 9,44 | openingsritus en de toon van het gebed dat ingaat op de behoeften
475 III, 9,44 | bijdrage. De uitwisseling van het teken van vrede, in de Romeinse
476 III, 9,44 | geven aan de instemming die het volk van God betoont met
477 III, 9,44 | viering voltrekt,74 en aan het engagement tot wederzijdse
478 III, 9,44 | door deel te hebben aan het ene brood met in gedachte
479 III, 9,44 | ene brood met in gedachte het nadrukkelijke Woord van
480 III, 9,44 | uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u
481 III, 9,44 | heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst
482 III, 0,45 | 45. Door het ontvangen van het Levensbrood
483 III, 0,45 | Door het ontvangen van het Levensbrood kwamen de leerlingen
484 III, 0,45 | getuigen. In die zin moeten het gebed na de communie, de
485 III, 0,45 | hun is toevertrouwd. Na het uiteengaan van de verzamelde
486 III, 0,45 | zich bij zijn broeders in het krijt staan vanwege dat
487 III, 0,45 | Christus herkenden aan "het breken van het brood" (Lc
488 III, 0,45 | herkenden aan "het breken van het brood" (Lc 24,30-32) en
489 III, 1,46 | de eucharistie werkelijk het hart van de zondag is, begrijpt
490 III, 1,46 | Heren niet samenkomen om het Woord des Levens te aanhoren
491 III, 1,46 | de zielenherders heeft in het algemeen bij de gelovigen
492 III, 1,46 | sprake geweest van slapte in het nakomen van deze plicht,
493 III, 1,46 | gelovigen uit de stad als van het platteland aanwezig waren.
494 III, 1,46 | talrijke moedige christenen die het keizerlijk edict trotseerden
495 III, 1,46 | kan men niet van afzien; het is onze wet"; "Zonder de
496 III, 1,47 | bevestigen ook al heeft zij het niet nodig geacht er direct
497 III, 1,47 | nalatigheid van sommigen het bijwonen van de zondagsmis
498 III, 1,47 | concilies (bijvoorbeeld het Concilie van Elvira in 300
499 III, 1,47 | zoals gebeurde tijdens het Concilie van Agde in 506).
500 III, 1,47 | volstrekt vanzelfsprekend was.80~Het kerkelijk wetboek van 1917
1-500 | 501-625 |