Chapter, Paragraph, Number
1 I, 3,13 | zijn. Door dit gebod een plaats te geven in de context van
2 I, 3,15 | karakteriseert.13 Dit is de plaats om erop te wijzen, dat de
3 I, 4,17 | is dus niet op de eerste plaats slechts een onderbreking
4 II, 1,19 | voorhoudt om te overwegen en een plaats in hun leven te geven.~ ~
5 II, 1,20 | Jezus Christus uit de doden plaats op de "eerste dag na de
6 II, 4,24 | wijze de verrijzenis die plaats vond "op de eerste dag na
7 II, 5,26 | unieke en transcendente plaats inneemt die niet alleen
8 II, 8,29 | van de grote feestdagen, plaats is ingeruimd voor de geloofsbelijdenis,
9 III, 3,34| brood' ervan bewust een plaats te zijn waar het mysterie
10 III, 4,36| zondagsbijeenkomst is een bevoorrechte plaats van eenheid: men viert er
11 III, 4,36| wijzen, dat het in de eerste plaats de taak van de ouders is
12 III, 7,39| ontmoeting met de Verrezene plaats door het deelhebben aan
13 III, 7,40| opleveren. Het is dus op zijn plaats de initiatieven toe te juichen
14 III, 1,49| de mis bij te wonen in de plaats waar zij zich bevinden,
15 III, 5,53| benutten om op een centrale plaats een samenkomst te organiseren,
16 III, 6,54| waarbij men op dezelfde plaats bijeenkomt en waar men de
|