Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,2| mysterie van de oorsprong en dat van de uiteindelijke bestemming
2 Intro, 0,2| uit de vierde eeuw stelt, dat de "dag des Heren" de "heer
3 Intro, 0,3| fundamentele belang ervan, dat in de loop van tweeduizend
4 Intro, 0,4| ontgaat natuurlijk niemand, dat de 'heiliging' van de zondag
5 Intro, 0,4| en cultureel verschijnsel dat niet verstoken is van positieve
6 Intro, 0,4| kan het helaas gebeuren, dat de mens, zelfs in feestkledij,
7 Intro, 0,4| een zo beperkte horizon, dat hij de hemel niet meer kan
8 Intro, 0,4| op zijn minst verwacht, dat zij de zondagsviering die
9 Intro, 0,4| verwarren met het 'weekeinde' dat wezenlijk opgevat wordt
10 Intro, 0,4| hen is (vgl. 1Pe 3,15). Dat kan alleen maar tevens een
11 Intro, 0,5| kerkgemeenschap tot Hem te bidden. Bij dat alles komt in de missielanden
12 Intro, 0,5| geëvangeliseerd zijn nog het feit, dat de schaarste aan priesters
13 Intro, 0,6| toen dit onderrichtte, dat de gelovigen 's zondags
14 I, 1,8 | op Pasen betrokken feest, dat geheel verlicht wordt door
15 I, 1,8 | Als het immers waar is, dat de Zoon bij de "volheid
16 I, 1,8 | dan is het evenzeer waar, dat Hij, krachtens zijn eigen
17 I, 1,8 | einde van het heelal is. Dat wordt door Johannes bevestigd
18 I, 1,8 | is niets geworden" (1,3). Dat is ook wat Paulus onderstreept,
19 I, 1,8 | heilig maakte" (Gn 2,3). Dat was dus volgens het eerste
20 I, 2,9 | het gevoel van aanbidding dat hij ervaart voor Diegene
21 I, 2,9 | hand van God.~"God zag, dat het goed was" (Gn 1,10;12;
22 I, 2,9 | 12; e.v.). Dit refrein, dat het verhaal zijn ritme geeft,
23 I, 2,10 | dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing" (
24 I, 2,11 | de mens. Zijn 'rust' is dat eveneens: "Hij rustte op
25 I, 2,11 | zevende dag van al het werk dat Hij verricht had" (Gn 2,
26 I, 2,11 | volledigheid van het werk dat voltooid is, en is als het
27 I, 2,11 | zeer goede" (Gn 1,31) werk dat uit zijn handen is voortgekomen
28 I, 2,11 | genieten van de schoonheid van dat wat voltooid is; een blik
29 I, 2,11 | aanknopen met het schepsel dat naar zijn beeld gemaakt
30 I, 2,11 | te leggen, kan waarnemen. Dat is wat Hij meer en meer
31 I, 2,11 | perspectief van het heil dat de gehele mensheid wordt
32 I, 2,11 | aangeboden door het heilsverbond dat Hij met Israël gesloten
33 I, 2,11 | Israël gesloten heeft en dat zijn hoogtepunt zal bereiken
34 I, 2,12 | maar ook met het heil dat door Hem aan Israël wordt
35 I, 2,12 | geval zou men, met een beeld dat de profeten dierbaar is,
36 I, 2,12 | dierbaar is, kunnen zeggen dat Hij zich laat zien als de
37 I, 2,12 | God en zijn volk kenmerkt. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking
38 I, 3,13 | Israël en later de kerk zien, dat zij dit niet slechts als
39 I, 3,14 | uitstek van maakt, moet men dat verstaan tegen de achtergrond
40 I, 3,15 | een intens gesprek wordt, dat alle aspecten van de persoon
41 I, 3,15 | plaats om erop te wijzen, dat de kosmos en de geschiedenis
42 I, 3,15 | geschiedenis aan God toebehoren en dat de mens zich niet aan zijn
43 I, 4,17 | in de uittocht: "Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in
44 I, 4,17 | zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke
45 I, 4,17 | en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom
46 I, 4,17 | schepping ervoer, toen Hij zag dat alles wat Hij gemaakt had "
47 I, 5,18 | 18. Gegeven het feit, dat het derde gebod wezenlijk
48 II, 1,19 | overlevering ziet men duidelijk dat, zelfs als de dag des Heren,
49 II, 1,19 | betekenis ervan te vatten. Dat doet de christelijke zondag,
50 II, 1,20 | verzamelde menigte aan, dat Jezus verrezen was en zij "
51 II, 2,21 | wereld onderscheiden werden. Dat werd al in het begin van
52 II, 2,21 | Bithynia, toen hij vaststelde, dat de christenen de gewoonte
53 II, 2,22 | de christelijke zondag. Dat bezorgde de christenen grote
54 II, 3,23 | sommige streken kon men zien, dat het onderhouden van de sabbat
55 II, 3,23 | door Hem en zijn dood door dat geheim ontvingen wij het
56 II, 3,23 | de achtste na de zevende, dat wil zeggen na de sabbat,
57 II, 4,24 | zondag en het begrip sabbat dat eigen is aan het Oude Testament,
58 II, 4,25 | is het heil te gedenken dat hem in het doopsel geboden
59 II, 4,25 | het doopsel geboden is en dat van hem een nieuwe mens
60 II, 5,26 | Anderzijds doet het feit, dat de sabbat nu eenmaal de
61 II, 5,26 | en ook 'de achtste dag'. Dat wil zeggen dat de zondag,
62 II, 5,26 | achtste dag'. Dat wil zeggen dat de zondag, gezien de opeenvolging
63 II, 5,26 | tijdperk'. Basilius verklaart, dat de zondag staat voor de
64 II, 5,26 | onvergankelijke tijdperk, dat geen ouderdom kent; de zondag
65 II, 6,27 | ingegeven de "dag van de zon", dat is de naam die de Romeinen
66 II, 6,27 | terminologie toen hij opmerkte dat de christenen hun bijeenkomsten
67 II, 6,27 | goddelijk Kind in zijn armen nam dat gekomen was als "een licht
68 II, 6,27 | gekomen was als "een licht dat voor de heidenen straalt" (
69 II, 7,28 | kerk, maar ook een mysterie dat de kerk blijvend leven houdt.
70 II, 8,29 | van het geloof. Het feit, dat in de liturgie van de zondagen,
71 II, 9,30 | uit de derde eeuw vertelt, dat de gelovigen in elke streek
72 II, 9,30 | Hoe kan men dan denken, dat de zondag niet ook haar
73 II, 9,30 | burgerlijke kalenders, verklaard dat de kerk alleen die wijzigingen
74 III, 1,31 | aanwezigheid niet voldoende dat de leerlingen van Christus
75 III, 1,31 | Het is dan ook van belang, dat de gedoopten bijeenkomen
76 III, 1,31 | voortgezet, zoals Lucas dat op voorbeeldige wijze in
77 III, 1,31 | weergeven, toen hij schreef dat de eerste gedoopten "zich
78 III, 3,34 | zondagse eucharistie heeft, dat is duidelijk, geen status
79 III, 3,34 | eucharistisch gebed blijkt dat. Toch benadrukt met name
80 III, 3,34 | door de Vader te smeken, dat Hij "denkt aan zijn kerk
81 III, 3,34 | verspreid over de hele wereld", dat Hij haar doet groeien in
82 III, 4,35 | noodzaak ernaar te streven "dat de zin voor de parochiegemeenschap
83 III, 4,35 | overwegingen die vragen, dat op zon- en feestdagen de
84 III, 4,36 | sacrament van de eenheid, dat op diepgaande wijze de kerk
85 III, 4,36 | dit verband op te wijzen, dat het in de eerste plaats
86 III, 4,36 | voorzien is.51~Het is normaal, dat groepen, bewegingen, verenigingen
87 III, 4,36 | gemeenschap",52 ook aanwezig zijn. Dat geeft hun de gelegenheid
88 III, 4,36 | te worden: niet alleen om dat de parochiebijeenkomsten
89 III, 4,36 | ook om ervoor te zorgen dat het leven en eenheid van
90 III, 5,37 | een hulp om te laten zien, dat het godsvolk pelgrimerend
91 III, 5,37 | pelgrimerend onderweg is en dat het een eschatologische
92 III, 5,37 | toekomstige 'wederkomst'. Dat maakt van de zondag de dag
93 III, 6,38 | invalshoek, vanuit de idee, dat de zondag inderdaad de dag
94 III, 6,38 | doorleefd en gevoed in dat intense wekelijks ritme,
95 III, 6,38 | getuigt tegenover de wereld, dat zij "vreugde en hoop, verdriet
96 III, 6,38 | overtuigende wijze zien, dat zij "als het ware het sacrament,
97 III, 6,38 | het ware het sacrament, dat wil zeggen het teken en
98 III, 7,39 | verrijzen. En het levensbrood, dat het onderpand is van de
99 III, 7,39 | Concilie heeft erop gewezen, dat "de liturgie van het woord
100 III, 7,39 | met elkaar verbonden zijn, dat zij een enkele daad van
101 III, 7,39 | voorts sterk aanbevolen, dat de homilie op zondagen en
102 III, 7,39 | Dit alles is zo geregeld, dat bij de gelovigen de 'honger
103 III, 7,40 | ertoe brengen in te zien, dat dat ons een 'nieuwe verantwoordelijkheid'
104 III, 7,40 | brengen in te zien, dat dat ons een 'nieuwe verantwoordelijkheid'
105 III, 7,40 | Anderzijds is het goed, dat het luisteren naar de verkondiging
106 III, 7,40 | van de Schrift en, indien dat pastoraal gezien mogelijk
107 III, 7,40 | niet te verwachten zijn, dat alleen de liturgische verkondiging
108 III, 7,40 | overwegen van het woord van God dat verkondigd zal worden. Het
109 III, 7,40 | verkondigd zal worden. Het doel dat nagestreefd moet worden,
110 III, 7,40 | nagestreefd moet worden, is dat niet alleen de homilie maar
111 III, 7,41 | overigens niet vergeten, dat de liturgische verkondiging
112 III, 7,41 | toegediend tijdens de mis. In dat kader krijgt de verkondiging
113 III, 7,41 | ons antwoord, het antwoord dat Christus al voor ons gegeven
114 III, 7,41 | vgl. 2Kor 1,20-22) en dat de heilige Geest op zodanige
115 III, 7,41 | in ons doet weerklinken, dat wat wij horen, ons hele
116 III, 8,42 | hernieuwt zo haar bewustzijn, dat alle dingen door Christus
117 III, 8,42 | vgl. Kol 1,16; Joh 1,3) en dat ze in Hem, die na de staat
118 III, 8,43 | viering van de kénosis, dat wil zeggen Christus heeft
119 III, 8,43 | In dit goddelijk offer dat tijdens de mis voltrokken
120 III, 8,43 | verenigt zijn offer met dat van de kerk: "In de eucharistie
121 III, 9,44 | in het paasmaalkarakter dat eigen is aan de mis, waarin
122 III, 9,44 | toevertrouwd met de bedoeling dat de gelovigen er deel aan
123 III, 9,44 | Verder is het van belang dat men zich er goed van bewust
124 III, 9,44 | zich er goed van bewust is dat de communio met Christus
125 III, 9,44 | broederlijke gebeurtenis. Dat moet, zonder de eigen stijl
126 III, 9,44 | en de toon van het gebed dat ingaat op de behoeften van
127 III, 9,44 | engagement tot wederzijdse liefde dat men aangaat door deel te
128 III, 9,44 | daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u
129 III, 0,45 | het krijt staan vanwege dat wat hij tijdens de viering
130 III, 1,46 | naar uw samenkomst, want dat is uw lof aan God. Wat voor
131 III, 1,46 | zekere trots vermelden, dat de christenen feitelijk
132 III, 1,47 | kerkrechtelijke bepalingen. Dat heeft zij vanaf de vierde
133 III, 1,47 | een zware verplichting. Dat leert ook de Katechismus
134 III, 1,47 | de katholieke kerk83 en dat is ook niet moeilijk te
135 III, 1,48 | openlijk vijandig en soms en dat komt vaker voor onverschillig
136 III, 1,48 | Het is dus noodzakelijk, dat hij inziet dat het van doorslaggevend
137 III, 1,48 | noodzakelijk, dat hij inziet dat het van doorslaggevend belang
138 III, 1,48 | dusdanig op te treden, dat de zondag door alle gelovigen
139 III, 1,49 | 49. En vanaf het moment dat het bijwonen van de mis,
140 III, 1,49 | plicht ervoor te zorgen dat iedereen daadwerkelijk in
141 III, 1,49 | avondmis86 en tenslotte de regel dat de tijd waarbinnen aan de
142 III, 1,49 | de gelovigen er voorts op dat zij, als ze 's zondags niet
143 III, 1,49 | Tegelijkertijd is het goed, dat deze gemeenschappen blijk
144 III, 2,50 | dient men ervoor te zorgen dat de viering een feestelijk
145 III, 2,50 | traditie waardig zijn, die op dat gebied zich kan laten voorstaan
146 III, 3,51 | zich ervan bewust zijn, dat zij krachtens het bij het
147 III, 4,52 | dan ooit, te laten zien dat zij geen genoegen neemt
148 III, 4,52 | wil haar kinderen helpen dat te doen wat volmaakter is
149 III, 4,52 | uren het geloof te ervaren. Dat zijn genademomenten die
150 III, 5,53 | 53. Blijft het probleem, dat er parochies zijn die zich
151 III, 5,53 | de zondagsmis opdraagt. Dat komt vaak voor in de jonge
152 III, 5,53 | priesters het onmogelijk maakt dat er een priester in elke
153 III, 6,54 | verenigen op het moment, dat deze in een kerk of kapel
154 IV, 1,55 | als volgt blijken: "Zorg dat men het vasten achterwege
155 IV, 1,55 | vasten achterwege laat en dat men, als teken van de verrijzenis,
156 IV, 1,55 | verrijzenis, staande bidt en dat men om dezelfde reden ook
157 IV, 1,56 | Joh 20,20). Het Woord dat Christus vóór zijn lijden
158 IV, 1,56 | Had Hij niet zelf gebeden, dat de leerlingen zijn "vreugde
159 IV, 1,58 | paus besloot met de bede, dat de kerk op de dag des Heren
160 IV, 2,59 | christocentrisch perspectief verdiept, dat wil zeggen in het licht
161 IV, 2,60 | overgenomen worden, zonder dat dit afbreuk doet aan het
162 IV, 2,60 | bracht. De bezegeling van dat scheppende werk werd de
163 IV, 2,60 | niet werkte na "al het werk dat Hij scheppend tot stand
164 IV, 2,60 | door God en zijn kairoi, dat wil zeggen de perioden van
165 IV, 2,61 | dank aan de Heer onze God dat Hij een dusdanig werk verrichtte,
166 IV, 2,61 | dusdanig werk verrichtte, dat Hij er rust kon vinden.
167 IV, 2,61 | hemel, maar ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte
168 IV, 2,61 | aarde, maar ik lees nergens dat Hij toen rustte. Hij maakte
169 IV, 2,61 | ook dan lees ik nergens dat Hij toen rustte. Dan lees
170 IV, 2,61 | toen rustte. Dan lees ik dat Hij de mens maakte en dat
171 IV, 2,61 | dat Hij de mens maakte en dat Hij zich daarna te rusten
172 IV, 2,61 | en men zou kunnen zeggen, dat deze dag daardoor net als
173 IV, 2,61 | vooral hierin tot uitdrukking dat de sabbat de tijd zelf vervult
174 IV, 2,62 | gedachten moeten houden, dat als de regels van de joodse
175 IV, 2,62 | evenals gijzelf. Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in
176 IV, 2,62 | zijt geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke
177 IV, 2,62 | en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom
178 IV, 2,62 | met het bevrijdingswerk dat God voor zijn volk verrichtte.~ ~
|