Chapter, Paragraph, Number
1 Intro | broeders in het bisschopsambt en in het priesterschap, geliefde
2 Intro | priesterschap, geliefde broeders en zusters~
3 Intro, 0,1| van Christus op de zonde en op de dood gevierd wordt,
4 Intro, 0,1| van de eerste schepping, en het begin van de "nieuwe
5 Intro, 0,1| waarop men in aanbidding en dankbaarheid terugdenkt
6 Intro, 0,1| Hnd 1,11; 1Tes 4, 13-17) en die de verwezenlijking van
7 Intro, 0,1| kruisiging van Christus en die, toen zij in de vroege
8 Intro, 0,1| hen op hun weg begeleidde en de Schriften ontsloot, en
9 Intro, 0,1| en de Schriften ontsloot, en zich openbaarde door het
10 Intro, 0,1| het brood (vgl. Lc 24, 35 en 32). Het is de weerklank
11 Intro, 0,1| aanvankelijk aarzelende en vervolgens onweerstaanbare
12 Intro, 0,1| verrezen Jezus hen bezocht en zij van Hem de gave van
13 Intro, 0,1| Hem de gave van zijn vrede en zijn Geest ontvingen (vgl.
14 Intro, 0,2| behoort aan Christus 'tijd en eeuwigheid' toe. Door de
15 Intro, 0,2| mysterie van de oorsprong en dat van de uiteindelijke
16 Intro, 0,2| christenen werkelijk de "oudste en eerste feestdag",4 niet
17 Intro, 0,3| voor het liturgisch jaar en aan de nieuwe algemene Romeinse
18 Intro, 0,3| ervan voor het christelijk en menselijk bestaan met een
19 Intro, 0,3| acties van het magisterium en van de pastorale initiatieven
20 Intro, 0,3| herders om de eucharistie en de 'dag des Heren' te vieren,
21 Intro, 0,3| Heel veel overwegingen en gevoelens die de inspiratie
22 Intro, 0,3| bisschop was in Krakau, en na de aanvang van mijn dienstwerk
23 Intro, 0,3| dienstwerk als bisschop van Rome en opvolger van Petrus tijdens
24 Intro, 0,3| betekenis van de zondag en door de redenen te benadrukken
25 Intro, 0,4| een brede volksdeelname en door een, om het zo uit
26 Intro, 0,4| collectieve gedragingen en, als gevolg daarvan, van
27 Intro, 0,4| huis wordt doorgebracht en gekenmerkt wordt door de
28 Intro, 0,4| precies samenvallen met zon- en feestdagen. Het gaat om
29 Intro, 0,4| gaat om een maatschappelijk en cultureel verschijnsel dat
30 Intro, 0,4| menselijke ontwikkeling en de vooruitgang van het maatschappelijk
31 Intro, 0,4| de zondag verloren gaat en gereduceerd wordt tot alleen
32 Intro, 0,5| oorzaken van sociologische aard en misschien als gevolg van
33 Intro, 0,5| komt in de missielanden en in de landen die van oudsher
34 Intro, 0,6| Tegenover deze nieuwe situaties en de problemen die eruit voortvloeien
35 Intro, 0,6| woord van God te aanhoren en aan de eucharistie deel
36 Intro, 0,6| eucharistie deel te nemen en zo het lijden, de verrijzenis
37 Intro, 0,6| het lijden, de verrijzenis en de heerlijkheid van de Heer
38 Intro, 0,6| de Heer Jezus te gedenken en dank te brengen aan God,
39 Intro, 0,7| deelname aan de eucharistie en door een rust die rijk is
40 Intro, 0,7| aan christelijke vreugde en broederlijkheid kan makkelijk
41 Intro, 0,7| wagenwijd voor Christus!"9 En vandaag zou ik u allen met
42 Intro, 0,7| Christus, opdat Hij er licht en richting aan kan geven.
43 Intro, 0,7| kent het geheim van de tijd en ook van de eeuwigheid. Hij
44 Intro, 0,7| humanisering van onze betrekkingen en ons leven.~ ~
45 I, 1,8 | van de Vader, oorsprong en einde van het heelal is.
46 I, 1,8 | alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden" (
47 I, 1,8 | geschapen in de hemelen en op aarde, het zichtbare
48 I, 1,8 | op aarde, het zichtbare en het onzichtbare Het heelal
49 I, 1,8 | heelal is geschapen door Hem en voor Hem" (Kol 1,16). Deze
50 I, 1,8 | nieuwe schepping begonnen is en de weg heeft geopend tot
51 I, 1,8 | in alles zij" (1Kor 15,24 en 28).~Vanaf de dageraad der
52 I, 1,8 | de zevende dag zegende en hem heilig maakte" (Gn 2,
53 I, 1,8 | Eerste Verbond kenmerkt en in zekere zin de gewijde
54 I, 1,8 | gewijde dag van het nieuwe en eeuwige Verbond aankondigt.
55 I, 1,8 | rust van God" (vgl. Gn 2,2) en de rust door Hem verleend
56 I, 1,8 | vgl. Ex 33,14; Dt 3,20 en 12,19; Joz 21,44; Ps 95,
57 I, 1,8 | verrijzenis binnengegaan. En het volk van God is geroepen
58 I, 1,8 | de schepping te herlezen en de theologie van de 'sabbbat'
59 I, 2 | begin schiep God de hemel en de aarde" (Gn 1,1)~
60 I, 2,9 | onmetelijkheid van de schepping en het gevoel van aanbidding
61 I, 2,9 | van het geschapene, geheel en al gevormd door de machtige
62 I, 2,9 | gevormd door de machtige en barmhartige hand van God.~"
63 I, 2,9 | elementen van het heelal en laat tegelijkertijd een
64 I, 2,9 | geheim van een juist begrip en een mogelijke hernieuwing
65 I, 2,9 | blijft aan haar oorsprong. En nadat zij besmeurd is door
66 I, 2,9 | mens die naar Gods beeld en gelijkenis geschapen is,
67 I, 2,9 | gelijkenis geschapen is, en zijn val die in de wereld
68 I, 2,9 | duistere geschiedenis van zonde en dood.~
69 I, 2,10 | voortgekomen uit de hand van God en draagt het merkteken van
70 I, 2,10 | ook bestemd is om bewerkt en ontwikkeld te worden. De '
71 I, 2,10 | betrekking tussen de Schepper en de geschapen wereld, maar
72 I, 2,10 | ook om deze 'op te bouwen' en zich zo tot 'medewerker'
73 I, 2,10 | beeld van God geschapen en heeft de opdracht gekregen
74 I, 2,10 | wereld in rechtvaardigheid en heiligheid te besturen en
75 I, 2,10 | en heiligheid te besturen en om, God als Schepper van
76 I, 2,10 | alles erkennend, zichzelf en de totaliteit van de dingen
77 I, 2,10 | van wetenschap, techniek en cultuur in al hun uiteenlopende
78 I, 2,10 | verschijningsvormen een steeds snellere en nu zelfs duizelingwekkend
79 I, 2,10 | zending waardoor God man en vrouw de taak en de verantwoordelijkheid
80 I, 2,10 | God man en vrouw de taak en de verantwoordelijkheid
81 I, 2,11 | voortdurend aan het werk, en ook Ik houd niet op met
82 I, 2,11 | het werk dat voltooid is, en is als het ware uitdrukking
83 I, 2,11 | waarnemen. Dat is wat Hij meer en meer zal verwezenlijken
84 I, 2,11 | met Israël gesloten heeft en dat zijn hoogtepunt zal
85 I, 2,11 | gave van de heilige Geest en de vestiging van de kerk
86 I, 2,11 | de kerk als zijn lichaam en bruid, voor heel de mensheid
87 I, 2,11 | offer van barmhartigheid en het voorstel van de liefde
88 I, 2,12 | de orde van de schepping en de orde van het heil. Het
89 I, 2,12 | die de zevende dag uitrust en zich verheugt over zijn
90 I, 2,12 | farao bevrijdt. In het ene en in het andere geval zou
91 I, 2,12 | de betrekking tussen God en zijn volk kenmerkt. Dat
92 I, 2,12 | met de vogels in de lucht en met wat er kruipt op de
93 I, 2,12 | kruipt op de grond. Boog en zwaard en oorlog sla Ik
94 I, 2,12 | de grond. Boog en zwaard en oorlog sla Ik het land uit
95 I, 2,12 | oorlog sla Ik het land uit en in veiligheid laat Ik hen
96 I, 2,12 | als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid
97 I, 2,12 | gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid,
98 I, 3 | God zegende de zevende dag en maakte hem heilig" (Gn 2,
99 I, 3,13 | de zondag van het nieuwe en eeuwige Verbond, is dus
100 I, 3,13 | morele leven beschrijven en universeel in het hart van
101 I, 3,13 | de ethiek, laten Israël en later de kerk zien, dat
102 I, 3,13 | maar als een wezenlijke en onvermijdelijke uitdrukking
103 I, 3,13 | openbaring aangekondigd en voorgehouden wordt. In dezelfde
104 I, 3,13 | betekenis ervan te vatten en niet het risico te lopen
105 I, 3,14 | teruggevoerd wordt. Tijd en ruimte behoren Hem toe.
106 I, 3,14 | door een bijzondere zegen en er 'zijn dag' bij uitstek
107 I, 3,14 | dialoog van het verbond en zelfs die van een 'bruids'-
108 I, 3,14 | die geen onderbreking kent en desondanks niet eentonig
109 I, 3,14 | liefde, vanaf de gewone en indirecte blijken tot aan
110 I, 3,14 | de woorden van de Schrift en de getuigenissen van talloze
111 I, 3,15 | 15. Het hele mensenleven en de hele tijd van de mens
112 I, 3,15 | worden als een lofzang voor en een dankzegging aan de Schepper.
113 I, 3,15 | naar God doet opstijgen en zo de stem van heel de schepping
114 I, 3,15 | in termen als 'nieuwheid' en 'onthechting', is een erkenning
115 I, 3,15 | afhankelijkheid van de persoon en van de kosmos tegenover
116 I, 3,15 | te wijzen, dat de kosmos en de geschiedenis aan God
117 I, 3,15 | geschiedenis aan God toebehoren en dat de mens zich niet aan
118 I, 4,16 | zevende dag heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend en
119 I, 4,16 | en zo de sabbat gezegend en tot een heilige dag gemaakt." (
120 I, 4,16 | geheugen waar het het grote en fundamentele werk van God,
121 I, 4,16 | overhandigen, door lofzang en dank, door kinderlijke intimiteit
122 I, 4,16 | door kinderlijke intimiteit en echtelijke vriendschap.~
123 I, 4,17 | slaaf zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met
124 I, 4,17 | uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat
125 I, 4,17 | theologie van de schepping en die van het heil samenvallen.
126 I, 4,17 | mate waarin de van dank en lof jegens God vervulde '
127 I, 4,17 | van de 'rust' van de Heer en neemt hij er intensief aan
128 I, 5,18 | eigen karakter van de nieuwe en definitieve door Christus
129 I, 5,18 | van de heilsgeschiedenis en een voorproef van de eschatologische
130 I, 5,18 | schepping bewerkstelligd heeft en wat Hij voor zijn volk bij
131 I, 5,18 | voltooiing gevonden in de dood en verrijzenis van Christus,
132 I, 5,18 | de zijnen verschenen is en de gave van de vrede en
133 I, 5,18 | en de gave van de vrede en de Geest bracht (vgl. Joh
134 I, 5,18 | bestemming van de mens, en daarmee die van de hele
135 I, 5,18 | hele schepping die "kreunt en barensweeën lijdt, altijd
136 I, 5,18 | Heer hernomen, ingepast en volledig ontsluierd in de
137 II | dag van de verrezen Heer en van de gave van de Geest~ ~
138 II, 1,19 | verrijzenis van de Heer en de eerste onder de dagen".
139 II, 1,19 | eerste onder de dagen".16 En Augustinus noemt de zondag "
140 II, 1,19 | directe band tussen de zondag en de verrijzenis van de Heer
141 II, 1,19 | dag van de verrijzenis18 en vanwege deze wezenstrek
142 II, 1,19 | licht van die ononderbroken en universele overlevering
143 II, 1,19 | werk zelf van de schepper en rechtstreekser in het bijbelse
144 II, 1,19 | voorhoudt om te overwegen en een plaats in hun leven
145 II, 1,20 | bekend (vgl. Lc 24,13-35) en verscheen Hij aan de elf
146 II, 1,20 | toen Jezus hun verscheen en aan Thomas liet zien wie
147 II, 1,20 | van de eerste verkondiging en van de eerste doopsels.
148 II, 1,20 | dat Jezus verrezen was en zij "die zijn woord aannamen
149 II, 2,21 | zijn afscheidsrede richtte en een wonder verrichtte, toen
150 II, 2,21 | van de zon bijeen te komen en samen een lofzang voor Christus
151 II, 2,21 | zingen als voor een god".19 En wanneer de christenen spraken
152 II, 2,22 | evangelie verbreid werd en de feestdagen van de Griekse
153 II, 2,22 | feestdagen van de Griekse en Romeinse kalenders niet
154 II, 2,22 | op het Nieuwe Testament en verbonden met de openbaring
155 II, 2,22 | Testament. De apologeten en kerkvaders benadrukken dit
156 II, 2,22 | benadrukken dit in hun geschriften en prediking vaak. Het paasmysterie
157 II, 2,22 | getuigenis van Lucas (vgl. 24,27 en 44-47) de verrezen Christus
158 II, 2,22 | verrijzenis een leerstellige en symbolische waarde waarin
159 II, 3,23 | synagoge bijeen te komen en zij moesten de door de Wet
160 II, 3,23 | acht nemen. De apostelen en met name Paulus gingen aanvankelijk
161 II, 3,23 | onderhouden van de sabbat en de zondagsviering naast
162 II, 3,23 | leven is opgebloeid door Hem en zijn dood door dat geheim
163 II, 3,23 | op zijn beurt merkt op: "En juist daarom heeft de Heer
164 II, 3,23 | derde dag na zijn lijden en sterven. In de achtdaagse
165 II, 3,23 | wil zeggen na de sabbat, en de eerste van de week."22
166 II, 3,23 | onderscheid tussen de zondag en de joodse sabbat wordt in
167 II, 3,23 | streken worden de sabbat en de zondag beschouwd als "
168 II, 4,24 | van de christelijke zondag en het begrip sabbat dat eigen
169 II, 4,24 | bestaat tussen de verrijzenis en de schepping aan het licht
170 II, 4,24 | kosmische week (vgl. Gn 1,1-2 en 4) die in het boek Genesis
171 II, 4,24 | de schepping" (Kol 1,15) en ook "Eerstgeborene onder
172 II, 4,25 | in het doopsel geboden is en dat van hem een nieuwe mens
173 II, 4,25 | van de Heer herdenkt",24 en eveneens door als geëigende
174 II, 5,26 | zondag is de eerste dag en ook 'de achtste dag'. Dat
175 II, 5,26 | telkens zeven dagen een unieke en transcendente plaats inneemt
176 II, 5,26 | de christenen doet leven en hen sterkt op hun weg.26
177 II, 5,26 | tegelijkertijd "eerste dag" en "achtste dag" van de week
178 II, 6,27 | door de gelovige overweging en de pastorale praktijk aan
179 II, 6,27 | Romeinen aan deze dag gaven en die nog in een aantal talen
180 II, 6,27 | die de zon vergoddelijkte en richtte zij de viering van
181 II, 6,27 | de gelovigen een nieuwe en volstrekt evangelische betekenis.
182 II, 6,27 | Joh 9,5; vgl. ook 1,4-5 en 9), en de gedenkdag van
183 II, 6,27 | 5; vgl. ook 1,4-5 en 9), en de gedenkdag van zijn verrijzenis
184 II, 6,27 | liturgieën ter voorbereiding op en begin van de zondag. In
185 II, 6,27 | aan hen die in het duister en de schaduw van de dood gezeten
186 II, 6,27 | gezeten zijn" (Lc 1,78-79). En de kerk zindert mee met
187 II, 7,28 | vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft,
188 II, 7,28 | Verrezene aan zijn leerlingen. En het is opnieuw zondag, wanneer
189 II, 7,28 | macht, als een "hevige wind" en als "een vuur" (Hnd 2,2-
190 II, 8,29 | Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek
191 II, 8,29 | handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en
192 II, 8,29 | en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig,
193 II, 8,29 | liturgie van de zondagen, en overigens ook van de grote
194 II, 8,29 | credo' benadrukt het doop- en paaskarakter van de zondag
195 II, 8,29 | verknochtheid aan Christus en zijn evangelie hernieuwt
196 II, 8,29 | luisteren naar het woord en het Lichaam van de Heer
197 II, 8,29 | heilige tekenen' aanwezig is, en hij belijdt met de apostel
198 II, 8,29 | apostel Thomas: "Mijn Heer en mijn God" (Joh 20,28).~ ~
199 II, 9,30 | van onze tijd, beschermd, en vooral beleefd moet worden
200 II, 9,30 | zich een kerk die gevoelig en vol moederlijke zorg is
201 II, 9,30 | een nieuwe catechetische en pastorale betrokkenheid,
202 II, 9,30 | met de zondag intact laten en waarborgen".37 Op de drempel
203 II, 9,30 | gegeven de vele betekenissen en aspecten ervan met betrekking
204 III, 1,31 | geheim van haar bestaan vindt en de bron van haar hoop. Als
205 III, 1,31 | passende wijze verkondigen en beleven van deze aanwezigheid
206 III, 1,31 | Christus ieder voor zich bidden en inwendig, in het binnenste
207 III, 1,31 | binnenste van hun hart, de dood en verrijzenis van Christus
208 III, 1,31 | samengesteld uit "elke stam en taal en volk en natie" (
209 III, 1,31 | samengesteld uit "elke stam en taal en volk en natie" (Apk 5,9),
210 III, 1,31 | elke stam en taal en volk en natie" (Apk 5,9), en zij
211 III, 1,31 | volk en natie" (Apk 5,9), en zij getuigen ervan tegenover
212 III, 1,31 | gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van
213 III, 1,31 | het breken van het brood en in het gebed" (Hnd 2,42).~ ~
214 III, 2,32 | ervan. De eucharistie voedt en vormt de kerk: "Omdat het
215 III, 2,32 | sacrament van het lichaam en bloed van de Heer, vooral
216 III, 2,32 | eucharistie verkondigd, geproefd en beleefd.40~De diep-kerkelijke
217 III, 2,32 | vindt echter, met meer recht en reden, haar uitdrukking
218 III, 2,32 | zondagsviering van de dag des Heren en van de eucharistie van de
219 III, 2,33 | zijn bloed verworven was en tegelijk met zijn Geest
220 III, 2,33 | verrijzenis te belijden en om de vruchten te ontvangen
221 III, 2,33 | Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben" (Joh
222 III, 2,33 | verschijning van de Verrezene en de eucharistie wordt in
223 III, 2,33 | tot inzicht in het Woord en uiteindelijk bij hen bleef
224 III, 2,33 | zegen uitsprak, het brak en het hun toereikte" (Lc 24,
225 III, 3,34 | geheel van het liturgische en sacramentele leven. Door
226 III, 3,34 | openbaring van de kerk,42 en het cruciale moment daarin
227 III, 3,34 | zichtbaar in het voltallig en actief deelnemen van het
228 III, 3,34 | door zijn priesterschaar en zijn altaardienaren."43
229 III, 3,34 | betrekking met de bisschop en met de gehele kerkelijke
230 III, 3,34 | eucharistieviering de kerkelijke dimensie en maakt zich tot toonbeeld
231 III, 3,34 | gemeenschappelijk samenzijn en de bijzondere plechtigheid
232 III, 3,34 | verrezen is uit de doden en ons deelgenoot heeft gemaakt
233 III, 3,34 | alle gelovigen met de paus en de herders van alle kerken,
234 III, 4,35 | gemeenschap niets zo vitaal en brengt zoveel vorming als
235 III, 4,35 | viering van de dag des Heren en de eucharistie op zondag".
236 III, 4,35 | die vragen, dat op zon- en feestdagen de eucharistievieringen
237 III, 4,35 | bijzondere wijze wordt versterkt en tot uitdrukking komt in
238 III, 4,36 | volk bijeengebracht "door" en "in" de eenheid van de Vader,
239 III, 4,36 | eenheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.49 Daarin
240 III, 4,36 | uitingen van hun identiteit en hun "dienstwerk" als "huiskerken",
241 III, 4,36 | ene tafel van het Woord en het Brood des Levens.50
242 III, 4,36 | bewegingen, verenigingen en ook kleine religieuze gemeenschappen
243 III, 4,36 | te zorgen dat het leven en eenheid van de kerkelijke
244 III, 4,36 | kerkelijke gemeenschap beschermd en gesteund worden.54 Het komt
245 III, 4,36 | specifieke eisen van vorming en pastoraal, waarbij rekening
246 III, 4,36 | van personen of groepen en in het bijzonder met de
247 III, 5,37 | verrijzenis van Christus en het wekelijkse ritme van
248 III, 5,37 | pelgrimerend onderweg is en dat het een eschatologische
249 III, 5,37 | mysterie van de kerk,55 en dit komt tot uitdrukking
250 III, 5,37 | verrezen Christus, verwijst ook en met meer kracht naar de
251 III, 5,37 | samenkomst bijeen te brengen en door hen te leren de "goddelijke
252 III, 5,37 | vreugde van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde kent, wanneer
253 III, 6,38 | gedachtenis van de verrezen en ten hemel opgestegen Christus
254 III, 6,38 | christelijke hoop wordt, doorleefd en gevoed in dat intense wekelijks
255 III, 6,38 | intense wekelijks ritme, gist en licht voor elk menselijk
256 III, 6,38 | wereld, dat zij "vreugde en hoop, verdriet en angst
257 III, 6,38 | vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van
258 III, 6,38 | vandaag, vooral van de armen en van hen die hoe ook lijden"
259 III, 6,38 | opgeslokt door hun werk en verschillende bezigheden
260 III, 6,38 | verkondiging van het evangelie en het beoefenen van de deugd
261 III, 6,38 | dat wil zeggen het teken en het instrument, van de innige
262 III, 6,38 | innige vereniging met God en van de eenheid van heel
263 III, 7,39 | aan de tafel van het Woord en aan de tafel van het Brood
264 III, 7,39 | in de heilsgeschiedenis en met name in het paasmysterie
265 III, 7,39 | werkelijke, substantiële en duurzame aanwezigheid van
266 III, 7,39 | van zijn lijden, sterven en verrijzen. En het levensbrood,
267 III, 7,39 | lijden, sterven en verrijzen. En het levensbrood, dat het
268 III, 7,39 | de liturgie van het woord en de eucharistische liturgie
269 III, 7,39 | dat de homilie op zondagen en verplichte feestdagen niet
270 III, 7,39 | schriftlezingen op zon- en feestdagen schreef: "Dit
271 III, 7,39 | God' (vgl. Am 8,11) meer en meer geprikkeld wordt waardoor
272 III, 7,40 | van God verkondigd wordt en ook bezien welke daadwerkelijke
273 III, 7,40 | wat betreft de kennis van en liefde tot de heilige Schrift.
274 III, 7,40 | aspecten, die van de viering en de doorleefde ervaring,
275 III, 7,40 | aangepaste kennis van de Schrift en, indien dat pastoraal gezien
276 III, 7,40 | in een geest van gebed en getrouw aan de kerkelijke
277 III, 7,40 | van de gelovige personen en gezinnen inspireert, zal
278 III, 7,40 | bestuderen van de gewijde tekst en door gebed. Daarbij dienen
279 III, 7,40 | inhoud getrouw weer te geven en deze te vertalen naar de
280 III, 7,40 | afgestemd op de vragen en het leven van de mensen
281 III, 7,41 | van het heil verkondigd en de eisen van het Verbond
282 III, 7,41 | liefdesdialoog door dankzegging en lofzang. En tegelijkertijd
283 III, 7,41 | dankzegging en lofzang. En tegelijkertijd betoont het
284 III, 7,41 | vernieuwing tijdens de paaswake en wanneer het doopsel wordt
285 III, 7,41 | wanneer men de Wet verkondigde en de gemeenschap van Israël,
286 III, 7,41 | keuze trouw te zijn aan God en zijn voorschriften aan te
287 III, 7,41 | amen" (vgl. 2Kor 1,20-22) en dat de heilige Geest op
288 III, 8,42 | Geest wendt tot de Vader en zich in vereniging met Christus
289 III, 8,42 | gebeurtenissen van de vorige dagen en deze te interpreteren in
290 III, 8,42 | door Christus, met Hem en in Hem, in de eenheid van
291 III, 8,42 | vgl. Kol 1,16; Joh 1,3) en dat ze in Hem, die na de
292 III, 8,42 | om ons menszijn te delen en vrij te kopen, weer onder
293 III, 8,42 | Wie alles zijn oorsprong en zijn leven ontleent. Ten
294 III, 8,42 | aan te sluiten in geloof en hoop op het eschatologisch
295 III, 8,43 | elke eucharistische viering en maakt er een blij gebeuren
296 III, 8,43 | gebeuren vol dankbaarheid en hoop. In de zondagsmis echter
297 III, 8,43 | tot stand heeft gebracht en die eeuwig aanwezig blijft
298 III, 8,43 | eucharistie, hoogste uitdrukking en viering van de kénosis,
299 III, 8,43 | Onder de gedaanten van brood en wijn, waarover de uitstorting
300 III, 8,43 | bloedige wijze offerde aanwezig en wordt Hij op onbloedige
301 III, 8,43 | verenigd met die van Christus en met zijn totale offerande.
302 III, 9 | Paasmaal en broederlijke ontmoeting~
303 III, 9,44 | zichzelf tot voedsel maakt. "En Christus heeft dit offer
304 III, 9,44 | geestelijk, door het geloof en de liefde, als sacramenteel
305 III, 9,44 | gewenste gesteldheid verkeren en zij, als zij zich bewust
306 III, 9,44 | gelegenheid van de mis op zon- en feestdagen wel heel dringend.~
307 III, 9,44 | begroeting bij de openingsritus en de toon van het gebed dat
308 III, 9,44 | in de viering voltrekt,74 en aan het engagement tot wederzijdse
309 III, 9,44 | brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen
310 III, 9,44 | met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave
311 III, 0,45 | kracht van de Verrezene en van diens Geest, de taken
312 III, 0,45 | de Verrezene te beleven en te verkondigen, zijn, zoals
313 III, 0,45 | dagelijkse leven te evangeliseren en te getuigen. In die zin
314 III, 0,45 | de slotriten, de zegening en wegzending van de gelovigen
315 III, 0,45 | de gelovigen herontdekt en meer gewaardeerd worden,
316 III, 0,45 | het brood" (Lc 24,30-32) en onmiddellijk de behoefte
317 III, 1,46 | apostelen alles achterwege en haast u naar uw samenkomst,
318 III, 1,46 | Woord des Levens te aanhoren en zich te voeden met de leven-schenkende
319 III, 1,46 | bereidwillig gehoor gevonden. En ook al is er wel eens in
320 III, 1,46 | heldhaftigheid heen waarmee priesters en gelovigen in gevaarlijke
321 III, 1,46 | gericht tot keizer Antoninus en de senaat kon de martelaar
322 III, 1,46 | keizerlijk edict trotseerden en liever de dood riskeerden,
323 III, 1,46 | kunnen wij niet leven". En een van de martelaressen
324 III, 1,46 | naar de samenkomst gegaan en ik heb met mijn broeders
325 III, 1,47 | van driemaal verzuim)78 en vooral vanaf de zesde eeuw (
326 III, 1,47 | met de woorden: "Op zondag en op de andere verplichte
327 III, 1,47 | van de katholieke kerk83 en dat is ook niet moeilijk
328 III, 1,48 | omgeving openlijk vijandig en soms en dat komt vaker
329 III, 1,48 | openlijk vijandig en soms en dat komt vaker voor onverschillig
330 III, 1,48 | vaker voor onverschillig en tegendraads tegenover de
331 III, 1,48 | komen om het lijden, sterven en verrijzen van de Heer te
332 III, 1,48 | gelovigen erkend, geheiligd en gevierd wordt als ware '
333 III, 1,48 | gebed, liefdadigheidswerken en onthouding van arbeid".84~ ~
334 III, 1,49 | 49. En vanaf het moment dat het
335 III, 1,49 | plaatselijke bisschop, op zon- en feestdagen meer dan één
336 III, 1,49 | instelling van de avondmis86 en tenslotte de regel dat de
337 III, 1,49 | immers beginnen zondagen en hoogfeesten ook aan de vooravond
338 III, 1,49 | verplichting een homilie te houden en met de gelovigen de voorbede
339 III, 1,49 | opzichte van hun broeders en zusters die van buiten komen,
340 III, 2 | Viering met vreugde en zang~
341 III, 2,50 | karakter van de zondagsmis en het belang van die mis voor
342 III, 2,50 | door pastorale wijsheid en plaatselijke gewoonten in
343 III, 2,50 | benadrukt de plechtige viering en begunstigt het delen in
344 III, 2,50 | delen in het ene geloof en dezelfde liefde. Dientengevolge
345 III, 2,50 | de liturgische bepalingen en de kerkelijke traditie waardig
346 III, 3,51 | alle aanwezigen, kinderen en volwassenen, zich bij de
347 III, 3,51 | deelname die de liturgie biedt en aanbeveelt, dient bevorderd
348 III, 3,51 | eucharistisch offer te voltrekken en uit naam van het hele volk
349 III, 3,51 | respectievelijk de celebrant enerzijds en de diakens en niet gewijde
350 III, 3,51 | enerzijds en de diakens en niet gewijde gelovigen anderzijds.
351 III, 3,51 | dragen het goddelijk Offerlam en zichzelf met Hem op aan
352 III, 3,51 | 94 zij putten er licht en kracht uit om het priesterschap
353 III, 3,51 | te beleven door het gebed en het getuigenis van de heiligheid
354 III, 4,52 | vervuld is van de dankbare en actieve gedachtenis van
355 III, 4,52 | doen opbloeien van de vrede en vreugde van de Verrezene
356 III, 4,52 | kader van het leven. Ouders en kinderen bijvoorbeeld zijn
357 III, 4,52 | aanwezigheid van de Verrezene en in de kracht van de heilige
358 III, 4,52 | te doen wat volmaakter is en aangenamer voor de Heer.
359 III, 4,52 | moeilijkheden positieve en bemoedigende signalen. Dankzij
360 III, 4,52 | naar een heiligdom te gaan en daar, al dan niet in gezinsverband,
361 III, 4,52 | boodschap van het evangelie en die men met een passende
362 III, 5,53 | volgens de aanwijzingen en richtlijnen van de Heilige
363 III, 5,53 | van het lijden, sterven en verrijzen van de Heer, de
364 III, 5,53 | het brood van het Woord en van de eucharistie, in persona
365 III, 6 | Radio- en televisie-uitzendingen~
366 III, 6,54 | het lezen van de gebeden en de lezingen die het missaal
367 III, 6,54 | missaal voor die dag aangeeft, en tevens door naar de eucharistie
368 III, 6,54 | veel landen geven radio en televisie de mogelijkheid
369 III, 6,54 | dezelfde plaats bijeenkomt en waar men de eucharistische
370 III, 6,54 | eucharistie deel te nemen en dus vrijgesteld zijn van
371 III, 6,54 | eucharistie aan zieken brengen en hun daarmee een groet en
372 III, 6,54 | en hun daarmee een groet en de solidariteit van de hele
373 III, 6,54 | gelovigen rijke vrucht voort en kunnen zij de zondag beleven
374 III, 6,54 | de echte 'dag des Heren' en de 'dag van de kerk'.~ ~
375 IV | dag van vreugde, van rust en van solidariteit~ ~
376 IV, 1,55 | verheven heeft. De hemelen en de aarde, de engelen en
377 IV, 1,55 | en de aarde, de engelen en de mensen geven zich over
378 IV, 1,55 | denken aan de zinderende en vreugdevolle aanroepingen
379 IV, 1,55 | in de liturgie van oost en west van meet af aan de
380 IV, 1,55 | het vasten achterwege laat en dat men, als teken van de
381 IV, 1,55 | verrijzenis, staande bidt en dat men om dezelfde reden
382 IV, 1,56 | Christus vóór zijn lijden en dood sprak, werd voor hen
383 IV, 1,57 | het hele leven kenmerken en niet alleen één dag van
384 IV, 1,57 | goddelijk werk van de schepping en van de 'nieuwe schepping'
385 IV, 1,57 | bijzonder een dag van vreugde en zelfs de meest geëigende
386 IV, 1,57 | de vreugde te verwerven en de authentieke trekken en
387 IV, 1,57 | en de authentieke trekken en diepliggende wortels ervan
388 IV, 1,57 | bevrediging die zintuigen en gevoel een kort ogenblik
389 IV, 1,57 | daarna het hart onbevredigd en zelfs verbitterd achterlaten.
390 IV, 1,57 | opgevat is veel duurzamer en verkwikkender. Deze is zelfs,
391 IV, 1,58 | de christelijke vreugde en de echt menselijke vreugden.
392 IV, 1,58 | laatste worden versterkt en van hun diepste grondslag
393 IV, 1,58 | 31), het volmaakte beeld en de openbaring van de mens
394 IV, 1,58 | tegelijkertijd goddelijke en menselijke, vreugde die
395 IV, 1,58 | deelname eraan zeer waardig en tegelijk feestrijk zijn!
396 IV, 1,58 | zijn! Het is de gekruisigde en verheerlijkte Christus die
397 IV, 1,58 | liefdesverbond tussen God en zijn volk; teken en bron
398 IV, 1,58 | God en zijn volk; teken en bron van de christelijke
399 IV, 1,58 | gegeven dag om menselijk en geestelijk ten volle te
400 IV, 2,59 | vgl. Gn 2,1-3; Ex 20,8-11) en de uittocht uit Egypte (
401 IV, 2,59 | geroepen de nieuwe schepping en het Nieuwe Verbond die bewerkt
402 IV, 2,59 | alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde, in
403 IV, 2,59 | verlossing door de dood en verrijzenis van Christus.
404 IV, 2,59 | zondag de vervollediging en, in een bepaald opzicht,
405 IV, 2,59 | hoogtepunt is, de uitbreiding en volledige uitdrukking ervan.~
406 IV, 2,60 | theologie voert ons altijd en met nooit aflatende verwondering
407 IV, 2,60 | scheppende werk werd de zegening en de heiliging van de dag
408 IV, 2,60 | aangezien hij door God en zijn kairoi, dat wil zeggen
409 IV, 2,60 | perioden van zijn genade en zijn heilbrengende interventies,
410 IV, 2,61 | zevende door God gezegende en geheiligde dag, is rechtstreeks
411 IV, 2,61 | maakte "naar zijn beeld en gelijkenis" (vgl. Gn 1,26).
412 IV, 2,61 | tussen de 'dag van God' en de 'dag van de mens' is
413 IV, 2,61 | Hij maakte de zon, de maan en de sterren, maar ook dan
414 IV, 2,61 | ik dat Hij de mens maakte en dat Hij zich daarna te rusten
415 IV, 2,61 | biedt zijn levengevende en bevrijdende afhankelijkheid
416 IV, 2,61 | zijn Schepper te erkennen, en ook zijn roeping om mee
417 IV, 2,61 | mee te doen aan diens werk en om zijn genade te ontvangen.
418 IV, 2,61 | Gods zegen (vgl. Gn 2,3) en men zou kunnen zeggen, dat
419 IV, 2,61 | daardoor net als de dieren en de mensen (vgl. Gn 1,22
420 IV, 2,61 | de mensen (vgl. Gn 1,22 en 28) begiftigd is met een
421 IV, 2,61 | sabbat de tijd zelf vervult en in zekere zin 'vermenigvuldigt'
422 IV, 2,61 | vermenigvuldigt' door in mannen en vrouwen de levensvreugde
423 IV, 2,61 | vrouwen de levensvreugde en het verlangen om het leven
424 IV, 2,61 | het leven te bevorderen en door te geven te doen toenemen.~ ~
425 IV, 2,62 | voor hem niet meer gelden en verleden tijd geworden zijn
426 IV, 2,62 | het licht van de theologie en de spiritualiteit van de
427 IV, 2,62 | Zes dagen kunt ge werken en al uw arbeid verrichten,
428 IV, 2,62 | niet, uw overige vee niet en ook niet de vreemdelingen
429 IV, 2,62 | poorten. Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten evenals
430 IV, 2,62 | slaaf zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met
431 IV, 2,62 | uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat
432 IV, 2,63 | sabbat (vgl. Mt 12,9-14 en parallelteksten) verricht,
433 IV, 2,63 | tijdgenoten teweer te stellen en door de authentieke betekenis
434 IV, 2,63 | tegelijkertijd de rechten van God en die van de mens te eerbiedigen,
435 IV, 2,63 | verrijzenis. Het lijden, sterven en verrijzen van Christus heeft
436 IV, 2,63 | verwijdert de mens van zichzelf en van de anderen doordat zij
437 IV, 2,63 | kiemen van boosaardigheid en geweld binnenbrengt.~ ~
|