Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| door het breken van het brood (vgl. Lc 24, 35 en 32).
2 II, 2,21 | voor het breken van het brood", toen Paulus tot hen zijn
3 III, 1,31 | ijverig in het breken van het brood en in het gebed" (Hnd 2,
4 III, 2,32 | vormt de kerk: "Omdat het brood één is, vormen wij allen
5 III, 2,32 | hebben wij deel aan het ene brood" (1Kor 10,17). Het mysterie
6 III, 2,33 | herkenden Hem, toen Hij "het brood nam, de zegen uitsprak,
7 III, 2,33 | naar het breken van het brood, een uitdrukking die door
8 III, 3,34 | voor het 'breken van het brood' ervan bewust een plaats
9 III, 4,36 | tafel van het Woord en het Brood des Levens.50 Het is goed
10 III, 7,39 | en aan de tafel van het Brood des Levens. De eerste blijft
11 III, 8,42 | tafel van het eucharistisch brood. Deze bereidt de gemeenschap
12 III, 8,43 | Onder de gedaanten van brood en wijn, waarover de uitstorting
13 III, 9,44 | deel te hebben aan het ene brood met in gedachte het nadrukkelijke
14 III, 0,45 | aan "het breken van het brood" (Lc 24,30-32) en onmiddellijk
15 III, 5,53 | met het breken van het brood van het Woord en van de
|