Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,4| niet meer kan zien.7~Van de leerlingen van Christus wordt op zijn
2 II, 1,20 | verrezen Heer zich aan de twee leerlingen uit Emmaus bekend (vgl.
3 II, 1,20 | getuigt (Joh 20,26), waren de leerlingen acht dagen later weer bijeen,
4 II, 2,21 | ritme van het leven van de leerlingen van Christus gaan kenmerken (
5 II, 2,22 | verrezen Christus zelf aan zijn leerlingen had moeten uitleggen. In
6 II, 3,23 | waarin wij volharden om leerlingen te worden bevonden van Jezus
7 II, 3,23 | profeten, die in de geest zijn leerlingen waren, als hun Leermeester
8 II, 7,28 | van de Verrezene aan zijn leerlingen. En het is opnieuw zondag,
9 III, 1,31 | aanwezigheid niet voldoende dat de leerlingen van Christus ieder voor
10 III, 1,31 | In de samenkomst van de leerlingen wordt in de tijd het beeld
11 III, 2,33 | In die kleine kern van leerlingen, de eerstelingen van de
12 III, 7,39 | na zijn verrijzenis zijn leerlingen zelf heeft binnengeleid.
13 III, 0,45 | het Levensbrood kwamen de leerlingen van Christus in de juiste
14 III, 0,45 | heeft, precies zoals de leerlingen uit Emmaus die de verrezen
15 IV, 1,56 | door de vreugde waarmee de leerlingen de Meester ontvingen: "De
16 IV, 1,56 | de Meester ontvingen: "De leerlingen waren vervuld van vreugde
17 IV, 1,56 | niet zelf gebeden, dat de leerlingen zijn "vreugde ten volle" (
18 IV, 1,58 | Christus die temidden van zijn leerlingen voorbijgaat om hen gezamenlijk
|