Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| 1. De dag des Heren zo wordt al
2 Intro, 0,1| de herinnering op aan de dag van de verrijzenis van Christus.~
3 Intro, 0,1| het wekelijks pasen, de dag waarop de overwinning van
4 Intro, 0,1| vgl. 2Kor 5,17). Het is de dag waarop men in aanbidding
5 Intro, 0,1| terugdenkt aan de eerste dag van de wereld. Het is de
6 Intro, 0,1| van de wereld. Het is de dag die men tegelijkertijd,
7 Intro, 0,1| voorafbeelding van de 'laatste dag' waarop Christus in heerlijkheid
8 Intro, 0,1| van de psalmist: "Zie deze dag schept de Heer, laat ons
9 Intro, 0,1| vroege morgen van de eerste dag van de week (vgl. Mc 16,
10 Intro, 0,1| op de avond van diezelfde dag ervoeren toen de verrezen
11 Intro, 0,2| vierde eeuw stelt, dat de "dag des Heren" de "heer van
12 Intro, 0,2| betekenis van die wekelijkse dag alleen maar doorzien met
13 Intro, 0,2| zeggen: "De zondag is de dag der verrijzenis, de dag
14 Intro, 0,2| dag der verrijzenis, de dag der christenen, het is onze
15 Intro, 0,2| christenen, het is onze dag."3 De zondag is voor de
16 Intro, 0,3| die teruggaat tot de eigen dag van de verrijzenis van Christus,
17 Intro, 0,3| telkens gevierd op de achtste dag, die terecht dag des Heren
18 Intro, 0,3| achtste dag, die terecht dag des Heren of 'zondag' wordt
19 Intro, 0,3| om de eucharistie en de 'dag des Heren' te vieren, in
20 Intro, 0,3| moet worden als een echte 'dag des Heren', ook in de veranderende
21 Intro, 0,4| wetgeving het karakter van deze dag als vrije dag garandeert,
22 Intro, 0,4| karakter van deze dag als vrije dag garandeert, de ontwikkeling
23 Intro, 0,4| een echte heiliging van de dag des Heren dient te zijn,
24 Intro, 0,7| talrijke dimensies van die dag beschouwt, waaraan wij in
25 Intro, 0,7| aandacht besteden.~Het is een dag die zich helemaal in het
26 Intro, 0,7| Hij vertrouwt ons 'Zijn dag' toe als een telkens nieuw
27 Intro, 0,7| De herontdekking van die dag is de genade die wij moeten
28 I, 1,8 | van zijn werk "de zevende dag zegende en hem heilig maakte" (
29 I, 1,8 | in zekere zin de gewijde dag van het nieuwe en eeuwige
30 I, 2,10 | mens open. "Op de zevende dag bracht God het werk dat
31 I, 2,11 | Hij rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij
32 I, 2,11 | Mijn Vader is tot op de dag van vandaag voortdurend
33 I, 2,11 | goddelijke rust op de zevende dag roept niet het beeld op
34 I, 2,12 | De God die de zevende dag uitrust en zich verheugt
35 I, 2,12 | bladzijde van Hosea: "Op die dag zal Ik een verbond sluiten,
36 I, 3 | God zegende de zevende dag en maakte hem heilig" (Gn
37 I, 3,14 | de door God 'gezegende' dag is, door Hem 'geheiligd'.
38 I, 3,14 | andere dagen om als enige de 'dag des Heren' te zijn.~Om de
39 I, 3,14 | Als Hij dan de zevende dag 'heiligt' door een bijzondere
40 I, 3,14 | bijzondere zegen en er 'zijn dag' bij uitstek van maakt,
41 I, 3,15 | de persoon insluit. De 'dag des Heren' is bij uitstek
42 I, 3,15 | Heren' is bij uitstek de dag van die relatie, waarop
43 I, 3,15 | God. Alles is van God. De dag des Heren keert steeds opnieuw
44 I, 4,16 | gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de
45 I, 4,16 | gezegend en tot een heilige dag gemaakt." (Ex 20,11). Voordat
46 I, 4,16 | inspireren om uiteindelijk de dag te bereiken waarop de mens
47 I, 4,17 | ze de betekenis van de 'dag des Heren' in een perspectief
48 I, 4,17 | de rust van de mens, de dag van de Heer, zijn volle
49 I, 5,18 | ingeluide tijd doorzagen, de dag na de sabbat als hun feestdag
50 I, 5,18 | feestdag genomen, omdat op die dag de verrijzenis van de Heer
51 I, 5,18 | Oudtestamentische voorschrift over de dag van de Heer hernomen, ingepast
52 I, 5,18 | men over naar de "eerste dag na de sabbat"; van de zevende
53 I, 5,18 | sabbat"; van de zevende dag naar de eerste dag: de dies
54 I, 5,18 | zevende dag naar de eerste dag: de dies Domini wordt dies
55 I, 5,18 | Domini wordt dies Christi, de dag van de Heer wordt de dag
56 I, 5,18 | dag van de Heer wordt de dag van Christus!~ ~
57 II | Hoofdstuk II~ ~DIES CHRISTI~ ~De dag van de verrezen Heer en
58 II, 1,19 | de anastasimos hêmera, de dag van de verrijzenis18 en
59 II, 1,19 | deze wezenstrek is deze dag het middelpunt van alle
60 II, 1,19 | duidelijk dat, zelfs als de dag des Heren, zoals gezegd
61 II, 1,20 | doden plaats op de "eerste dag na de sabbat" (Mc 16,2-9;
62 II, 1,20 | Joh 20,1). Op diezelfde dag maakte de verrezen Heer
63 II, 1,20 | zijn lijden te tonen. De dag van Pinksteren was een zondag,
64 II, 1,20 | was een zondag, de eerste dag van de achtste week van
65 II, 1,20 | vervuld werd. Het was de dag van de eerste verkondiging
66 II, 2 | De eerste dag van de week~
67 II, 2,21 | apostolische tijden de 'eerste dag na de sabbat', de eerste
68 II, 2,21 | na de sabbat', de eerste dag van de week, het eigen ritme
69 II, 2,21 | 1Kor 16,2). Op de 'eerste dag na de sabbat' waren ook
70 II, 2,21 | verbreide gebruik om de eerste dag van de week "dag des Heren"
71 II, 2,21 | eerste dag van de week "dag des Heren" te noemen zien (
72 II, 2,21 | gewoonte hadden "op een vaste dag van de week voor het opgaan
73 II, 2,21 | christenen spraken over de "dag des Heren", gaven ze die
74 II, 2,22 | zijn karakter van vaste dag in de week. Hierin ziet
75 II, 2,22 | verkreeg de viering van de dag van de verrijzenis een leerstellige
76 II, 3,23 | nader in te vullen. Op de dag van de sabbat gold voor
77 II, 3,23 | hun leven richten naar de dag des Heren, waarop ook ons
78 II, 3,23 | Heer zijn zegel aan zijn dag gehecht, de derde dag na
79 II, 3,23 | zijn dag gehecht, de derde dag na zijn lijden en sterven.
80 II, 3,23 | tot 'sabbatisering' van de dag des Heren waarnemen. In
81 II, 4 | De dag van de nieuwe schepping~
82 II, 4,24 | plaats vond "op de eerste dag na de sabbat" verbonden
83 II, 4,24 | verbonden met de eerste dag van die kosmische week (
84 II, 4,24 | scheppingsverhaal vorm geeft: de dag van de schepping van het
85 II, 4,25 | De zondag is werkelijk de dag waarop de christen, meer
86 II, 4,25 | meer dan op enige andere dag, geroepen is het heil te
87 II, 4,25 | vieren, maar ook op deze dag van de week, de dag "waarop
88 II, 4,25 | deze dag van de week, de dag "waarop de kerk de verrijzenis
89 II, 5 | De achtste dag, beeld van de eeuwigheid~
90 II, 5,26 | sabbat nu eenmaal de zevende dag van de week is, ons de dag
91 II, 5,26 | dag van de week is, ons de dag van de Heer bezien in het
92 II, 5,26 | de zondag is de eerste dag en ook 'de achtste dag'.
93 II, 5,26 | eerste dag en ook 'de achtste dag'. Dat wil zeggen dat de
94 II, 5,26 | voor de werkelijk unieke dag die zal volgen na de huidige
95 II, 5,26 | volgen na de huidige tijd, de dag zonder einde die avond noch
96 II, 5,26 | het licht van de laatste dag die volledig de voorloperssymboliek
97 II, 5,26 | als tegelijkertijd "eerste dag" en "achtste dag" van de
98 II, 5,26 | eerste dag" en "achtste dag" van de week biedt de christen
99 II, 6 | Dag van Christus, van het Licht~
100 II, 6,27 | pastorale praktijk aan de dag van de Heer is toegekend.
101 II, 6,27 | heeft de kerk ingegeven de "dag van de zon", dat is de naam
102 II, 6,27 | die de Romeinen aan deze dag gaven en die nog in een
103 II, 6,27 | zij de viering van deze dag op Christus, de ware 'zon'
104 II, 6,27 | bijeenkomsten hielden op "de dag van de zon".30 Maar de verwijzing
105 II, 6,27 | verrezen Christus verlichte dag vinden we als thema terug
106 II, 6,27 | generatie op generatie, op die dag maakt de kerk de verwondering
107 II, 7 | De dag van de gave van de Geest~
108 II, 7,28 | 28. De zondag, dag van het licht, zou met betrekking
109 II, 7,28 | tot de heilige Geest ook dag van het 'vuur' genoemd kunnen
110 II, 8 | De dag van het geloof~
111 II, 8,29 | lijkt deze bij uitstek de dag van het geloof. Door het
112 II, 8,29 | 27). Ja, de zondag is de dag van het geloof. Het feit,
113 II, 8,29 | van de zondag door er de dag van te maken waarop de gedoopte,
114 II, 9 | Een onmisbare dag!~
115 II, 9,30 | waarom de identiteit van deze dag, ook in de context van de
116 II, 9,30 | gesanctioneerde norm geworden: de dag des Heren bepaalde de structuur
117 II, 9,30 | genaden die de viering van de dag des Heren met zich brengt.
118 III | Hoofdstuk III~DIES ECCLESIAE - DAG VAN DE KERK~De eucharistische
119 III, 1,31 | bron van haar hoop. Als dag van de verrijzenis is de
120 III, 2,32 | haar uitdrukking op de dag waarop de gemeenschap bijeengeroepen
121 III, 2,32 | De zondagsviering van de dag des Heren en van de eucharistie
122 III, 2,33 | christengemeente om elke achtste dag, de 'dag des Heren', de
123 III, 2,33 | om elke achtste dag, de 'dag des Heren', de zondag, bijeen
124 III, 3,34 | om het even welke andere dag gevierd wordt. Zij kan niet
125 III, 3,34 | deze gevierd wordt op de "dag waarop Christus verrezen
126 III, 4 | De dag van de kerk~
127 III, 4,35 | ook als de dies Ecclesiae, dag van de kerk. Op deze wijze
128 III, 4,35 | vorming als de viering van de dag des Heren en de eucharistie
129 III, 4,36 | groepen op de zondag, de dag van de samenkomst, niet
130 III, 5,37 | onderweg naar de laatste "dag des Heren", de eeuwige zondag.
131 III, 5,37 | elke eucharistieviering. De dag des Heren echter met de
132 III, 5,37 | Dat maakt van de zondag de dag waarop de kerk, door duidelijk
133 III, 6 | Dag van de hoop~
134 III, 6,38 | dat de zondag inderdaad de dag van het geloof is, is deze
135 III, 6,38 | is deze niet minder de dag van de christelijke hoop.
136 III, 6,38 | horen, moeite doen om elke dag van de week door de verkondiging
137 III, 8,42 | hele gemeenschap op de 'dag van de Heer' komt de eucharistie
138 III, 1,46 | samenkomst. "Laat op de dag des Heren zegt bijvoorbeeld
139 III, 1,46 | tegenover God hebben, die op de dag des Heren niet samenkomen
140 III, 1,48 | gevierd wordt als ware 'dag des Heren', de dag waarop
141 III, 1,48 | ware 'dag des Heren', de dag waarop de kerk bijeenkomt
142 III, 1,48 | door de heiliging van de dag in gebed, liefdadigheidswerken
143 III, 2,50 | karakter heeft die past bij de dag waarop men de verrijzenis
144 III, 2,50 | creaties die vandaag de dag naar voren komen in overeenstemming
145 III, 4,52 | daartoe beperkt blijven. De dag des Heren wordt werkelijk
146 III, 4,52 | andere ogenblikken van de dag die niet in de context
147 III, 6,54 | die het missaal voor die dag aangeeft, en tevens door
148 III, 6,54 | zondag beleven als de echte 'dag des Heren' en de 'dag van
149 III, 6,54 | echte 'dag des Heren' en de 'dag van de kerk'.~ ~
150 IV | Hoofdstuk IV~DIES HOMINIS -~DAG VAN DE MENS~ ~De zondag,
151 IV | VAN DE MENS~ ~De zondag, dag van vreugde, van rust en
152 IV, 1,55 | historisch gezien de wekelijkse dag van de verrezen Heer, zelfs
153 IV, 1,55 | vooral beleefd als een dag van vreugde. "Weest ieder
154 IV, 1,55 | Weest ieder op de eerste dag van de week vol vreugde"
155 IV, 1,57 | kenmerken en niet alleen één dag van de week, maar gezien
156 IV, 1,57 | gezien zijn betekenis als dag van de verrezen Heer, waarop
157 IV, 1,57 | zondag heel bijzonder een dag van vreugde en zelfs de
158 IV, 1,57 | zelfs de meest geëigende dag om zich de vreugde te verwerven
159 IV, 1,58 | bede, dat de kerk op de dag des Heren krachtig getuigt
160 IV, 1,58 | God aan de mens gegeven dag om menselijk en geestelijk
161 IV, 2,59 | sabbatvervulling is. Op de dag des Heren die het Oude Testament,
162 IV, 2,60 | zegening en de heiliging van de dag waarop God niet werkte na "
163 IV, 2,60 | had gebracht" (Gn 2,3). De dag van de rust van God geeft
164 IV, 2,61 | gezegende en geheiligde dag, is rechtstreeks verbonden
165 IV, 2,61 | met het werk van de zesde dag, de dag waarop God de mens
166 IV, 2,61 | werk van de zesde dag, de dag waarop God de mens maakte "
167 IV, 2,61 | zeer nauwe band tussen de 'dag van God' en de 'dag van
168 IV, 2,61 | de 'dag van God' en de 'dag van de mens' is de vaders
169 IV, 2,61 | vergeven kon."106 Zo zal de 'dag van God' voor altijd rechtstreeks
170 IV, 2,61 | rechtstreeks verbonden zijn met de 'dag van de mens'. Wanneer nu
171 IV, 2,61 | rustpauze die gelast wordt om de dag te eren die aan hem is toegewijd,
172 IV, 2,61 | zich volledig. Zo blijkt de dag des Heren diepgaand getekend
173 IV, 2,61 | kunnen zeggen, dat deze dag daardoor net als de dieren
174 IV, 2,62 | basismotieven voor de plicht om de 'dag des Heren' te heiligen van
175 IV, 2,62 | verrichten, maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer
176 IV, 2,63 | parallelteksten) verricht, niet om de dag des Heren te schenden, maar
177 IV, 2,63 | sabbat', het naleven van deze dag, ingesteld om tegelijkertijd
178 IV, 2,63 | sabbat te verleggen naar de dag van de verrijzenis. Het
|