Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ziet 4
zij 62
zijde 1
zijn 189
zijnen 2
zijt 3
zin 12
Frequency    [«  »]
261 te
233 een
230 is
189 zijn
178 dag
178 dat
176 met
Ioannes Paulus PP. II
Dies Domini

IntraText - Concordances

zijn

    Chapter,  Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| wordt, de voleinding in zijn persoon van de eerste schepping, 2 Intro, 0,1| zij van Hem de gave van zijn vrede en zijn Geest ontvingen ( 3 Intro, 0,1| de gave van zijn vrede en zijn Geest ontvingen (vgl. Joh 4 Intro, 0,2| van de wereld verbonden zijn.~Men kan dus gerust zeggen, 5 Intro, 0,3| nogmaals onderstreept, toen hij zijn goedkeuring hechtte aan 6 Intro, 0,3| betekenis van de zondag, zijn 'mysterie', de waarde van 7 Intro, 0,3| deze apostolische brief zijn gerijpt toen ik bisschop 8 Intro, 0,4| leerlingen van Christus wordt op zijn minst verwacht, dat zij 9 Intro, 0,4| de dag des Heren dient te zijn, niet verwarren met het ' 10 Intro, 0,4| christenen helpt 'zichzelf' te zijn, in volledige overeenstemming 11 Intro, 0,5| oudsher geëvangeliseerd zijn nog het feit, dat de schaarste 12 Intro, 0,7| eeuwigheid. Hij vertrouwt ons 'Zijn dag' toe als een telkens 13 Intro, 0,7| telkens nieuw geschenk van zijn liefde. De herontdekking 14 I, 1,8 | schepping'. Wanneer dit in al zijn omvang doorzien wordt, is 15 I, 1,8 | waar, dat Hij, krachtens zijn eigen mysterie als eeuwige 16 I, 1,8 | bevestigd in de inleiding op zijn evangelie: "alles is door 17 I, 1,8 | eersteling van hen die ontslapen zijn" (1Kor 15,20) de nieuwe 18 I, 1,8 | voleinden op het moment van zijn terugkomst in heerlijkheid, " 19 I, 1,8 | Hij bij het beëindigen van zijn werk "de zevende dag zegende 20 I, 1,8 | Daarin is Christus zelf door zijn verrijzenis binnengegaan. 21 I, 1,8 | gaan door te volharden op zijn weg van kinderlijke gehoorzaamheid ( 22 I, 2,9 | voorbestemd is de enige Heer te zijn tegenover de telkens terugkerende 23 I, 2,9 | refrein, dat het verhaal zijn ritme geeft, werpt een welwillend 24 I, 2,9 | gelijkenis geschapen is, en zijn val die in de wereld het 25 I, 2,10 | draagt het merkteken van zijn goedheid. Het is een mooie 26 I, 2,10 | wereld te bewonderen zal zijn."~De opwindende geschiedenis 27 I, 2,11 | voorbeeld voor de mens. Zijn 'rust' is dat eveneens: " 28 I, 2,11 | nooit op met aan het werk te zijn. Jezus herinnert daaraan 29 I, 2,11 | Gn 1,31) werk dat uit zijn handen is voortgekomen om 30 I, 2,11 | met het schepsel dat naar zijn beeld gemaakt is door hem 31 I, 2,11 | Israël gesloten heeft en dat zijn hoogtepunt zal bereiken 32 I, 2,11 | vestiging van de kerk als zijn lichaam en bruid, voor heel 33 I, 2,12 | uitrust en zich verheugt over zijn schepping is dezelfde die 34 I, 2,12 | schepping is dezelfde die zijn heerlijkheid toont als Hij 35 I, 2,12 | heerlijkheid toont als Hij zijn kinderen van de onderdrukking 36 I, 2,12 | als de bruidegom tegenover zijn bruid (vgl. Hos 2,16-24; 37 I, 2,12 | betrekking tussen God en zijn volk kenmerkt. Dat komt 38 I, 3,13 | hart van de mens gegrift zijn. Door dit gebod een plaats 39 I, 3,14 | enige de 'dag des Heren' te zijn.~Om de betekenis van deze ' 40 I, 3,14 | bijzondere zegen en er 'zijn dag' bij uitstek van maakt, 41 I, 3,14 | te gebruiken die ontleend zijn aan de ervaring van de huwelijksliefde.~ 42 I, 3,15 | relatie, waarop de mens zijn zang naar God doet opstijgen 43 I, 3,15 | dat de mens zich niet aan zijn werk als medewerker van 44 I, 3,15 | van die waarheid bewust te zijn.~ ~ 45 I, 4,16 | die moet heilig voor u zijn" (Ex 20,8). Verderop geeft 46 I, 4,17 | wonderdaden die door God zijn verricht.~In de mate waarin 47 I, 4,17 | mens, de dag van de Heer, zijn volle betekenis. Daarmee 48 I, 5,18 | bewerkstelligd heeft en wat Hij voor zijn volk bij de uittocht heeft 49 I, 5,18 | uittocht heeft gedaan, heeft zijn voltooiing gevonden in de 50 I, 5,18 | gebracht was bezag, voortaan zijn uitdrukking in de vreugde 51 II, 1,19 | Heren, zoals gezegd is, zijn wortels heeft in het werk 52 II, 1,20 | door hem de tekenen van zijn lijden te tonen. De dag 53 II, 1,20 | de belofte die Jezus na zijn verrijzenis gedaan had ( 54 II, 1,20 | verrezen was en zij "die zijn woord aannamen lieten zich 55 II, 2,21 | brood", toen Paulus tot hen zijn afscheidsrede richtte en 56 II, 2,21 | het een van de kenmerken zijn waardoor de christenen van 57 II, 2,22 | vieren van de zondag met zijn karakter van vaste dag in 58 II, 2,22 | verrezen Christus zelf aan zijn leerlingen had moeten uitleggen. 59 II, 3,23 | maar tot de nieuwe hoop zijn gekomen, niet meer de sabbat 60 II, 3,23 | is opgebloeid door Hem en zijn dood door dat geheim ontvingen 61 II, 3,23 | profeten, die in de geest zijn leerlingen waren, als hun 62 II, 3,23 | verwachtten?"21 Augustinus op zijn beurt merkt op: "En juist 63 II, 3,23 | juist daarom heeft de Heer zijn zegel aan zijn dag gehecht, 64 II, 3,23 | heeft de Heer zijn zegel aan zijn dag gehecht, de derde dag 65 II, 3,23 | gehecht, de derde dag na zijn lijden en sterven. In de 66 II, 5,26 | verwerkelijken, besluit Augustinus zijn Belijdenissen door te spreken 67 II, 5,26 | christen het uitzicht op zijn doel: het eeuwig leven.28~ ~ 68 II, 6,27 | 9), en de gedenkdag van zijn verrijzenis is de eeuwige 69 II, 6,27 | tijd, van de openbaring van zijn heerlijkheid. De zondag 70 II, 6,27 | tot de hare, wanneer hij zijn blik opslaat naar Christus 71 II, 6,27 | schaduw van de dood gezeten zijn" (Lc 1,78-79). En de kerk 72 II, 6,27 | hij het goddelijk Kind in zijn armen nam dat gekomen was 73 II, 7,28 | avond van het paasfeest aan zijn apostelen verscheen, blies 74 II, 7,28 | wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie 75 II, 7,28 | wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven" (Joh 20, 76 II, 7,28 | geschenk van de Verrezene aan zijn leerlingen. En het is opnieuw 77 II, 7,28 | bezielen door de adem van zijn Geest.~ ~ 78 II, 8,29 | op een bijzondere manier zijn verknochtheid aan Christus 79 II, 8,29 | verknochtheid aan Christus en zijn evangelie hernieuwt in een 80 II, 8,29 | versterkt bewustzijn van zijn doopbeloften. Door willig 81 II, 9,30 | beleefd moet worden in al zijn diepte. Een oosters schrijver 82 III, 1,31 | bijeengeroepen, door Hem die zijn leven gegeven heeft "om 83 III, 1,31 | brengen" (Joh 11,52). Zij zijn één geworden in Christus ( 84 III, 1,31 | van vrijgekochte mensen te zijn, samengesteld uit "elke 85 III, 2,32 | van de kerk wordt, gezien zijn vitale band met het sacrament 86 III, 2,33 | gave van de vrede die door zijn bloed verworven was en tegelijk 87 III, 2,33 | verworven was en tegelijk met zijn Geest geschonken werd: " 88 III, 2,33 | te komen om het geloof in zijn verrijzenis te belijden 89 III, 2,33 | deze gelegenheid stelde, zijn dezelfde als bij het Laatste 90 III, 3,34 | bisdom bijeenkomt om met zijn eigen herder te bidden: " 91 III, 3,34 | de bisschop, omringd door zijn priesterschaar en zijn altaardienaren." 92 III, 3,34 | door zijn priesterschaar en zijn altaardienaren."43 De betrekking 93 III, 3,34 | deelgenoot heeft gemaakt aan zijn eeuwig leven"44 benadrukt 94 III, 3,34 | ervan bewust een plaats te zijn waar het mysterie van de 95 III, 3,34 | smeken, dat Hij "denkt aan zijn kerk verspreid over de hele 96 III, 4,36 | kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd, door hun de 97 III, 4,36 | in de parochie gevestigd zijn, in de zondagsmis van de 98 III, 4,36 | gemeenschap",52 ook aanwezig zijn. Dat geeft hun de gelegenheid 99 III, 4,36 | een legitiem kenmerk van zijn, in gehoorzaamheid aan het 100 III, 4,36 | christengemeenschap het gevolg van kunnen zijn.~ ~ ~ 101 III, 5,37 | kerk in de loop der tijden zijn de herinnering aan de verrijzenis 102 III, 5,37 | kracht naar de glorie van zijn toekomstige 'wederkomst'. 103 III, 7,39 | paasmysterie waarin Jezus na zijn verrijzenis zijn leerlingen 104 III, 7,39 | Jezus na zijn verrijzenis zijn leerlingen zelf heeft binnengeleid. 105 III, 7,39 | want Hij is aanwezig in zijn Woord "wanneer de heilige 106 III, 7,39 | door de gedachtenis van zijn lijden, sterven en verrijzen. 107 III, 7,39 | nauw met elkaar verbonden zijn, dat zij een enkele daad 108 III, 7,39 | Deze gunstige richtlijnen zijn trouw toegepast bij de liturgische 109 III, 7,39 | hervormingen, waarover Paulus VI in zijn commentaar bij het rijkere 110 III, 7,40 | inderdaad niet te verwachten zijn, dat alleen de liturgische 111 III, 7,40 | opleveren. Het is dus op zijn plaats de initiatieven toe 112 III, 7,40 | van doordrongen raken. Er zijn natuurlijk heel wat zaken 113 III, 7,41 | dan de dialoog van God met zijn volk. In deze dialoog worden 114 III, 7,41 | volk van God voelt zich van zijn kant geroepen te antwoorden 115 III, 7,41 | tegelijkertijd betoont het volk zijn trouw door een blijvende ' 116 III, 7,41 | wijze in het credo vervat zijn. De liturgie voorziet uitdrukkelijk 117 III, 7,41 | hernieuwen van hun keuze trouw te zijn aan God en zijn voorschriften 118 III, 7,41 | trouw te zijn aan God en zijn voorschriften aan te hangen. 119 III, 7,41 | hangen. Bij het doorgeven van zijn woord verwacht God inderdaad 120 III, 7,41 | voor ons gegeven heeft door zijn "amen" (vgl. 2Kor 1,20-22) 121 III, 8,42 | God dank te zeggen voor zijn ontelbare gaven door Hem 122 III, 8,42 | door Christus geschapen zijn (vgl. Kol 1,16; Joh 1,3) 123 III, 8,42 | onder een hoofd gebracht zijn (vgl. Ef 1,10) om opgedragen 124 III, 8,42 | de Vader, aan Wie alles zijn oorsprong en zijn leven 125 III, 8,42 | alles zijn oorsprong en zijn leven ontleent. Ten slotte 126 III, 8,42 | volk van God door zich met zijn 'amen' bij de eucharistische 127 III, 8,43 | Christus heeft zich van al zijn waardigheid ontdaan, waardoor 128 III, 8,43 | geofferd."70 Christus verenigt zijn offer met dat van de kerk: " 129 III, 8,43 | offer van de ledematen van zijn lichaam. Het leven van de 130 III, 8,43 | die van Christus en met zijn totale offerande. Zij krijgen 131 III, 9,44 | zij, als zij zich bewust zijn van een zware zonde, vergeving 132 III, 9,44 | van de heilige Paulus in zijn vermaan aan de gemeenschap 133 III, 0,45 | beleven en te verkondigen, zijn, zoals de eerste getuigen 134 III, 0,45 | leerling van Christus in zijn gewone leefomgeving terug 135 III, 0,45 | terug met de plicht van heel zijn leven een geschenk te maken, 136 III, 0,45 | 12,1). Hij voelt zich bij zijn broeders in het krijt staan 137 III, 1,46 | heeft kunnen vaststellen.~In zijn eerste Apologie gericht 138 III, 1,46 | riskeerden, dan afwezig te zijn bij de zondagse eucharistieviering. 139 III, 1,47 | deze gewetensplicht, die zijn grond vindt in een innerlijke 140 III, 1,47 | van plaatselijke concilies zijn uitgelopen op een alom geldende 141 III, 1,47 | andere verplichte feestdagen zijn de gelovigen verplicht aan 142 III, 1,48 | 48. Tegenwoordig zijn er opnieuw, net als in de 143 III, 1,48 | doorslaggevend belang voor zijn geloofsleven is om 's zondags 144 III, 1,49 | zondags niet in hun woonplaats zijn, alle moeite moeten doen 145 III, 1,49 | het vaak noodzakelijk zal zijn bijzondere maatregelen voor 146 III, 2,50 | komen in overeenstemming zijn met de liturgische bepalingen 147 III, 2,50 | kerkelijke traditie waardig zijn, die op dat gebied zich 148 III, 3,51 | laten voelen. Het actief zijn van de gelovigen in alle 149 III, 3,51 | tussen de functies die eigen zijn aan respectievelijk de celebrant 150 III, 3,51 | gelovigen zich ervan bewust zijn, dat zij krachtens het bij 151 III, 4,52 | en kinderen bijvoorbeeld zijn in alle rust bij elkaar. 152 III, 4,52 | de Heer. Voor het overige zijn er naast allerlei moeilijkheden 153 III, 4,52 | verlangen naar het gebed in zijn veelvoudige vormen opkomen. 154 III, 4,52 | het geloof te ervaren. Dat zijn genademomenten die men moet 155 III, 5,53 | probleem, dat er parochies zijn die zich niet mogen verheugen 156 III, 5,53 | een groot gebied verspreid zijn. Noodgevallen kunnen zich 157 III, 5,53 | die normaliter verstoken zijn van de aanwezigheid van 158 III, 6,54 | ernstige redenen verhinderd zijn, dienen zich op afstand 159 III, 6,54 | volgen vervult men nog niet zijn zondagsplicht. Deze immers 160 III, 6,54 | hen echter die verhinderd zijn aan de eucharistie deel 161 III, 6,54 | nemen en dus vrijgesteld zijn van het vervullen van de 162 IV, 1,56 | Woord dat Christus vóór zijn lijden en dood sprak, werd 163 IV, 1,56 | worden: "Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in 164 IV, 1,56 | gebeden, dat de leerlingen zijn "vreugde ten volle" (Joh 165 IV, 1,56 | vreugde uit die Christus aan zijn kerk meedeelt door de gave 166 IV, 1,57 | van de week, maar gezien zijn betekenis als dag van de 167 IV, 1,58 | voorganger Paulus VI in zijn exhortatie over de christelijke 168 IV, 1,58 | waardig en tegelijk feestrijk zijn! Het is de gekruisigde en 169 IV, 1,58 | Christus die temidden van zijn leerlingen voorbijgaat om 170 IV, 1,58 | nemen in de hernieuwing van zijn verrijzenis. Het is hier 171 IV, 1,58 | liefdesverbond tussen God en zijn volk; teken en bron van 172 IV, 2,59 | Nieuwe Verbond die bewerkt zijn door het Paasmysterie van 173 IV, 2,60 | van God geeft de tijd heel zijn betekenis; in de opeenvolging 174 IV, 2,60 | aangezien hij door God en zijn kairoi, dat wil zeggen de 175 IV, 2,60 | wil zeggen de perioden van zijn genade en zijn heilbrengende 176 IV, 2,60 | perioden van zijn genade en zijn heilbrengende interventies, 177 IV, 2,61 | God de mens maakte "naar zijn beeld en gelijkenis" (vgl. 178 IV, 2,61 | altijd rechtstreeks verbonden zijn met de 'dag van de mens'. 179 IV, 2,61 | die moet heilig voor u zijn" (Ex 20,8), is de rustpauze 180 IV, 2,61 | hem de gelegenheid biedt zijn levengevende en bevrijdende 181 IV, 2,61 | bevrijdende afhankelijkheid van zijn Schepper te erkennen, en 182 IV, 2,61 | Schepper te erkennen, en ook zijn roeping om mee te doen aan 183 IV, 2,61 | doen aan diens werk en om zijn genade te ontvangen. Door 184 IV, 2,61 | Heren diepgaand getekend te zijn door Gods zegen (vgl. Gn 185 IV, 2,62 | en verleden tijd geworden zijn door de 'verwezenlijking' 186 IV, 2,62 | van kracht blijven; zij zijn plechtig vastgelegd in de 187 IV, 2,62 | die moet heilig voor u zijn, zoals de Heer uw God u 188 IV, 2,62 | bevrijdingswerk dat God voor zijn volk verrichtte.~ ~ 189 IV, 2,63 | te schenden, maar om hem zijn volle betekenis te geven: "


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License