Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| geëerd vanwege de nauwe band met de werkelijke kern van het
2 Intro, 0,1| Heer, laat ons hem vieren met vreugde" (Ps 118,24). Deze
3 Intro, 0,2| dag alleen maar doorzien met de huivering van emotie
4 Intro, 0,3| Vaticaans Concilie opnieuw met kracht bevestigd: "Het paasmysterie
5 Intro, 0,3| christelijk en menselijk bestaan met een nieuwe intensiteit te
6 Intro, 0,3| u elke zondag samenkomt met uw herders om de eucharistie
7 Intro, 0,3| dialoog die ik zo graag met mijn gelovigen voer, voortgezet
8 Intro, 0,3| gelovigen voer, voortgezet door met u na te denken over de betekenis
9 Intro, 0,4| blijvend element in de normen met betrekking tot de verschillende
10 Intro, 0,4| meestal precies samenvallen met zon- en feestdagen. Het
11 Intro, 0,4| elementen inzoverre het, met inachtneming van authentieke
12 Intro, 0,4| te zijn, niet verwarren met het 'weekeinde' dat wezenlijk
13 Intro, 0,4| volledige overeenstemming met de gave van het geloof,
14 Intro, 0,4| omstandigheden, beleefd wordt met een volledige volgzaamheid
15 Intro, 0,5| dit gezichtspunt worden we met een tamelijk grote verscheidenheid
16 Intro, 0,5| jonge kerken die laten zien met wat voor geestdrift de zondagsviering,
17 Intro, 0,5| dank te brengen door samen met anderen in het hart van
18 Intro, 0,7| En vandaag zou ik u allen met aandrang willen uitnodigen
19 I, 1,8 | onlosmakelijk verbonden met de boodschap die de Schrift
20 I, 1,8 | over de plannen van God met de schepping van de wereld.
21 I, 2,9 | Het gaat om een bladzijde met een sterke godsdienstige
22 I, 2,9 | opnieuw goed, als zij zich met behulp van de genade wendt
23 I, 2,9 | vrijheid heeft willen geven, met alle risico's van dien.
24 I, 2,10 | gekregen om, door de aarde met alles wat zij in zich bevat
25 I, 2,11 | worden we geconfronteerd met een antropomorfisme rijk
26 I, 2,11 | aard. God houdt nooit op met aan het werk te zijn. Jezus
27 I, 2,11 | Jezus herinnert daaraan met betrekking tot de sabbatsvoorschriften: "
28 I, 2,11 | en ook Ik houd niet op met werken" (Joh 5,17). De goddelijke
29 I, 2,11 | de pauze die God inlast met het oog op het "zeer goede" (
30 I, 2,11 | band die God wil aanknopen met het schepsel dat naar zijn
31 I, 2,11 | het heilsverbond dat Hij met Israël gesloten heeft en
32 I, 2,11 | hoogtepunt zal bereiken met Christus. Juist het vleesgeworden
33 I, 2,12 | al, wanneer het het gebod met betrekking tot de sabbat
34 I, 2,12 | verband brengt niet alleen met de geheimnisvolle 'rust'
35 I, 2,12 | vgl. Ex 20,8-11), maar ook met het heil dat door Hem aan
36 I, 2,12 | het andere geval zou men, met een beeld dat de profeten
37 I, 2,12 | sluiten, ten bate van hen, met de dieren in het wild, met
38 I, 2,12 | met de dieren in het wild, met de vogels in de lucht en
39 I, 2,12 | de vogels in de lucht en met wat er kruipt op de grond.
40 I, 3,13 | voorschriften die louter met de eredienst te maken hebben,
41 I, 3,13 | uitdrukking van de betrekking met God die door de bijbelse
42 I, 3,13 | een natuurlijk samengaan met de menselijke behoefte aan
43 I, 3,14 | is, door Hem 'geheiligd'. Met andere woorden, door Hem
44 I, 3,15 | Maar de relatie van de mens met God heeft ook behoefte aan
45 I, 4,16 | hemel, de aarde, de zee met al wat er in is gemaakt.
46 I, 4,17 | en dat de Heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte
47 I, 5,18 | gebod wezenlijk verbonden is met de gedachtenis van het heilswerk
48 I, 5,18 | definitieve vervulling pas komen met de parousia door de komst
49 I, 5,18 | van de kinderen Gods die met Christus kunnen uitroepen "
50 II, 1,19 | Jezus Christus niet alleen met Pasen maar ook in het verloop
51 II, 1,19 | oosterse kerken is elke zondag met name de anastasimos hêmera,
52 II, 2,22 | kalenders niet samenvielen met de christelijke zondag.
53 II, 2,22 | het vieren van de zondag met zijn karakter van vaste
54 II, 2,22 | Nieuwe Testament en verbonden met de openbaring van het Oude
55 II, 2,22 | wordt aanschouwelijk gemaakt met behulp van die schriftteksten,
56 II, 3 | Groeiend onderscheid met de sabbat~
57 II, 3,23 | acht nemen. De apostelen en met name Paulus gingen aanvankelijk
58 II, 3,23 | gingen aanvankelijk door met het bezoeken van de synagoge
59 II, 4,24 | aanleiding gegeven. Men heeft met name de bijzondere relatie
60 II, 4,24 | na de sabbat" verbonden met de eerste dag van die kosmische
61 II, 4,25 | heeft. "In de doop zijt gij met Hem begraven, maar ook met
62 II, 4,25 | met Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door uw geloof
63 II, 4,25 | de mis de besprenkeling met wijwater aan te bevelen
64 II, 6,27 | En de kerk zindert mee met de vreugde die Simeon ervoer
65 II, 7,28 | dag van het licht, zou met betrekking tot de heilige
66 II, 7,28 | werkelijk innig verbonden met het 'vuur' van de Geest.
67 II, 7,28 | Geest vijftig dagen na Pasen met macht, als een "hevige wind"
68 II, 7,28 | vuur" (Hnd 2,2-3), over de met Maria bijeengekomen apostelen
69 II, 7,28 | liturgisch sterk moment met de jaarlijkse viering waarmee
70 II, 7,28 | juist vanwege de innige band met het paasmysterie, ook gegrift
71 II, 7,28 | ontmoeting van de apostelen met de Verrezene herbeleven,
72 II, 8,29 | hernieuwd wordt. Geconfronteerd met Hem in de zondagse bijeenkomst
73 II, 8,29 | apostel Thomas: "Kom hier met uw vinger en bezie mijn
74 II, 8,29 | aanwezig is, en hij belijdt met de apostel Thomas: "Mijn
75 II, 9,30 | viering van de dag des Heren met zich brengt. Het Tweede
76 II, 9,30 | kalender in overeenstemming met wijzigingen van de systemen
77 II, 9,30 | accepteert die "de week met zeven dagen met de zondag
78 II, 9,30 | de week met zeven dagen met de zondag intact laten en
79 II, 9,30 | betekenissen en aspecten ervan met betrekking tot juist de
80 III, 1,31 | 31. "Ik ben met u alle dagen tot aan de
81 III, 2,32 | gezien zijn vitale band met het sacrament van het lichaam
82 III, 2,32 | verwerkelijkt. Zij vindt echter, met meer recht en reden, haar
83 III, 2,33 | 33. Met name tijdens de zondagsmis
84 III, 2,33 | herbeleven de christenen met een bijzondere intensiteit
85 III, 2,33 | verworven was en tegelijk met zijn Geest geschonken werd: "
86 III, 2,33 | bij het Laatste Avondmaal, met een duidelijke verwijzing
87 III, 3,34 | het bisdom bijeenkomt om met zijn eigen herder te bidden: "
88 III, 3,34 | gebed, aan het ene altaar, met aan het hoofd de bisschop,
89 III, 3,34 | altaardienaren."43 De betrekking met de bisschop en met de gehele
90 III, 3,34 | betrekking met de bisschop en met de gehele kerkelijke gemeenschap
91 III, 3,34 | blijkt dat. Toch benadrukt met name de zondagse eucharistieviering
92 III, 3,34 | eeuwig leven"44 benadrukt met grote kracht de kerkelijke
93 III, 3,34 | zich open voor de communio met de wereldkerk,45 door de
94 III, 3,34 | eenheid van alle gelovigen met de paus en de herders van
95 III, 4,35 | gemeenschapsdimensie van de zondagsviering met name op pastoraal niveau
96 III, 4,35 | plaatsvinden, rekening houden met de viering in de parochiekerk,
97 III, 4,35 | viering in de parochiekerk, met name opdat "de zin voor
98 III, 4,36 | huiskerken", wanneer de ouders met hun kinderen deelhebben
99 III, 4,36 | daarbij rekening houdend met de verschillende mogelijkheden
100 III, 4,36 | deze nauwkeurige richtlijn met het oog op de specifieke
101 III, 4,36 | rekening wordt gehouden met het welzijn van personen
102 III, 4,36 | groepen en in het bijzonder met de vruchten die er voor
103 III, 5,37 | De dag des Heren echter met de specifieke gedachtenis
104 III, 5,37 | Christus, verwijst ook en met meer kracht naar de glorie
105 III, 6,38 | van de innige vereniging met God en van de eenheid van
106 III, 7,39 | overigens, de ontmoeting met de Verrezene plaats door
107 III, 7,39 | de heilsgeschiedenis en met name in het paasmysterie
108 III, 7,39 | eucharistische liturgie zo nauw met elkaar verbonden zijn, dat
109 III, 7,40 | doorleefde ervaring, hangen nauw met elkaar samen. Enerzijds
110 III, 7,40 | parochiegemeenschappen, met inbegrip van allen die aan
111 III, 7,40 | van het Woord van de Heer met zorg voor te bereiden door
112 III, 7,41 | verkondiging van het woord van God, met name in het kader van de
113 III, 7,41 | dan de dialoog van God met zijn volk. In deze dialoog
114 III, 8,42 | Vader en zich in vereniging met Christus tot de stem van
115 III, 8,42 | ritme is een aansporing met dankbaarheid terug te kijken
116 III, 8,42 | verheerlijken "door Christus, met Hem en in Hem, in de eenheid
117 III, 8,42 | het volk van God door zich met zijn 'amen' bij de eucharistische
118 III, 8,43 | voren in de bijzondere band met de herdenking van de verrijzenis.
119 III, 8,43 | afgesmeekt, offert Christus zich met een werkelijk unieke werkzaamheid
120 III, 8,43 | Christus verenigt zijn offer met dat van de kerk: "In de
121 III, 8,43 | hun werk, worden verenigd met die van Christus en met
122 III, 8,43 | met die van Christus en met zijn totale offerande. Zij
123 III, 8,43 | mogelijk maakt de voorbije week met heel de menselijke last
124 III, 9,44 | aan de kerk toevertrouwd met de bedoeling dat de gelovigen
125 III, 9,44 | is altijd een gemeenschap met Christus die zich voor ons
126 III, 9,44 | bewust is dat de communio met Christus diepgaand verbonden
127 III, 9,44 | Christus diepgaand verbonden is met de broederlijke communio.
128 III, 9,44 | het volk van God betoont met alles wat zich in de viering
129 III, 9,44 | hebben aan het ene brood met in gedachte het nadrukkelijke
130 III, 9,44 | altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en
131 III, 0,45 | de juiste gesteldheid om, met de kracht van de Verrezene
132 III, 0,45 | gewone leefomgeving terug met de plicht van heel zijn
133 III, 0,45 | vreugde om de ontmoeting met de Heer te gaan delen met
134 III, 0,45 | met de Heer te gaan delen met hun broeders (vgl. Lc 24,
135 III, 1,46 | verhandeling uit de derde eeuw met de titel Didaskalia der
136 III, 1,46 | aanhoren en zich te voeden met de leven-schenkende spijs
137 III, 1,46 | kon de martelaar Justinus met een zekere trots vermelden,
138 III, 1,46 | samenkomst gegaan en ik heb met mijn broeders de Maaltijd
139 III, 1,47 | een alom geldende gewoonte met een verplichtend karakter
140 III, 1,47 | handhaaft dit voorschrift met de woorden: "Op zondag en
141 III, 1,48 | geloofsleven is om 's zondags met de andere broeders bijeen
142 III, 1,48 | het Nieuwe Verbond. Het is met name de taak van de bisschoppen "
143 III, 1,49 | verplichting voldaan moet worden met de zaterdagavond voorafgaande
144 III, 1,49 | hoogfeesten ook aan de vooravond met de eerste vespers.88 Wat
145 III, 1,49 | van de zon- of feestdag met voor de celebrant de verplichting
146 III, 1,49 | een homilie te houden en met de gelovigen de voorbede
147 III, 1,49 | plaatselijke gemeenschap met hun persoonlijk getuigenis
148 III, 1,49 | zusters die van buiten komen, met name in die plaatsen die
149 III, 2 | Viering met vreugde en zang~
150 III, 2,50 | is het passend de viering met bijzondere zorg voor te
151 III, 2,50 | gewoonten in overeenstemming met de liturgische voorschriften
152 III, 2,50 | verrijzenis van de Heer gedenkt. Met het oog daarop is het van
153 III, 2,50 | in overeenstemming zijn met de liturgische bepalingen
154 III, 3,51 | goddelijk Offerlam en zichzelf met Hem op aan God. Al moet
155 III, 4,52 | gereserveerd worden, zoals met name de plechtige viering
156 III, 4,52 | zij geen genoegen neemt met minimalisme of middelmatigheid
157 III, 4,52 | het evangelie en die men met een passende pastorale wijsheid
158 III, 5,53 | zich ook voordoen in landen met een lange christelijke traditie,
159 III, 5,53 | parochiegemeenschap aanwezig is. Met het oog op de gevallen waarin
160 III, 5,53 | samenkomst die door de priester, met het breken van het brood
161 III, 6,54 | manier van harte verenigen met de viering van de zondagsmis,
162 III, 6,54 | televisie de mogelijkheid zich met een eucharistieviering te
163 IV, 1,56 | van de eerste ervaringen met de Verrezene, naast alle
164 IV, 1,57 | deze vreugde niet verwarren met loze gevoelens van aangename
165 IV, 1,58 | bevindt". De paus besloot met de bede, dat de kerk op
166 IV, 1,58 | van de gedoopten in het met vreugde vieren van de zondagse
167 IV, 2,59 | Testament, zoals gezegd, met het werk van de schepping (
168 IV, 2,59 | geenszins afgeschaft, maar met een christocentrisch perspectief
169 IV, 2,59 | bevrijding die een feit werd met de uittocht heeft op haar
170 IV, 2,60 | theologie voert ons altijd en met nooit aflatende verwondering
171 IV, 2,60 | woord van God de wereld met een vrije liefdesbeslissing
172 IV, 2,61 | is rechtstreeks verbonden met het werk van de zesde dag,
173 IV, 2,61 | rechtstreeks verbonden zijn met de 'dag van de mens'. Wanneer
174 IV, 2,61 | 1,22 en 28) begiftigd is met een soort 'vruchtbaarheid'.
175 IV, 2,62 | en dat de Heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte
176 IV, 2,62 | blijkt hier innig verbonden met het bevrijdingswerk dat
|