Chapter, Paragraph, Number
1 I, 3,15 | aan momenten van expliciet gebed, waarin de relatie een intens
2 II, 6,27 | gemeenschappelijk nachtelijk gebed in de oosterse liturgieën
3 III, 1,31| van het brood en in het gebed" (Hnd 2,42).~ ~
4 III, 3,34| eucharistie, aan het ene gebed, aan het ene altaar, met
5 III, 3,34| bisschop in het eucharistisch gebed blijkt dat. Toch benadrukt
6 III, 6,38| worden in het 'universele' gebed niet alleen de zorgen van
7 III, 7,40| teksten, in een geest van gebed en getrouw aan de kerkelijke
8 III, 7,40| homilie maar de hele viering, gebed, luisteren, gezang, op een
9 III, 7,40| de gewijde tekst en door gebed. Daarbij dienen zij de inhoud
10 III, 8,43| lofprijzing, hun lijden, hun gebed, hun werk, worden verenigd
11 III, 9,44| openingsritus en de toon van het gebed dat ingaat op de behoeften
12 III, 0,45| getuigen. In die zin moeten het gebed na de communie, de slotriten,
13 III, 1,48| heiliging van de dag in gebed, liefdadigheidswerken en
14 III, 3,51| doopsel te beleven door het gebed en het getuigenis van de
15 III, 4,52| de leek geen tijden voor gebed gereserveerd worden, zoals
16 III, 4,52| nieuw verlangen naar het gebed in zijn veelvoudige vormen
|