Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
daarop 2
daartoe 1
daarvan 2
dag 178
dagelijkse 1
dagen 17
dageraad 1
Frequency    [«  »]
233 een
230 is
189 zijn
178 dag
178 dat
176 met
168 aan
Ioannes Paulus PP. II
Dies Domini

IntraText - Concordances

dag

    Chapter,  Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| 1. De dag des Heren ­ zo wordt al 2 Intro, 0,1| de herinnering op aan de dag van de verrijzenis van Christus.~ 3 Intro, 0,1| het wekelijks pasen, de dag waarop de overwinning van 4 Intro, 0,1| vgl. 2Kor 5,17). Het is de dag waarop men in aanbidding 5 Intro, 0,1| terugdenkt aan de eerste dag van de wereld. Het is de 6 Intro, 0,1| van de wereld. Het is de dag die men tegelijkertijd, 7 Intro, 0,1| voorafbeelding van de 'laatste dag' waarop Christus in heerlijkheid 8 Intro, 0,1| van de psalmist: "Zie deze dag schept de Heer, laat ons 9 Intro, 0,1| vroege morgen van de eerste dag van de week (vgl. Mc 16, 10 Intro, 0,1| op de avond van diezelfde dag ervoeren toen de verrezen 11 Intro, 0,2| vierde eeuw stelt, dat de "dag des Heren" de "heer van 12 Intro, 0,2| betekenis van die wekelijkse dag alleen maar doorzien met 13 Intro, 0,2| zeggen: "De zondag is de dag der verrijzenis, de dag 14 Intro, 0,2| dag der verrijzenis, de dag der christenen, het is onze 15 Intro, 0,2| christenen, het is onze dag."3 De zondag is voor de 16 Intro, 0,3| die teruggaat tot de eigen dag van de verrijzenis van Christus, 17 Intro, 0,3| telkens gevierd op de achtste dag, die terecht dag des Heren 18 Intro, 0,3| achtste dag, die terecht dag des Heren of 'zondag' wordt 19 Intro, 0,3| om de eucharistie en de 'dag des Heren' te vieren, in 20 Intro, 0,3| moet worden als een echte 'dag des Heren', ook in de veranderende 21 Intro, 0,4| wetgeving het karakter van deze dag als vrije dag garandeert, 22 Intro, 0,4| karakter van deze dag als vrije dag garandeert, de ontwikkeling 23 Intro, 0,4| een echte heiliging van de dag des Heren dient te zijn, 24 Intro, 0,7| talrijke dimensies van die dag beschouwt, waaraan wij in 25 Intro, 0,7| aandacht besteden.~Het is een dag die zich helemaal in het 26 Intro, 0,7| Hij vertrouwt ons 'Zijn dag' toe als een telkens nieuw 27 Intro, 0,7| De herontdekking van die dag is de genade die wij moeten 28 I, 1,8 | van zijn werk "de zevende dag zegende en hem heilig maakte" ( 29 I, 1,8 | in zekere zin de gewijde dag van het nieuwe en eeuwige 30 I, 2,10 | mens open. "Op de zevende dag bracht God het werk dat 31 I, 2,11 | Hij rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij 32 I, 2,11 | Mijn Vader is tot op de dag van vandaag voortdurend 33 I, 2,11 | goddelijke rust op de zevende dag roept niet het beeld op 34 I, 2,12 | De God die de zevende dag uitrust en zich verheugt 35 I, 2,12 | bladzijde van Hosea: "Op die dag zal Ik een verbond sluiten, 36 I, 3 | God zegende de zevende dag en maakte hem heilig" (Gn 37 I, 3,14 | de door God 'gezegende' dag is, door Hem 'geheiligd'. 38 I, 3,14 | andere dagen om als enige de 'dag des Heren' te zijn.~Om de 39 I, 3,14 | Als Hij dan de zevende dag 'heiligt' door een bijzondere 40 I, 3,14 | bijzondere zegen en er 'zijn dag' bij uitstek van maakt, 41 I, 3,15 | de persoon insluit. De 'dag des Heren' is bij uitstek 42 I, 3,15 | Heren' is bij uitstek de dag van die relatie, waarop 43 I, 3,15 | God. Alles is van God. De dag des Heren keert steeds opnieuw 44 I, 4,16 | gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de 45 I, 4,16 | gezegend en tot een heilige dag gemaakt." (Ex 20,11). Voordat 46 I, 4,16 | inspireren om uiteindelijk de dag te bereiken waarop de mens 47 I, 4,17 | ze de betekenis van de 'dag des Heren' in een perspectief 48 I, 4,17 | de rust van de mens, de dag van de Heer, zijn volle 49 I, 5,18 | ingeluide tijd doorzagen, de dag na de sabbat als hun feestdag 50 I, 5,18 | feestdag genomen, omdat op die dag de verrijzenis van de Heer 51 I, 5,18 | Oudtestamentische voorschrift over de dag van de Heer hernomen, ingepast 52 I, 5,18 | men over naar de "eerste dag na de sabbat"; van de zevende 53 I, 5,18 | sabbat"; van de zevende dag naar de eerste dag: de dies 54 I, 5,18 | zevende dag naar de eerste dag: de dies Domini wordt dies 55 I, 5,18 | Domini wordt dies Christi, de dag van de Heer wordt de dag 56 I, 5,18 | dag van de Heer wordt de dag van Christus!~ ~ 57 II | Hoofdstuk II~ ~DIES CHRISTI~ ~De dag van de verrezen Heer en 58 II, 1,19 | de anastasimos hêmera, de dag van de verrijzenis18 en 59 II, 1,19 | deze wezenstrek is deze dag het middelpunt van alle 60 II, 1,19 | duidelijk dat, zelfs als de dag des Heren, zoals gezegd 61 II, 1,20 | doden plaats op de "eerste dag na de sabbat" (Mc 16,2-9; 62 II, 1,20 | Joh 20,1). Op diezelfde dag maakte de verrezen Heer 63 II, 1,20 | zijn lijden te tonen. De dag van Pinksteren was een zondag, 64 II, 1,20 | was een zondag, de eerste dag van de achtste week van 65 II, 1,20 | vervuld werd. Het was de dag van de eerste verkondiging 66 II, 2 | De eerste dag van de week~ 67 II, 2,21 | apostolische tijden de 'eerste dag na de sabbat', de eerste 68 II, 2,21 | na de sabbat', de eerste dag van de week, het eigen ritme 69 II, 2,21 | 1Kor 16,2). Op de 'eerste dag na de sabbat' waren ook 70 II, 2,21 | verbreide gebruik om de eerste dag van de week "dag des Heren" 71 II, 2,21 | eerste dag van de week "dag des Heren" te noemen zien ( 72 II, 2,21 | gewoonte hadden "op een vaste dag van de week voor het opgaan 73 II, 2,21 | christenen spraken over de "dag des Heren", gaven ze die 74 II, 2,22 | zijn karakter van vaste dag in de week. Hierin ziet 75 II, 2,22 | verkreeg de viering van de dag van de verrijzenis een leerstellige 76 II, 3,23 | nader in te vullen. Op de dag van de sabbat gold voor 77 II, 3,23 | hun leven richten naar de dag des Heren, waarop ook ons 78 II, 3,23 | Heer zijn zegel aan zijn dag gehecht, de derde dag na 79 II, 3,23 | zijn dag gehecht, de derde dag na zijn lijden en sterven. 80 II, 3,23 | tot 'sabbatisering' van de dag des Heren waarnemen. In 81 II, 4 | De dag van de nieuwe schepping~ 82 II, 4,24 | plaats vond "op de eerste dag na de sabbat" verbonden 83 II, 4,24 | verbonden met de eerste dag van die kosmische week ( 84 II, 4,24 | scheppingsverhaal vorm geeft: de dag van de schepping van het 85 II, 4,25 | De zondag is werkelijk de dag waarop de christen, meer 86 II, 4,25 | meer dan op enige andere dag, geroepen is het heil te 87 II, 4,25 | vieren, maar ook op deze dag van de week, de dag "waarop 88 II, 4,25 | deze dag van de week, de dag "waarop de kerk de verrijzenis 89 II, 5 | De achtste dag, beeld van de eeuwigheid~ 90 II, 5,26 | sabbat nu eenmaal de zevende dag van de week is, ons de dag 91 II, 5,26 | dag van de week is, ons de dag van de Heer bezien in het 92 II, 5,26 | de zondag is de eerste dag en ook 'de achtste dag'. 93 II, 5,26 | eerste dag en ook 'de achtste dag'. Dat wil zeggen dat de 94 II, 5,26 | voor de werkelijk unieke dag die zal volgen na de huidige 95 II, 5,26 | volgen na de huidige tijd, de dag zonder einde die avond noch 96 II, 5,26 | het licht van de laatste dag die volledig de voorloperssymboliek 97 II, 5,26 | als tegelijkertijd "eerste dag" en "achtste dag" van de 98 II, 5,26 | eerste dag" en "achtste dag" van de week biedt de christen 99 II, 6 | Dag van Christus, van het Licht~ 100 II, 6,27 | pastorale praktijk aan de dag van de Heer is toegekend. 101 II, 6,27 | heeft de kerk ingegeven de "dag van de zon", dat is de naam 102 II, 6,27 | die de Romeinen aan deze dag gaven en die nog in een 103 II, 6,27 | zij de viering van deze dag op Christus, de ware 'zon' 104 II, 6,27 | bijeenkomsten hielden op "de dag van de zon".30 Maar de verwijzing 105 II, 6,27 | verrezen Christus verlichte dag vinden we als thema terug 106 II, 6,27 | generatie op generatie, op die dag maakt de kerk de verwondering 107 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~ 108 II, 7,28 | 28. De zondag, dag van het licht, zou met betrekking 109 II, 7,28 | tot de heilige Geest ook dag van het 'vuur' genoemd kunnen 110 II, 8 | De dag van het geloof~ 111 II, 8,29 | lijkt deze bij uitstek de dag van het geloof. Door het 112 II, 8,29 | 27). Ja, de zondag is de dag van het geloof. Het feit, 113 II, 8,29 | van de zondag door er de dag van te maken waarop de gedoopte, 114 II, 9 | Een onmisbare dag!~ 115 II, 9,30 | waarom de identiteit van deze dag, ook in de context van de 116 II, 9,30 | gesanctioneerde norm geworden: de dag des Heren bepaalde de structuur 117 II, 9,30 | genaden die de viering van de dag des Heren met zich brengt. 118 III | Hoofdstuk III~DIES ECCLESIAE - DAG VAN DE KERK~De eucharistische 119 III, 1,31 | bron van haar hoop. Als dag van de verrijzenis is de 120 III, 2,32 | haar uitdrukking op de dag waarop de gemeenschap bijeengeroepen 121 III, 2,32 | De zondagsviering van de dag des Heren en van de eucharistie 122 III, 2,33 | christengemeente om elke achtste dag, de 'dag des Heren', de 123 III, 2,33 | om elke achtste dag, de 'dag des Heren', de zondag, bijeen 124 III, 3,34 | om het even welke andere dag gevierd wordt. Zij kan niet 125 III, 3,34 | deze gevierd wordt op de "dag waarop Christus verrezen 126 III, 4 | De dag van de kerk~ 127 III, 4,35 | ook als de dies Ecclesiae, dag van de kerk. Op deze wijze 128 III, 4,35 | vorming als de viering van de dag des Heren en de eucharistie 129 III, 4,36 | groepen op de zondag, de dag van de samenkomst, niet 130 III, 5,37 | onderweg naar de laatste "dag des Heren", de eeuwige zondag. 131 III, 5,37 | elke eucharistieviering. De dag des Heren echter met de 132 III, 5,37 | Dat maakt van de zondag de dag waarop de kerk, door duidelijk 133 III, 6 | Dag van de hoop~ 134 III, 6,38 | dat de zondag inderdaad de dag van het geloof is, is deze 135 III, 6,38 | is deze niet minder de dag van de christelijke hoop. 136 III, 6,38 | horen, moeite doen om elke dag van de week door de verkondiging 137 III, 8,42 | hele gemeenschap op de 'dag van de Heer' komt de eucharistie 138 III, 1,46 | samenkomst. "Laat op de dag des Heren ­ zegt bijvoorbeeld 139 III, 1,46 | tegenover God hebben, die op de dag des Heren niet samenkomen 140 III, 1,48 | gevierd wordt als ware 'dag des Heren', de dag waarop 141 III, 1,48 | ware 'dag des Heren', de dag waarop de kerk bijeenkomt 142 III, 1,48 | door de heiliging van de dag in gebed, liefdadigheidswerken 143 III, 2,50 | karakter heeft die past bij de dag waarop men de verrijzenis 144 III, 2,50 | creaties die vandaag de dag naar voren komen in overeenstemming 145 III, 4,52 | daartoe beperkt blijven. De dag des Heren wordt werkelijk 146 III, 4,52 | andere ogenblikken van de dag ­ die niet in de context 147 III, 6,54 | die het missaal voor die dag aangeeft, en tevens door 148 III, 6,54 | zondag beleven als de echte 'dag des Heren' en de 'dag van 149 III, 6,54 | echte 'dag des Heren' en de 'dag van de kerk'.~ ~ 150 IV | Hoofdstuk IV~DIES HOMINIS -~DAG VAN DE MENS~ ~De zondag, 151 IV | VAN DE MENS~ ~De zondag, dag van vreugde, van rust en 152 IV, 1,55 | historisch gezien de wekelijkse dag van de verrezen Heer, zelfs 153 IV, 1,55 | vooral beleefd als een dag van vreugde. "Weest ieder 154 IV, 1,55 | Weest ieder op de eerste dag van de week vol vreugde" 155 IV, 1,57 | kenmerken en niet alleen één dag van de week, maar gezien 156 IV, 1,57 | gezien zijn betekenis als dag van de verrezen Heer, waarop 157 IV, 1,57 | zondag heel bijzonder een dag van vreugde en zelfs de 158 IV, 1,57 | zelfs de meest geëigende dag om zich de vreugde te verwerven 159 IV, 1,58 | bede, dat de kerk op de dag des Heren krachtig getuigt 160 IV, 1,58 | God aan de mens gegeven dag om menselijk en geestelijk 161 IV, 2,59 | sabbatvervulling is. Op de dag des Heren die het Oude Testament, 162 IV, 2,60 | zegening en de heiliging van de dag waarop God niet werkte na " 163 IV, 2,60 | had gebracht" (Gn 2,3). De dag van de rust van God geeft 164 IV, 2,61 | gezegende en geheiligde dag, is rechtstreeks verbonden 165 IV, 2,61 | met het werk van de zesde dag, de dag waarop God de mens 166 IV, 2,61 | werk van de zesde dag, de dag waarop God de mens maakte " 167 IV, 2,61 | zeer nauwe band tussen de 'dag van God' en de 'dag van 168 IV, 2,61 | de 'dag van God' en de 'dag van de mens' is de vaders 169 IV, 2,61 | vergeven kon."106 Zo zal de 'dag van God' voor altijd rechtstreeks 170 IV, 2,61 | rechtstreeks verbonden zijn met de 'dag van de mens'. Wanneer nu 171 IV, 2,61 | rustpauze die gelast wordt om de dag te eren die aan hem is toegewijd, 172 IV, 2,61 | zich volledig. Zo blijkt de dag des Heren diepgaand getekend 173 IV, 2,61 | kunnen zeggen, dat deze dag daardoor net als de dieren 174 IV, 2,62 | basismotieven voor de plicht om de 'dag des Heren' te heiligen van 175 IV, 2,62 | verrichten, maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer 176 IV, 2,63 | parallelteksten) verricht, niet om de dag des Heren te schenden, maar 177 IV, 2,63 | sabbat', het naleven van deze dag, ingesteld om tegelijkertijd 178 IV, 2,63 | sabbat te verleggen naar de dag van de verrijzenis. Het


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License