Chapter, Paragraph, Number
1 Intro, 0,1| steeds de herinnering op aan de dag van de verrijzenis
2 Intro, 0,1| dankbaarheid terugdenkt aan de eerste dag van de wereld.
3 Intro, 0,2| herinnering roept, behoort aan Christus 'tijd en eeuwigheid'
4 Intro, 0,2| gedenken wil de kerk daarom aan iedere generatie laten zien
5 Intro, 0,3| zijn goedkeuring hechtte aan de nieuwe algemene normen
6 Intro, 0,3| voor het liturgisch jaar en aan de nieuwe algemene Romeinse
7 Intro, 0,3| Petrus tijdens de bezoeken aan de parochies van Rome die
8 Intro, 0,4| gekenmerkt wordt door de deelname aan culturele, politieke of
9 Intro, 0,4| authentieke waarden, kan bijdragen aan de menselijke ontwikkeling
10 Intro, 0,4| beantwoordt niet alleen aan de noodzaak tot rusten,
11 Intro, 0,4| noodzaak tot rusten, maar ook aan de behoefte tot 'feestvieren'
12 Intro, 0,4| een volledige volgzaamheid aan de heilige Geest.~
13 Intro, 0,5| tamelijk grote verscheidenheid aan situaties geconfronteerd.
14 Intro, 0,5| situaties geconfronteerd. Aan de ene kant het voorbeeld
15 Intro, 0,5| opgeluisterd kan worden. Aan de andere kant zien we elders
16 Intro, 0,5| lage graad van deelname aan de zondagsliturgie. Bij
17 Intro, 0,5| het feit, dat de schaarste aan priesters het vaak onmogelijk
18 Intro, 0,6| die ten grondslag liggen aan het kerkelijk voorschrift
19 Intro, 0,6| woord van God te aanhoren en aan de eucharistie deel te nemen
20 Intro, 0,6| gedenken en dank te brengen aan God, die hen, 'door de opstanding
21 Intro, 0,7| heiligen, vooral door deelname aan de eucharistie en door een
22 Intro, 0,7| door een rust die rijk is aan christelijke vreugde en
23 Intro, 0,7| Wees niet bang uw tijd aan Christus te geven. Ja, laten
24 Intro, 0,7| Hij er licht en richting aan kan geven. Hij juist kent
25 Intro, 0,7| niet alleen om ten volle aan de eisen die ons geloof
26 Intro, 0,7| voldoen, maar ook om concreet aan de meest waarachtige strevingen
27 Intro, 0,7| wezen te beantwoorden. De aan Christus gegeven tijd is
28 I, 1,8 | onderstreept, wanneer hij aan de Kolossenzen schrijft: "
29 I, 1,8 | wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen
30 I, 1,8 | de rust door Hem verleend aan het volk van de uittocht
31 I, 2,9 | waarin zij verankerd blijft aan haar oorsprong. En nadat
32 I, 2,10 | alles wat zij in zich bevat aan zich te onderwerpen, de
33 I, 2,10 | de onderwerping van alles aan de mens de naam van God
34 I, 2,11 | een antropomorfisme rijk aan betekenis.~De 'rust' van
35 I, 2,11 | God houdt nooit op met aan het werk te zijn. Jezus
36 I, 2,11 | van vandaag voortdurend aan het werk, en ook Ik houd
37 I, 2,12 | met het heil dat door Hem aan Israël wordt aangeboden
38 I, 3,13 | met de menselijke behoefte aan rust, toch moet het geloof
39 I, 3,14 | en indirecte blijken tot aan de meest intense, waar de
40 I, 3,14 | gebruiken die ontleend zijn aan de ervaring van de huwelijksliefde.~
41 I, 3,15 | voor en een dankzegging aan de Schepper. Maar de relatie
42 I, 3,15 | met God heeft ook behoefte aan momenten van expliciet gebed,
43 I, 3,15 | kosmos en de geschiedenis aan God toebehoren en dat de
44 I, 3,15 | en dat de mens zich niet aan zijn werk als medewerker
45 I, 4,16 | wijze geformuleerd: "Denk aan de sabbat: die moet heilig
46 I, 4,16 | geïnspireerde tekst de reden aan door te wijzen op het werk
47 I, 4,16 | moet gedenken. Het spoort aan tot het opfrissen van het
48 I, 4,17 | thema van de 'herinnering' aan de wonderdaden die de Heer
49 I, 4,17 | en neemt hij er intensief aan deel. Hij krijgt zo de mogelijkheid
50 I, 5,18 | waarmee Christus op paaszondag aan de zijnen verschenen is
51 II, 1,19 | het heil van de wereld, aan de gelovigen voorhoudt om
52 II, 1,20 | maakte de verrezen Heer zich aan de twee leerlingen uit Emmaus
53 II, 1,20 | 13-35) en verscheen Hij aan de elf apostelen die bijeen
54 II, 1,20 | toen Jezus hun verscheen en aan Thomas liet zien wie Hij
55 II, 1,20 | kondigde de verzamelde menigte aan, dat Jezus verrezen was
56 II, 2,21 | 1Kor 12,3). Zo kenden ze aan Christus dezelfde titel
57 II, 2,21 | Oude Testament als naam aan God gaf, jhwh, welke naam
58 II, 2,22 | Niettemin vond de trouw aan het wekelijks ritme ingang
59 II, 2,22 | de verrezen Christus zelf aan zijn leerlingen had moeten
60 II, 3,23 | geneigd waren vast te houden aan de verplichtingen van de
61 II, 3,23 | heeft de Heer zijn zegel aan zijn dag gehecht, de derde
62 II, 4,24 | begrip sabbat dat eigen is aan het Oude Testament, heeft
63 II, 4,24 | verrijzenis en de schepping aan het licht gebracht. Het
64 II, 4,24 | verbinding zette er toe aan de verrijzenis op te vatten
65 II, 4,25 | doopdimensie van de zondag door aan te sporen doopsels niet
66 II, 4,25 | besprenkeling met wijwater aan te bevelen die niets anders
67 II, 5,26 | symboliek die de vaders na aan het hart lag: de zondag
68 II, 6,27 | en de pastorale praktijk aan de dag van de Heer is toegekend.
69 II, 6,27 | de naam die de Romeinen aan deze dag gaven en die nog
70 II, 6,27 | Justinus gebruikt, als hij aan de heidenen schrijft, de
71 II, 6,27 | Opgaande Zon, die verschijnt aan hen die in het duister en
72 II, 7,28 | beelden geven de betekenis aan van de christelijke zondag.
73 II, 7,28 | avond van het paasfeest aan zijn apostelen verscheen,
74 II, 7,28 | Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft,
75 II, 7,28 | vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft,
76 II, 7,28 | geschenk van de Verrezene aan zijn leerlingen. En het
77 II, 8,29 | manier zijn verknochtheid aan Christus en zijn evangelie
78 II, 9,30 | verstoken raakt van de overvloed aan genaden die de viering van
79 III, 1,31 | ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld" (
80 III, 1,31 | niet alleen herinnering aan een gebeurtenis uit het
81 III, 1,31 | volle uitdrukking te geven aan de eigen identiteit van
82 III, 1,31 | apostelen, trouw bleven aan het gemeenschappelijk leven
83 III, 2,32 | want allen hebben wij deel aan het ene brood" (1Kor 10,
84 III, 2,33 | wordt om de eucharistie aan te duiden.~ ~
85 III, 3,34 | het heilige volk van God aan dezelfde liturgische vieringen,
86 III, 3,34 | liturgische vieringen, vooral aan dezelfde eucharistie, aan
87 III, 3,34 | aan dezelfde eucharistie, aan het ene gebed, aan het ene
88 III, 3,34 | eucharistie, aan het ene gebed, aan het ene altaar, met aan
89 III, 3,34 | aan het ene altaar, met aan het hoofd de bisschop, omringd
90 III, 3,34 | deelgenoot heeft gemaakt aan zijn eeuwig leven"44 benadrukt
91 III, 3,34 | te smeken, dat Hij "denkt aan zijn kerk verspreid over
92 III, 4,36 | hun kinderen deelhebben aan de ene tafel van het Woord
93 III, 4,36 | kinderen te leren deel te nemen aan de zondagsmis. De ouders
94 III, 4,36 | vormingsplan van de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd,
95 III, 4,36 | karakter van het voorschrift aan te reiken. Wanneer de omstandigheden
96 III, 4,36 | voor kinderen bijdragen aan die vorming, daarbij rekening
97 III, 4,36 | zijn, in gehoorzaamheid aan het oordeel van de kerkelijke
98 III, 4,36 | gesteund worden.54 Het komt aan het wijze oordeel van de
99 III, 5,37 | tijden zijn de herinnering aan de verrijzenis van Christus
100 III, 6,38 | christelijke hoop. De deelname aan de 'maaltijd des Heren'
101 III, 7,39 | plaats door het deelhebben aan de tafel van het Woord en
102 III, 7,39 | de tafel van het Woord en aan de tafel van het Brood des
103 III, 7,39 | kerk gelezen worden".60 Aan de tweede tafel wordt de
104 III, 7,39 | voor de gelovigen rijker aan te richten moeten de schatkamers
105 III, 7,39 | commentaar bij het rijkere aanbod aan schriftlezingen op zon-
106 III, 7,40 | geest van gebed en getrouw aan de kerkelijke interpretatie,
107 III, 7,40 | met inbegrip van allen die aan de eucharistie deelnemen
108 III, 7,40 | zondagsliturgie. Dan kunnen allen die aan die liturgie deelnemen er
109 III, 7,40 | heel wat zaken toevertrouwd aan de bedienaars van het Woord.
110 III, 7,41 | het volk in de woestijn aan de voet van de Sinaï (vgl.
111 III, 7,41 | hun keuze trouw te zijn aan God en zijn voorschriften
112 III, 7,41 | God en zijn voorschriften aan te hangen. Bij het doorgeven
113 III, 8,42 | om opgedragen te worden aan God de Vader, aan Wie alles
114 III, 8,42 | worden aan God de Vader, aan Wie alles zijn oorsprong
115 III, 8,42 | eucharistische doxologie aan te sluiten in geloof en
116 III, 8,42 | koningschap zal overdragen aan God de Vader opdat God zij
117 III, 8,43 | tot de dood, tot de dood aan een kruis" (Fil 2,8). De
118 III, 8,43 | woorden van de consecratie aan de Vader door dezelfde offerhandeling
119 III, 8,43 | waarmee Hij zich offerde aan het kruis. "In dit goddelijk
120 III, 9,44 | paasmaalkarakter dat eigen is aan de mis, waarin Christus
121 III, 9,44 | Christus heeft dit offer aan de kerk toevertrouwd met
122 III, 9,44 | dat de gelovigen er deel aan zouden hebben, zowel geestelijk,
123 III, 9,44 | communie. De deelname nu aan de maaltijd des Heren is
124 III, 9,44 | zich voor ons als offer aan de Vader aanbiedt."72 Daarom
125 III, 9,44 | beveelt de kerk de gelovigen aan, wanneer zij aan de eucharistie
126 III, 9,44 | gelovigen aan, wanneer zij aan de eucharistie deelnemen,
127 III, 9,44 | heilige Paulus in zijn vermaan aan de gemeenschap van Korinte (
128 III, 9,44 | liturgische handeling geweld aan te doen, in de viering duidelijk
129 III, 9,44 | om uitdrukking te geven aan de instemming die het volk
130 III, 9,44 | de viering voltrekt,74 en aan het engagement tot wederzijdse
131 III, 9,44 | aangaat door deel te hebben aan het ene brood met in gedachte
132 III, 9,44 | kom dan terug om uw gave aan te bieden" (Mt 5,23-24).~ ~
133 III, 0,45 | hun gewone leven wachtten, aan te pakken. De gelovige tot
134 III, 0,45 | worden, opdat degenen die aan de eucharistie hebben deelgenomen
135 III, 0,45 | verrezen Christus herkenden aan "het breken van het brood" (
136 III, 1,46 | de noodzaak deel te nemen aan de liturgische samenkomst. "
137 III, 1,46 | samenkomst, want dat is uw lof aan God. Wat voor excuus zouden
138 III, 1,46 | gevaarlijke of netelige situaties aan deze plicht gehoorzaamd
139 III, 1,47 | zijn de gelovigen verplicht aan de mis deel te nemen."82
140 III, 1,49 | regel dat de tijd waarbinnen aan de verplichting voldaan
141 III, 1,49 | zaterdagavond voorafgaande aan de zondag wordt uitgebreid.
142 III, 1,49 | zondagen en hoogfeesten ook aan de vooravond met de eerste
143 III, 2,50 | grote aandacht te besteden aan de zang van de verzamelde
144 III, 3 | Actieve deelname van allen aan de viering~
145 III, 3,51 | Het komt natuurlijk alleen aan hen die ten dienste van
146 III, 3,51 | uit naam van het hele volk aan God aan te bieden.91 Daarin
147 III, 3,51 | van het hele volk aan God aan te bieden.91 Daarin ligt
148 III, 3,51 | functies die eigen zijn aan respectievelijk de celebrant
149 III, 3,51 | Offerlam en zichzelf met Hem op aan God. Al moet er onderscheid
150 III, 4,52 | 52. Het deelnemen aan de eucharistie is echt het
151 III, 5,53 | traditie, wanneer een tekort aan priesters het onmogelijk
152 III, 5,53 | toepassing is toevertrouwd aan de plaatselijke Bisschoppenconferenties.
153 III, 6,54 | immers vergt de deelname aan de broederlijke samenkomst
154 III, 6,54 | echter die verhinderd zijn aan de eucharistie deel te nemen
155 III, 6,54 | bedienaren die de eucharistie aan zieken brengen en hun daarmee
156 IV, 1,55 | de mensen geven zich over aan vreugde."99 Deze vreugdekreet
157 IV, 1,55 | liturgie doet duidelijk denken aan de zinderende en vreugdevolle
158 IV, 1,55 | oost en west van meet af aan de zondag gekenmerkt hebben.
159 IV, 1,56 | vreugde uit die Christus aan zijn kerk meedeelt door
160 IV, 1,58 | een geestelijk deelhebben aan de onpeilbare, tegelijkertijd
161 IV, 1,58 | de zielenherders dan ook aan te blijven hameren "op de
162 IV, 1,58 | authentiek 'feest', een door God aan de mens gegeven dag om menselijk
163 IV, 2,60 | zonder dat dit afbreuk doet aan het christelijk karakter
164 IV, 2,61 | hierover: "Ik breng dank aan de Heer onze God dat Hij
165 IV, 2,61 | omdat Hij toen iemand had aan wie Hij diens zonden vergeven
166 IV, 2,61 | gebod van God luidt: "Denk aan de sabbat; die moet heilig
167 IV, 2,61 | wordt om de dag te eren die aan hem is toegewijd, geenszins
168 IV, 2,61 | zijn roeping om mee te doen aan diens werk en om zijn genade
|