Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dankzegging 3
dankzij 1
danwel 2
dat 178
de 1748
decaloog 2
decreten 1
Frequency    [«  »]
230 is
189 zijn
178 dag
178 dat
176 met
168 aan
167 op
Ioannes Paulus PP. II
Dies Domini

IntraText - Concordances

dat

    Chapter,  Paragraph, Number
1 Intro, 0,2| mysterie van de oorsprong en dat van de uiteindelijke bestemming 2 Intro, 0,2| uit de vierde eeuw stelt, dat de "dag des Heren" de "heer 3 Intro, 0,3| fundamentele belang ervan, dat in de loop van tweeduizend 4 Intro, 0,4| ontgaat natuurlijk niemand, dat de 'heiliging' van de zondag 5 Intro, 0,4| en cultureel verschijnsel dat niet verstoken is van positieve 6 Intro, 0,4| kan het helaas gebeuren, dat de mens, zelfs in feestkledij, 7 Intro, 0,4| een zo beperkte horizon, dat hij de hemel niet meer kan 8 Intro, 0,4| op zijn minst verwacht, dat zij de zondagsviering die 9 Intro, 0,4| verwarren met het 'weekeinde' dat wezenlijk opgevat wordt 10 Intro, 0,4| hen is (vgl. 1Pe 3,15). Dat kan alleen maar tevens een 11 Intro, 0,5| kerkgemeenschap tot Hem te bidden. Bij dat alles komt in de missielanden 12 Intro, 0,5| geëvangeliseerd zijn nog het feit, dat de schaarste aan priesters 13 Intro, 0,6| toen dit onderrichtte, dat de gelovigen 's zondags 14 I, 1,8 | op Pasen betrokken feest, dat geheel verlicht wordt door 15 I, 1,8 | Als het immers waar is, dat de Zoon bij de "volheid 16 I, 1,8 | dan is het evenzeer waar, dat Hij, krachtens zijn eigen 17 I, 1,8 | einde van het heelal is. Dat wordt door Johannes bevestigd 18 I, 1,8 | is niets geworden" (1,3). Dat is ook wat Paulus onderstreept, 19 I, 1,8 | heilig maakte" (Gn 2,3). Dat was dus ­ volgens het eerste 20 I, 2,9 | het gevoel van aanbidding dat hij ervaart voor Diegene 21 I, 2,9 | hand van God.~"God zag, dat het goed was" (Gn 1,10;12; 22 I, 2,9 | 12; e.v.). Dit refrein, dat het verhaal zijn ritme geeft, 23 I, 2,10 | dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing" ( 24 I, 2,11 | de mens. Zijn 'rust' is dat eveneens: "Hij rustte op 25 I, 2,11 | zevende dag van al het werk dat Hij verricht had" (Gn 2, 26 I, 2,11 | volledigheid van het werk dat voltooid is, en is als het 27 I, 2,11 | zeer goede" (Gn 1,31) werk dat uit zijn handen is voortgekomen 28 I, 2,11 | genieten van de schoonheid van dat wat voltooid is; een blik 29 I, 2,11 | aanknopen met het schepsel dat naar zijn beeld gemaakt 30 I, 2,11 | te leggen, kan waarnemen. Dat is wat Hij meer en meer 31 I, 2,11 | perspectief van het heil dat de gehele mensheid wordt 32 I, 2,11 | aangeboden door het heilsverbond dat Hij met Israël gesloten 33 I, 2,11 | Israël gesloten heeft en dat zijn hoogtepunt zal bereiken 34 I, 2,12 | maar ook met het heil dat door Hem aan Israël wordt 35 I, 2,12 | geval zou men, met een beeld dat de profeten dierbaar is, 36 I, 2,12 | dierbaar is, kunnen zeggen dat Hij zich laat zien als de 37 I, 2,12 | God en zijn volk kenmerkt. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking 38 I, 3,13 | Israël en later de kerk zien, dat zij dit niet slechts als 39 I, 3,14 | uitstek van maakt, moet men dat verstaan tegen de achtergrond 40 I, 3,15 | een intens gesprek wordt, dat alle aspecten van de persoon 41 I, 3,15 | plaats om erop te wijzen, dat de kosmos en de geschiedenis 42 I, 3,15 | geschiedenis aan God toebehoren en dat de mens zich niet aan zijn 43 I, 4,17 | in de uittocht: "Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in 44 I, 4,17 | zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke 45 I, 4,17 | en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom 46 I, 4,17 | schepping ervoer, toen Hij zag dat alles wat Hij gemaakt had " 47 I, 5,18 | 18. Gegeven het feit, dat het derde gebod wezenlijk 48 II, 1,19 | overlevering ziet men duidelijk dat, zelfs als de dag des Heren, 49 II, 1,19 | betekenis ervan te vatten. Dat doet de christelijke zondag, 50 II, 1,20 | verzamelde menigte aan, dat Jezus verrezen was en zij " 51 II, 2,21 | wereld onderscheiden werden. Dat werd al in het begin van 52 II, 2,21 | Bithynia, toen hij vaststelde, dat de christenen de gewoonte 53 II, 2,22 | de christelijke zondag. Dat bezorgde de christenen grote 54 II, 3,23 | sommige streken kon men zien, dat het onderhouden van de sabbat 55 II, 3,23 | door Hem en zijn dood door dat geheim ontvingen wij het 56 II, 3,23 | de achtste na de zevende, dat wil zeggen na de sabbat, 57 II, 4,24 | zondag en het begrip sabbat dat eigen is aan het Oude Testament, 58 II, 4,25 | is het heil te gedenken dat hem in het doopsel geboden 59 II, 4,25 | het doopsel geboden is en dat van hem een nieuwe mens 60 II, 5,26 | Anderzijds doet het feit, dat de sabbat nu eenmaal de 61 II, 5,26 | en ook 'de achtste dag'. Dat wil zeggen dat de zondag, 62 II, 5,26 | achtste dag'. Dat wil zeggen dat de zondag, gezien de opeenvolging 63 II, 5,26 | tijdperk'. Basilius verklaart, dat de zondag staat voor de 64 II, 5,26 | onvergankelijke tijdperk, dat geen ouderdom kent; de zondag 65 II, 6,27 | ingegeven de "dag van de zon", dat is de naam die de Romeinen 66 II, 6,27 | terminologie toen hij opmerkte dat de christenen hun bijeenkomsten 67 II, 6,27 | goddelijk Kind in zijn armen nam dat gekomen was als "een licht 68 II, 6,27 | gekomen was als "een licht dat voor de heidenen straalt" ( 69 II, 7,28 | kerk, maar ook een mysterie dat de kerk blijvend leven houdt. 70 II, 8,29 | van het geloof. Het feit, dat in de liturgie van de zondagen, 71 II, 9,30 | uit de derde eeuw vertelt, dat de gelovigen in elke streek 72 II, 9,30 | Hoe kan men dan denken, dat de zondag niet ook haar 73 II, 9,30 | burgerlijke kalenders, verklaard dat de kerk alleen die wijzigingen 74 III, 1,31 | aanwezigheid niet voldoende dat de leerlingen van Christus 75 III, 1,31 | Het is dan ook van belang, dat de gedoopten bijeenkomen 76 III, 1,31 | voortgezet, zoals Lucas dat op voorbeeldige wijze in 77 III, 1,31 | weergeven, toen hij schreef dat de eerste gedoopten "zich 78 III, 3,34 | zondagse eucharistie heeft, dat is duidelijk, geen status 79 III, 3,34 | eucharistisch gebed blijkt dat. Toch benadrukt met name 80 III, 3,34 | door de Vader te smeken, dat Hij "denkt aan zijn kerk 81 III, 3,34 | verspreid over de hele wereld", dat Hij haar doet groeien in 82 III, 4,35 | noodzaak ernaar te streven "dat de zin voor de parochiegemeenschap 83 III, 4,35 | overwegingen die vragen, dat op zon- en feestdagen de 84 III, 4,36 | sacrament van de eenheid, dat op diepgaande wijze de kerk 85 III, 4,36 | dit verband op te wijzen, dat het in de eerste plaats 86 III, 4,36 | voorzien is.51~Het is normaal, dat groepen, bewegingen, verenigingen 87 III, 4,36 | gemeenschap",52 ook aanwezig zijn. Dat geeft hun de gelegenheid 88 III, 4,36 | te worden: niet alleen om dat de parochiebijeenkomsten 89 III, 4,36 | ook om ervoor te zorgen dat het leven en eenheid van 90 III, 5,37 | een hulp om te laten zien, dat het godsvolk pelgrimerend 91 III, 5,37 | pelgrimerend onderweg is en dat het een eschatologische 92 III, 5,37 | toekomstige 'wederkomst'. Dat maakt van de zondag de dag 93 III, 6,38 | invalshoek, vanuit de idee, dat de zondag inderdaad de dag 94 III, 6,38 | doorleefd en gevoed in dat intense wekelijks ritme, 95 III, 6,38 | getuigt tegenover de wereld, dat zij "vreugde en hoop, verdriet 96 III, 6,38 | overtuigende wijze zien, dat zij "als het ware het sacrament, 97 III, 6,38 | het ware het sacrament, dat wil zeggen het teken en 98 III, 7,39 | verrijzen. En het levensbrood, dat het onderpand is van de 99 III, 7,39 | Concilie heeft erop gewezen, dat "de liturgie van het woord 100 III, 7,39 | met elkaar verbonden zijn, dat zij een enkele daad van 101 III, 7,39 | voorts sterk aanbevolen, dat de homilie op zondagen en 102 III, 7,39 | Dit alles is zo geregeld, dat bij de gelovigen de 'honger 103 III, 7,40 | ertoe brengen in te zien, dat dat ons een 'nieuwe verantwoordelijkheid' 104 III, 7,40 | brengen in te zien, dat dat ons een 'nieuwe verantwoordelijkheid' 105 III, 7,40 | Anderzijds is het goed, dat het luisteren naar de verkondiging 106 III, 7,40 | van de Schrift en, indien dat pastoraal gezien mogelijk 107 III, 7,40 | niet te verwachten zijn, dat alleen de liturgische verkondiging 108 III, 7,40 | overwegen van het woord van God dat verkondigd zal worden. Het 109 III, 7,40 | verkondigd zal worden. Het doel dat nagestreefd moet worden, 110 III, 7,40 | nagestreefd moet worden, is dat niet alleen de homilie maar 111 III, 7,41 | overigens niet vergeten, dat de liturgische verkondiging 112 III, 7,41 | toegediend tijdens de mis. In dat kader krijgt de verkondiging 113 III, 7,41 | ons antwoord, het antwoord dat Christus al voor ons gegeven 114 III, 7,41 | vgl. 2Kor 1,20-22) en dat de heilige Geest op zodanige 115 III, 7,41 | in ons doet weerklinken, dat wat wij horen, ons hele 116 III, 8,42 | hernieuwt zo haar bewustzijn, dat alle dingen door Christus 117 III, 8,42 | vgl. Kol 1,16; Joh 1,3) en dat ze in Hem, die na de staat 118 III, 8,43 | viering van de kénosis, dat wil zeggen Christus heeft 119 III, 8,43 | In dit goddelijk offer dat tijdens de mis voltrokken 120 III, 8,43 | verenigt zijn offer met dat van de kerk: "In de eucharistie 121 III, 9,44 | in het paasmaalkarakter dat eigen is aan de mis, waarin 122 III, 9,44 | toevertrouwd met de bedoeling dat de gelovigen er deel aan 123 III, 9,44 | Verder is het van belang dat men zich er goed van bewust 124 III, 9,44 | zich er goed van bewust is dat de communio met Christus 125 III, 9,44 | broederlijke gebeurtenis. Dat moet, zonder de eigen stijl 126 III, 9,44 | en de toon van het gebed dat ingaat op de behoeften van 127 III, 9,44 | engagement tot wederzijdse liefde dat men aangaat door deel te 128 III, 9,44 | daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u 129 III, 0,45 | het krijt staan vanwege dat wat hij tijdens de viering 130 III, 1,46 | naar uw samenkomst, want dat is uw lof aan God. Wat voor 131 III, 1,46 | zekere trots vermelden, dat de christenen feitelijk 132 III, 1,47 | kerkrechtelijke bepalingen. Dat heeft zij vanaf de vierde 133 III, 1,47 | een zware verplichting. Dat leert ook de Katechismus 134 III, 1,47 | de katholieke kerk83 en dat is ook niet moeilijk te 135 III, 1,48 | openlijk vijandig en soms ­ en dat komt vaker voor ­ onverschillig 136 III, 1,48 | Het is dus noodzakelijk, dat hij inziet dat het van doorslaggevend 137 III, 1,48 | noodzakelijk, dat hij inziet dat het van doorslaggevend belang 138 III, 1,48 | dusdanig op te treden, dat de zondag door alle gelovigen 139 III, 1,49 | 49. En vanaf het moment dat het bijwonen van de mis, 140 III, 1,49 | plicht ervoor te zorgen dat iedereen daadwerkelijk in 141 III, 1,49 | avondmis86 en tenslotte de regel dat de tijd waarbinnen aan de 142 III, 1,49 | de gelovigen er voorts op dat zij, als ze 's zondags niet 143 III, 1,49 | Tegelijkertijd is het goed, dat deze gemeenschappen blijk 144 III, 2,50 | dient men ervoor te zorgen dat de viering een feestelijk 145 III, 2,50 | traditie waardig zijn, die op dat gebied zich kan laten voorstaan 146 III, 3,51 | zich ervan bewust zijn, dat zij krachtens het bij het 147 III, 4,52 | dan ooit, te laten zien dat zij geen genoegen neemt 148 III, 4,52 | wil haar kinderen helpen dat te doen wat volmaakter is 149 III, 4,52 | uren het geloof te ervaren. Dat zijn genademomenten die 150 III, 5,53 | 53. Blijft het probleem, dat er parochies zijn die zich 151 III, 5,53 | de zondagsmis opdraagt. Dat komt vaak voor in de jonge 152 III, 5,53 | priesters het onmogelijk maakt dat er een priester in elke 153 III, 6,54 | verenigen op het moment, dat deze in een kerk of kapel 154 IV, 1,55 | als volgt blijken: "Zorg dat men het vasten achterwege 155 IV, 1,55 | vasten achterwege laat en dat men, als teken van de verrijzenis, 156 IV, 1,55 | verrijzenis, staande bidt en dat men om dezelfde reden ook 157 IV, 1,56 | Joh 20,20). Het Woord dat Christus vóór zijn lijden 158 IV, 1,56 | Had Hij niet zelf gebeden, dat de leerlingen zijn "vreugde 159 IV, 1,58 | paus besloot met de bede, dat de kerk op de dag des Heren 160 IV, 2,59 | christocentrisch perspectief verdiept, dat wil zeggen in het licht 161 IV, 2,60 | overgenomen worden, zonder dat dit afbreuk doet aan het 162 IV, 2,60 | bracht. De bezegeling van dat scheppende werk werd de 163 IV, 2,60 | niet werkte na "al het werk dat Hij scheppend tot stand 164 IV, 2,60 | door God en zijn kairoi, dat wil zeggen de perioden van 165 IV, 2,61 | dank aan de Heer onze God dat Hij een dusdanig werk verrichtte, 166 IV, 2,61 | dusdanig werk verrichtte, dat Hij er rust kon vinden. 167 IV, 2,61 | hemel, maar ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte 168 IV, 2,61 | aarde, maar ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte 169 IV, 2,61 | ook dan lees ik nergens dat Hij toen rustte. Dan lees 170 IV, 2,61 | toen rustte. Dan lees ik dat Hij de mens maakte en dat 171 IV, 2,61 | dat Hij de mens maakte en dat Hij zich daarna te rusten 172 IV, 2,61 | en men zou kunnen zeggen, dat deze dag daardoor net als 173 IV, 2,61 | vooral hierin tot uitdrukking dat de sabbat de tijd zelf vervult 174 IV, 2,62 | gedachten moeten houden, dat als de regels van de joodse 175 IV, 2,62 | evenals gijzelf. Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in 176 IV, 2,62 | zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke 177 IV, 2,62 | en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom 178 IV, 2,62 | met het bevrijdingswerk dat God voor zijn volk verrichtte.~ ~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License